Denken over dichten
Waarom is de Nacht van de Poëzie altijd uitverkocht terwijl moderne
dichtbundels nauwelijks verkopen? Is moderne poëzie moeilijker dan oude?
Kunnen we nog iets leren van poëzie? Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis
voerde het afgelopen jaar vele gesprekken met de Amsterdamse filosoof Theo
de Boer (1932). Over poëzie. Preciezer: over de relatie tussen poëzie en
filosofie. De Boer is van jongs af aan gegrepen door poëzie. Sinds de jaren
tachtig betrekt hij de dichtkunst bij zijn filosofische werk. De komende
maanden zal onder de titel ’Denken over dichten’ de weerslag van deze
gesprekken in Letter & Geest verschijnen.
Denken over dichten
In dit negentiende gesprek over poëzie en filosofie legt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer een gedicht van Chr. J. van Geel (1917-1974) naast een van Anneke Brassinga (1948). „Toch vind ik de zeggingskracht van dit tweede gedicht groter.”
Letter & Geest
In een gesprek over poëzie en filosofie duikt filosoof Theo de Boer de diepzee in met de potvis van de Australische dichter Les Murray. „De potvis is niet een lieflijke dichter maar een schielijk oplichter."
In dit zestiende gesprek over poëzie en filosofie legt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer twee gedichten uit het complexe oeuvre van Kees Ouwens naast elkaar: het ’echte’ gedicht en een zogenaamde kladversie. „Prachtig vind ik die lange tirade. De mooiste opsomming van alle gekkigheid uit de jaren zeventig en tachtig die ik ken."
Letter & Geest
In het elfde gesprek over poëzie en filosofie zet filosoof Theo de Boer de zelfverkozen katholieken Joost van den Vondel en Willem Jan Otten tegenover elkaar. „Door de sprong in het geloof verlaat je het kamp van de denkers en de rede. Het is desertie.”
Letter & Geest
In het negende gesprek over denken en dichten buigt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer zich over ’Het magerebrugwonder’ van K.Michel (1958). „Dit gedicht heeft nauwelijks uitleg nodig. Je kunt het zo aan je kleinkinderen voorlezen."
Letter & Geest
In het tiende gesprek over denken en dichten buigt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer zich over ’Ook de vissen’, wederom een gedicht van K. Michel (1958). „Wat je hier beschreven ziet is niet Den Haag vandaag, maar Den Haag vroeger.”
Letter & Geest
In het achtste gesprek over denken en dichten buigt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer zich over ’Van de valsspeler’ van Lucebert (1924-1994). „Prachtig, het heeft jarenlang bij mij op de kamer gehangen. Maar wat het gedicht precies betekende?”
Letter & Geest
In het zevende gesprek over denken en dichten buigt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer zich over een beroemd gedicht van Rutger Kopland, pseudoniem van psychiater R.H. van den Hoofdakker. „Je moet dit gedicht niet zien als een vorm van therapie.”
Letter & Geest
Waarin schuilt de magie van poëzie? In de klanken, de betekenis, de gedachten? Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis bevraagt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer, in het derde van een reeks gesprekken over denken en dichten .
Letter & Geest
Voor filosofen is de schemerzone tussen ’zijn’ en ’niet zijn’, tussen taal en de oerstilte van vóór de taal geen gemakkelijk terrein: ze krijgen er met hun denken geen vat op. Vertrouw hier liever op de dichter, zegt filosoof Theo de Boer in zijn vijfde gesprek over filosofie en poëzie. „Diepere stilte, dat is wat we nodig hebben om te aanvaarden dat alles bestaat.”