Neuroromantiek
© Trouw
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Bert Keizer liep enkele maanden mee met hersenchirurgen in het Amsterdamse VU medisch centrum en raakte in de ban van het beschadigde brein. „Mijn tergende vraag is: wat ervaart deze vrouw in dat cerebrale kraaienest?”
Soms komt er bij het ochtendrapport een probleem langs dat fluks wordt doorgeschoven naar neurologie. De terreinen zijn keurig afgebakend. Zo was er vorige week een Engels meisje dat in jeugdige overmoed en met alcohol overgoten op het plexiglas dak van de rondvaartboot klom om daar haar mening te verkondigen over iets waar ze nooit aan toekwam, want BOEM haar hoofd sloeg tegen een brug.
Ze had een contusie en dat oogde als een vrij ernstig neurologisch beeld, maar er was geen verhoogde druk in de schedel, er hoefde geen drain in en zoiets gaat dan meteen door naar de neurologen, die wel bellen als er toch iets geopend moet worden.
Vandaag passeerde mevrouw P. eveneens rakelings het neurochirurgisch universum met achterlating van uitermate gemengde gevoelens. Mevrouw is achtenzeventig en werd ’s avonds bewusteloos binnengebracht met een bloeding in de achterste schedelgroeve. Zij kwam, enigszins ten onrechte, bij de neuroloog terecht, die niet meteen besloot tot een drain. Mevrouw kreeg eerst dexamethason, een bekend medicijn om oedeemvorming in de hersenen en de daarbij horende drukverhoging tegen te gaan.
Dat ging niet goed. Mevrouw begon ’in te klemmen’, zo is de uitdrukking. Dat wil zeggen dat de hersenen opzwellen door oedeemvorming. Maar de schedel is een benauwd hokje en een zwellend brein kan nergens heen. Dat inklemmen betekent ook een fataal verhoogde druk op de hersenstam, vanwaar de meest basale functies worden aangestuurd, zoals ademhaling. Er ontstond nu snel een onomkeerbare situatie met ernstige neurologische beschadiging en men besloot verder niks te doen en Gods water over Gods akker te laten lopen.
Je hoopt dan wel dat zo’n vrouw ook komt te overlijden, maar de hersenstam lag er niet helemaal uit, want mevrouw ademde spontaan.
De gemengde gevoelens worden veroorzaakt door de vraag: had hier niet veel eerder een drain ingebracht moeten worden in plaats van dexa te geven en af te wachten tot het te laat was?
Gelukkig hoeven we maar één keer te leven dus kunnen we geen replay regelen, nu mét drain. We zeggen wel eens bij een overlijden: ’Wie weet wat haar bespaard is gebleven.’ Maar een blik op mensen met een vergelijkbare bloeding doet al gauw zeggen: ’Wij hebben wel enig idee van wat haar bespaard is gebleven.’
De vrouw is beschadigd maar niet overleden. ’Hogere’ hersendelen blijken nog elektronisch actief, zo toont het EEG. Mijn tergende vraag is: wat ervaart deze vrouw in dat cerebrale kraaienest? Ziet ze hoe het schip onder haar langzaam in de golven verdwijnt? Ziet ze eigenlijk nog wat? Wat?
Ik loop met Sander mee naar de IC om mevrouw even te zien. Ze ligt passief op haar rug te pruttelen. Niet bij kennis. Gesedeerd of is het breinloosheidrust?
In overleg met de familie wordt een volstrekt abstinerend beleid afgesproken vanwege de zekerheid dat ze hier niet dan zeer ernstig beschadigd uit tevoorschijn zal komen.
Ik praat met Boom, de neurofysioloog, over mevrouw P., die bloedde in de achterste schedelgroeve en misschien ten onrechte geen drain kreeg. Wat kan zij nog beleven? Ik was naar hem verwezen door Sander.
„Hij kan het wel uitleggen en zolang je naar hem blijft luisteren kun je het ook wel volgen. Maar als je het dan weer op je eentje aan een ander moet uitleggen, dan zit je vast”, zegt Sander.
