Ontspannen, maar dan zonder Jetix
© Trouw
Kinderyoga is hip. Aanhangers vinden dat het een mooi tegenwicht biedt in het drukke kinderleven waarin de nadruk ligt op kennis en prestatie. En waar uitrusten vaak betekent: languit op de bank voor de televisie.
’Geef elkaar een hand, ga stevig staan, adem in door je neus, adem uit door je neus. Als je wilt, mag je je ogen sluiten. Ik vraag jullie te denken: er is ruimte in mijn hart voor iedereen die hier aanwezig is.”
Sigrid Paesbrugge (51) geeft sinds drie jaar yogales aan kinderen. In de Amsterdamse Yoga Garage komen op deze woensdagmiddag zeven kinderen tussen zes en twaalf jaar bij elkaar.
Paesbrugge ziet yoga als een goede aanvulling op de cognitieve ontwikkeling van kinderen. „Het vormt een mooie tegenhanger in het kinderleven waarin de nadruk vaak ligt op kennis vergaren, prestaties en competitie.” Kinderen bewegen van nature graag en yogahoudingen zijn speels en fysiek uitdagend, zegt Paesbrugge. „Bovendien prikkelen ze de fantasie en dat stimuleert hun creativiteit.”
De kinderen staan in een kring, de een wat geconcentreerder dan de ander. „Vandaag gaan we op avontuur”, zegt hun juf. „Ik neem jullie mee naar het land van de draken, naar China. Daar heb ik een muziekje bij.”
Als er geluiden van tropische vogels klinken, haalt Paesbrugge een kleine plastic draak tevoorschijn en zet hem in het midden. „Maak maar vleugels, vlieg!”
Zeven paar armen fladderen door de lucht. „Je schrikt, want op de grond zie je een slang!”
Net als de juf duiken de leerlingen naar beneden.
Umberto is tien jaar. Volgens zijn moeder vindt hij de yogales leuker dan piano, volleybal en Braziliaans dansen waar hij ook op zit. „Hier word ik rustig”, zegt hij. „Het is fijn dat ik bij Sigrid over dingen kan spreken waar ik anders niet over praat. Over dat ik bij mensen soms een soort tweede huid zie. Een aura heet dat volgens mij.”
Ondertussen klatert uit de speaker het geluid van een waterval. „We laten het water aan elkaar voelen. Ga maar op een rijtje staan van klein naar groot en tikkel met je vingers waterdruppels op elkaars hoofd, rug en benen.”
Dajour (8 jaar) vindt de oefeningen bij yoga ’grappig’, zegt ze. „Bij andere sporten raak je elkaar niet aan. Hier wel. We masseren elkaar. Dat vind ik leuk. Ik kan het ook goed.”
Aster is bijna twaalf. Ze vindt de yogales ’een beetje apart’. „Je moet het allemaal een beetje figuurlijk zien”, zegt ze. Als de juf zegt dat de draken een ei zien liggen ’zo groot als een kind’, vraagt Aster zich af wat ze precies bedoelt. Zo groot als zijzelf of zo groot als zíj – en ze wijst op het kleinste meisje van de groep.
Als de kinderen wordt gevraagd te lopen met grote drakenpoten en een drakenstaart, kijkt Aster een beetje ongemakkelijk om zich heen. „Soms voel ik me hier wat te groot voor”, bekent ze. Toch komt ze trouw. „Ik vind het vaak lastig om in slaap te vallen. Dan helpen de oefeningen die ik hier leer. ’De kaars’ bijvoorbeeld.”
Juf Sigrid is aanbeland bij de kleine draak. Die is uit zijn ei gekropen en na het vuurspuwen leert hij ademhalen. Iedereen krijgt een gekleurd veertje. „Laat ’m maar eens langs je wang gaan en over de rug van je hand. Voel je dat? Kijk eens of je ’m met je adem in de lucht kunt houden.”
Rijk wordt ze er niet van, zegt Sigrid Paesbrugge, moeder van twee tieners. Maar na tien jaar manager bij een woningcorporatie te zijn geweest, is ze nog iedere dag blij niet meer naar kantoor te hoeven. „Hier kan ik mijn creativiteit in kwijt en daar word ik heel blij van.”
Kinderen beleven plezier aan yoga, zegt Van Paesbrugge. „Dat geeft mij ook weer energie.” Bovendien vindt ze het ’waardevol’ om kinderen gereedschap aan te reiken waarmee ze het leven iets gemakkelijker kunnen maken. „Ik vind het prachtig als ik ze kan laten ervaren dat ze rustiger worden als ze meer naar hun buik ademen en dat ze dat kunnen gebruiken als ze nerveus zijn. Een groter lichaamsbewustzijn is heel handig.”
