Woorden voor de president
U bekijkt nu: pagina 1 van 3.
In dit 21ste gesprek over poëzie en filosofie buigt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer zich over het gedicht dat een jaar geleden klonk tijdens de inauguratie van president Obama.
Tijdens de inauguratie van Barack Obama op 20 januari 2009 hoorden twee miljoen mensen Elizabeth Alexander de dag prijzen. „Ondanks het immense publiek”, zegt filosoof Theo de Boer, „had ik niet het idee dat dit gedicht overkwam. Alexanders woorden gingen ten onder in het rumoer.” Reden temeer om er, precies een jaar later, nog eens naar te kijken.
Anders dan in Europa is in de Verenigde Staten het pragmatisme de dominante wijsgerige stroming: een filosofie van het gezond verstand. „Amerikaanse denkers stellen geen tobberige vragen over het bestaan van de medemens. Voor hen is het vanzelfsprekend dat handelen en denken in dienst staan van de gemeenschap. Niet voor niets kennen zij al veel langer de traditie van een dichter des vaderlands die namens de gemeenschap spreekt. In Nederland hebben dichters zich sinds de Tachtigers juist van de gemeenschap afgewend.”
Elizabeth Alexander begint met de woorden: ’Each day we go about our business’, door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes vertaald met: ’Elke dag doen we onze dingen’. Een stoplap, toch? Iederéén wil tegenwoordig zijn ding doen.
„Wie de dagelijkse werkelijkheid wil verbeelden, moet de dagelijkse taal toelaten in zijn poëzie. Het knappe van de vertalers is dat zij die taal weer opnieuw laden. Hier gebeurt dat door de alliteratie die dag, doen en dingen op elkaar betrekt.”
Dit is geen lofzang op de dag, dit is een lofzang op het activisme. Geen woorden maar daden.
„Door in de eerste regel het woord business te gebruiken, lijkt het gedicht onmiddellijk typisch Amerikaans. Voor zo’n gelegenheidsgedicht werkt dat uitstekend. De eerste strofe roept het beeld op van een beginnende dag met mensen op weg naar hun werk en de oppervlakkige contacten die daarbij horen. De strekking is niet: geen woorden maar daden, maar: geen daden zonder woorden. Het elkaar passeren gaat gepaard met blikken van verstandhouding, en als mensen elkaar al niet aanspreken, dan maken ze aanstalten dat te doen. In de zesde strofe staat dan ook dat we elkaar tegenkomen in woorden, words to consider, reconsider. Let op dat we. Het leven in een gemeenschap is van meet af aan voorondersteld. Dit is wat in de Verenigde Staten communautarisme heet.”
Even terug naar het begin. Vlak na de mensen die praten of aanstalten maken om te praten volgt lawaai. Dat lijkt me toch geen klimaat voor communicatie.
„Het is inderdaad opmerkelijk dat een gedicht met de titel ’Praise Song’ aan het begin een hele strofe wijdt aan wat wij meestal ’communicatiestoornissen’ noemen. Alexander noemt het gewoon wat het is: lawaai. En ze herhaalt dat nadrukkelijk: eerst is er lawaai, dan lawaai en doornstruiken, dan distels en herrie. Deze lofzang is geen getuigenis van naïef optimisme. De negatieve kant van het bestaan wordt van meet af aan onder ogen gezien. Communicatie bestaat niet zonder ruzie en strijd.
Zo, uitgesproken bij de inauguratie van een nieuwe president, lijkt me dat ook te verwijzen naar de bittere verkiezingsstrijd die eraan voorafging. En, meer in het algemeen, naar het intercultureel getwist in de huidige wereld ’met al onze voorouders op onze tong’. In de dagen voor de inauguratie verwezen journalisten graag naar die ancestors van Obama: de Pilgrim Fathers, want via moederskant zou hij rechtstreeks van hen afstammen. Anderen hielden hem juist voor een islamiet omdat hij ook ’Hussein’ heet. En nu is er weer veel herrie, onder meer over wat nu eigenlijk echt Amerikaans is in de gezondheidszorg.”
In reacties op internet noemen mensen de dichter Walt Whitman een metaforische voorouder van Elizabeth Alexander.
„In Whitmans gedicht ’I hear America singing’ hoort de verteller een bootsman zingen, een schoenmaker, een meisje dat naait en wast, en een moeder. Allemaal zingen ze over hun dagelijkse dingen: ’singing/ The day what belongs to the day’. Dat vers resoneert hier.
Alexander op haar beurt bezingt wat iedereen dagelijks doet: een zoom naaien, een gat in een uniform stoppen, een band plakken. En alles gaat gepaard met de poging muziek te maken. Onze huidige minister van cultuur zou hierover heel tevreden zijn want deze muziek staat dicht bij het volk. Ergens maakt iemand muziek, with a pair of wooden spoons on an oil drum. Dat vind ik mooi, het doet me denken aan mijn jeugd in het dorp waar we bij gebrek aan drums met pollepels mepten op omgekeerde teilen.”
De vijfde strofe eindigt met de opdracht: begin! Hoort dat ook in die pragmatische context?
„Als student heb ik mij ooit verdiept in John Dewey, een van de grondleggers van het pragmatisme. Wat ik bij hem las, paste precies bij mijn eigen situatie toen: ’Die scriptie van jou komt nooit af omdat je er nooit aan begint. Doe iets, stop met lezen en piekeren, pak je pen en schrijf de eerste zin op.’
Deze strofe gaat over onze verhouding tot de tijd. Er wacht een vrouw op de bus, een boer bestudeert de lucht en de leraar wil dat we beginnen. Het hele gedicht onderstreept de betekenis van het beginnen. Elke dag is een nieuw begin, en het gedicht begint met de evocatie van het begin van dat nieuwe begin: de dageraad. De dag, ’deze dag’ keert voortdurend terug en aan het einde zegt de dichter letterlijk dat we ’vandaag’ op een keerpunt staan, waar iets nieuws kan worden begonnen: any thing can be made, any sentence begun.”
Als iets nieuws beginnen zo belangrijk is, waarom gaat de derde strofe dan geheel over het repareren van oude spullen?
„Ik denk dat Alexander het benoemen van de diverse menselijke activiteiten wilde beginnen met een eerbetoon aan werk dat in onze wegwerpcultuur dreigt te verdwijnen.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- volgende pagina
Van 11/9 tot 18/9 geeft Theo de Boer in Frankrijk een cursus over filosofie en poëzie. Info: www.canteperdric.nl of +335622955081.
Eerdere afleveringen uit deze reeks zijn terug te vinden op www.trouw.nl/denkendichten




Reacties (1)
Met belangstelling heb ik dit interview met Th. de Boer gelezen. Helaass is het besproken gedicht met vertaling niet geplaatst.Kunt mij zeggen waar ik het kan opzoeken?
Met vriendelijke groet,
Mevr. E. Visser
E. Visser, Amsterdam op 13-02-2010, 16:50
Plaats een reactie
Stuur artikel door