Boom is erg nuchter. Ik denk dat mijn vraag over wat die vrouw nou meemaakt, en dan vooral de licht wanhopige ondertoon (o, wat moet dat iets vreselijks zijn), hem als naïeve neuroromantiek treft. Om deze gevoelslaag definitief kalt te stellen vertelt hij mij: „Het uittreden zit rechts pariëtaal, en nogal wiedes, want de pariëtaalkwab vertelt je waar je bent. Topografie kan fraai ontsporen, hoor. Out of body-experiences kunnen we nu min of meer gericht opwekken door op de juiste plek het brein te stimuleren.”
Maar mijn opmerking over het kraaienest was overdrachtelijk bedoeld, ik heb niks met uittredingen.
Boom gaat verder. Bewustzijn is iets gradueels. Een hele scala aan transmitters is aansprakelijk voor de overdracht van laag naar hoog in de cortex. De befaamde Russische neurofysioloog Luria beschreef bewustzijn met het beeld van een schijnwerper die omhoogstralend vanuit de hersenstam de cortex doet oplichten. Is veel te eenvoudig.
Maar bij mevrouw P. is het uitermate dubieus of zij nog iets meemaakt, en al maakte zij iets mee dan nog is het onmogelijk om de kleur van deze ervaringen in te schatten. Het besluit om de trossen in haar geval maar los te gooien lijkt hem acceptabel, maar hij benadrukt de astronomische afstand waarop hij zich van de klinische situatie bevindt.
Op zoek naar nader begrip van hersenactiviteit is hij niet erg gecharmeerd van ’reductionisme’. Hij doelt op gepraat in de trant van „verdriet is eigenlijk een teveel aan gabadroide in de corpora mamillaria.” Bij wijze van spreken, want de aard van dit ’eigenlijk’ is nogal mysterieus.
Hij heeft meer op met beschouwingen over de organisatie van het brein. Er zijn 10 tot de 11de neuronen, en elk neuron heeft via zijn uitlopers 10.000 contacten. Dat zijn dus 10 tot de 15de contactpunten.
Dat wil zeggen: een neuron komt eigenlijk nooit een ander neuron tegen. De meeste kennen elkaar niet. De vraag is hoe er binnen deze onvoorstelbare warreling ooit zoiets tot stand kan komen als een samenhangende opdracht in termen van impulsen aan spieren die resulteren in de bewegingen van een man die bij de oversteekplaats tegelijkertijd een sigaret opsteekt, zijn mobieltje pakt, het verkeer inschat en op de knop drukt die het licht op groen moet doen springen, waarbij hij zich realiseert dat hij op moet houden met roken en dat het tijd wordt de ketting van zijn fiets te smeren.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina
Bert Keizer @is verpleeghuisarts en columnist van deze krant. Zijn ervaringen in het VU medisch centrum in Amsterdam beschrijft hij in ’Onbewoonbaar verklaard. Het wonderlijke domein van de hersenen’ (Balans, Amsterdam, ISBN 9789460032226, € 17,95), dat volgende week verschijnt.





Reacties (2)
Dus is reductionisme de opvatting dat in de optelsom van de kennis die in de afzonderlijke relatief simpele elementen waaruit het complexe systeem is opgebouwd,de kennis van heel dat hogere complexe systeem ligt opgesloten.Maar waar resideert dan de kennis die nodig is om die hogere opgesloten kennis uit dat geheel uit te lezen?
kuyc, brerchem op 25-01-2010, 10:13
Reductionisme is niet het idee dat dingen eenvoudig zijn. Reductionisten vinden het de moeite waard om kennis te vergaren van de relatief simpele elementen waaruit iets ingewikkelds is opgebouwd. Met die kennis gaan ze dan weer terug naar het complexe systeem en begrijpen het dan vaak iets beter. Een reductionist die ergens in het proces vergeet dat het om een complex systeem ging, heet een simplist. Het woordje ´eigenlijk´in de bovenstaande context wijst op een vrij ernstig geval van simplisme. (Vgl iemand die zijn (wan-)gedrag verklaart met 'een stofje in de hersenen').
Ruben Bergink, Bilthoven op 23-01-2010, 13:43
Plaats een reactie
Stuur artikel door