Er is niet één type yogakind, vindt Van Paesbrugge. „Ieder kind komt hier om een andere reden en ieder kind pikt weer iets anders op. Ik vind niet dat yoga per se nut moet hebben. De kinderen hebben hier plezier. Daar doe ik het voor, dat is mij mooi genoeg.”
Het einde van de les nadert. Juf Sigrid steekt een kaars aan, de kinderen zitten er omheen. „Neem het licht in je op. Sluit je ogen en breng het licht naar je hart. Stel je voor dat het daar licht brengt voor iedereen.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Helen Purperhart (45) leidde in haar woonplaats Almere en in Amsterdam de afgelopen acht jaar zo’n zeshonderd moeders op tot kinderyogajuf. „Kinderyoga is een regelrechte hit. Belangstelling was er al in de flowerpowertijd, getuige een Prisma Kinderyogaboekje uit 1978 dat ik nog heb. Maar sinds een paar jaar is het echt hot.”
Kinderen hebben het druk, verklaart Purperhart. „Ze doen veel, ze sporten, msn’en, gamen, ze zitten in grote klassen, hebben vaak werkende ouders, ze gaan naar de naschoolse opvang en allerlei clubjes. Om uit te rusten belanden ze voor de televisie. Er ontstond behoefte aan een tegenhanger en dat is yoga. Kinderen worden voor een uurtje uit hun overdosis aan prikkels gehaald, ze worden zich bewust van hun lichaam, van hun ademhaling, van zichzelf. Vaak zie je dat kinderen na een les niet zoveel aandacht meer vragen; ze leren hun onrust zelf oplossen.”
Het aantal moeders dat zich meldt voor een opleiding tot kinderyogajuf groeit, constateert Purperhart. „Opvoeden blijkt een hele klus. Het confronteert je met je eigen zwakke plekken, het vreet energie en soms is het niet zo gemakkelijk om de opvoeding van kleine kinderen te combineren met een reguliere baan. De afgelopen jaren kozen honderden vrouwen ervoor kinderyogajuf te worden.”
Nederland telt zo’n driehonderd kinderyogadocenten met een eigen praktijk en er werken zeker zoveel kinderyogadocenten in de kinderopvang en op scholen. Iedere week geven zij les aan gemiddeld twintig kinderen tot twaalf jaar.
Op www.kinderyoga.nl heeft Purperhart in kaart gebracht waar kinderyogalessen worden gegeven. Een uur kinderyoga kost tussen de 7 en 10 euro.
Moeders worden yogajuf, als ondersteuning bij het opvoeden
Van alle kinderen heeft 15 procent regelmatig buikpijn. Bij 85 procent van hen is daarvoor geen lichamelijke oorzaak te vinden; ze hebben geen infectie of allergie. Toch hebben ze last, vaak ook van diarree of verstopping, een opgeblazen gevoel, winderigheid of misselijkheid. Een goedwerkend medicijn is er niet. De kinderartsen van het Flevoziekenhuis in Almere zien ieder jaar honderd nieuwe buikpijnpatiëntjes. Kinderarts en kindermaag, -darm en -leverspecialist Judith Deckers-Kocken onderzocht deze vorm van onverklaarbare, zogeheten ’functionele buikpijn’ bij kinderen. Het idee is dat die mede veroorzaakt wordt door gespannen en daardoor overgevoelige darmen. Kinderen met buikklachten kregen yogalessen met de buik als aandachtsgebied.
Deckers-Kocken denkt in yoga met speciale aandacht voor de buik de oplossing voor een aantal van haar patiëntjes te hebben gevonden. Deze zomer hoopt zij de onderzoeksresultaten te publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Ze trekt zich niets aan van de scepsis in medische kringen over onconventionele behandelwijzen. „Ik wil zoveel mogelijk kinderen helpen.”





Reacties (1)
'Umberto is tien jaar. Volgens zijn moeder vindt hij de yogales leuker dan piano, volleybal en Braziliaans dansen waar hij ook op zit. Hier word ik rustig, zegt hij.'
Als een kind van tien zo'n volle agenda heeft, is het geen wonder dat het opgefokt is.
de witt, deventer op 06-02-2009, 11:13
Plaats een reactie
Stuur artikel door