Het democratisch afval
Amsterdam, stadsdeel Geuzenveld, 2009. © PATRICK POST
U bekijkt nu: pagina 1 van 4.
Filosoof Ger Groot, zelf een ’verburgerlijkte intellectueel van proletarische afkomst’, ziet genoeg redenen om de bewoners van stadswijken als Geuzenveld en de partij van Geert Wilders waarbij zij hun heil zoeken, ernstig te nemen.
Voor zover Amsterdam een grote stad is en een arbeidersklasse kent, ben ik afkomstig uit de arbeidersklasse van de grote stad. Mijn jeugd sleet ik in het Amsterdamse centrum, in een tijd waarin daar alleen nog conciërges, onderhoudspersoneel en armoede gehuisvest waren.
Toen de nieuwe klasse van urban professionals en cultuurdragers er kwam wonen, verhuisden mijn ouders naar de naoorlogse stadswijk Geuzenveld, nu een erkende probleemwijk. Zelf vertrok ik naar het buitenland: eerst Parijs, toen Madrid en ten slotte Brussel – intussen deel uitmakend van de kaste der academici en intellectuelen.
Ik werd buitenlander met de buitenlanders, zij het wel een tamelijk luxe soort buitenlander. Ik werd een vreemde in mijn familie, waarin tot in verre graden van verwantschap nog niemand ooit had gestudeerd. En ook in mijn nieuwe milieus werd ik een buitenbeentje, want ’niet van hier’, ’niet van onze taal’, ’niet van onze cultuur en afkomst’: ’niet van onze soort’.
Ik ben dus, waar het scheidslijnen en de overschrijding daarvan betreft, een soort ervaringsdeskundige. En daarmee ook een specialist in het gevoel van misplaatstheid, ontheemding en in het opwindende besef de plaats die ik inneem geheel zélf te hebben veroverd. Ik ben gevestigd geraakt, heb mij tot op zekere hoogte als establishment ontpopt, ben misschien wel bourgeois geworden – maar altijd met de geheime angel in het vlees niettemin een verstekeling te zijn gebleven wiens ware identiteit op het punt staat te worden ontmaskerd: de verborgen angst van iedere homo novus of nouveau riche.
Iemand wordt wat hij is door het overschrijden van grenzen, op dezelfde manier waarop een samenleving slechts levend blijft doordat zij haar muren doordringbaar houdt.
Zolang de buitengrenzen van een cultuurgebied blijven waar ze liggen, is er over het algemeen niet zoveel aan de hand. Hachelijker wordt het wanneer die grens gaat schuiven: hetzij door verovering of door migratie. Dan wordt de grens als het ware verdubbeld. Ze blijft nog lang liggen waar ze ligt (zelfs de grenzen van wat wij nu als Europa beschouwen vallen nog grotendeels samen met wat tijdens de Middeleeuwen onder de ’westerse christenheid’ werd verstaan). Tegelijk stuwt ze met de fysieke mensenverplaatsing zichzelf op naar het hart van het vreemde gebied om juist daarin haar felste strijd te strijden. Daar horen ook de nodige muren bij die het nieuwe frontgebied fysiek afbakenen: zichtbare muren zoals die in Berlijn of de Palestijnse gebieden, onzichtbare muren zoals die in het Amsterdamse Geuzenveld.
Het materiaal waaruit deze muren zijn opgetrokken is bekend: een mengsel van zwakke economische én culturele status, en dientengevolge een sterke hechting aan de identiteit: aan datgene wat je bent. Daarvan kun je in het precaire bestaan tenminste zeker zijn. Cultuur, verleden en afkomst zijn vluchtheuvels van veiligheid in een te druk cultureel-economisch verkeer. Juist daar waar de buitengrens van het Europese cultuurgebied plotseling zéér nabij gekomen is (in de buurtwinkels, op de markten, op straat en bij de buren), worden de muren van afkeer en onbegrip het hoogst, het ongemakkelijkst en het verwoestendst opgetrokken.
Waar de autochtonen zich beroepen op het recht van de grond (wij waren er het eerst, dit is óns land, ónze buurt), beroepen de allochtonen zich op het mensenrecht van het behoud van eigenheid: óók in deze ’vreemde’ buurt. Opmerkelijk genoeg is de basis van dit argument voor beide groepen hetzelfde.
Ik leg nadruk op deze parallel, omdat de wrijving te vaak wordt uitgevochten in termen van ’het gelijk’. Maar ’gelijk’ hebben beide partijen in vrijwel dezelfde mate. De cultureel-economische dreiging en hun penibele situatie daarin verschillen nauwelijks, en de dubbele dynamiek van versterking van identiteit én scheidslijn verloopt in beide gevallen dan ook langs vrijwel identieke lijnen. Je zou daarin, met een wat groter gevoel voor het literaire, iets authentiek tragisch kunnen zien.
Hier staan twee kampen tegenover elkaar die dezelfde strijd te strijden hebben – maar door het lot gedwongen vechten zij die uit tégen elkaar, in plaats van gezamenlijk de muur te bestormen die hen daadwerkelijk buiten houdt. Dat is de muur van een maatschappij die nog altijd heimelijk haar verdeling van klassen, afkomst en rijkdom koestert – hoe trots zij zichzelf ook tooit met het democratische sieraad van de gelijke kansen.
De clash of civilisations die het huidige openbare debat zo heftig bezighoudt speelt zich feitelijk af binnen een zeer bepaald compartiment van de samenleving. Wrang genoeg blijft de collatoral damage daarvan dus ook grotendeels tot dat compartiment beperkt, terwijl het hart van de cultuur (en de macht, en het geld) voor de ongemakken daarvan gespaard blijft. Wat plaatsvindt in stadswijken als Geuzenveld is in het centrum hoogstens hoorbaar als distant rumble.
Ik wil inzoomen op de partij in dit conflict die mij nastaat en die in werkelijk alle opzichten lijkt te verliezen: niet alleen territoriaal, fysiek, economisch en symbolisch, maar zelfs op het vlak van prestige, of – laten we het met een oude moraalconceptie maar zo noemen – op het vlak van haar eer.
Ik doel op de bevolkingsgroep die in het zeventiende- en achttiende-eeuwse Amsterdam de ’Bijltjes’ heetten, toen geconcentreerd op de Oostelijke Eilanden, bij de scheepswerven van de VOC (de plaats waar enkele eeuwen later mijn vader geboren zou worden). Die eilanden konden hermetisch met bruggen worden afgesloten ter bescherming van de rijke grachtengordel. Het was een redelijk effectieve muur die de ene stand beschermde tegen de andere en deze buiten haar territorium hield, ook al ontkwamen de herenhuizen daardoor niet altijd aan opstand en plundering.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- 4
- volgende pagina
Ger Groot@, filosoof en publicist te Brussel, is verbonden aan de Erasmusuniversiteit en aan de Radboud Universiteit. Dit is de bewerkte versie van een lezing die hij onlangs hield in de Studium Generalereeks ’Over muren en andere vrijheden’ van de Hogeschool Gent.





Plaats een reactie
Stuur artikel door