Debat 1: Wat is een goede opvoeding?
VIDEO / Hierover gingen psycholoog René Diekstra, Tweede Kamerlid Joël Voordewind (CU) en Geraldien Blokland van het Nederlands Jeugdinstituut gisteravond in debat. Bekijk de live-registratie in debatcentrum TUMULT te Utrecht.
Opvoeden, hoe moet dat nou? Een volle zaal in debatcentrum TUMULT te Utrecht vroeg zich dat gisteravond af. De ongeveer 120 aanwezigen zagen psycholoog René Diekstra, Tweede Kamerlid Joël Voordewind (CU) en Geraldien Blokland van het Nederlands Jeugdinstituut onder leiding van Katinka Baehr in debat gaan.
Over wat een goede opvoeding nu precies is waren de drie het in grote lijnen met elkaar eens. "Een goede band met je kinderen en toch hun talenten gestimuleerd worden door de ouder", vond Voordewind, die de zaal toevertrouwde dat zijn 15-jarige zoon hem nog wel eens wat hoofdbrekens geeft.
Maar wíe er moet opvoeden, daar was onenigheid over. Diekstra gooide de knuppel in het hoenderhok. "Opvoeden gebeurt niet alleen door de ouders. Leraren en leiders op de sportclub hebben net als ouders een primaire rol. Dat moet in het programma van de ChristenUnie."
Voordewind: "Dat gaat niet gebeuren. De ouders blijven als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding. De staat of het onderwijs mag die rol niet overnemen. Wat doe je met een kind van 8 die om 11 uur nog over straat loopt? Breng je die naar school of naar huis?" "Ik denk dat de niet-professionele band van de ouders inderdaad belangrijker is", aldus Blokland. "Maar de staat moet wel voorwaarden scheppen voor een goede opvoeding. Niet alleen achteraf ingrijpen als er iets mis gaat bij een kind."
Diekstra: "Laat de school kinderen in ieder geval sociaal-emotionele ontwikkeling als vak geven. Les in levensvaardigheden. De schoolprestaties van kinderen worden daarmee ook verbeterd." "Daar moet je mee oppassen", vindt voordewind. "De school wordt overspannen van alle opvoedtaken die naar haar toekomt. De commissie-Dijsselbloem heeft ons gewaarschuwd niet te veel taken die niet met kennis te maken hebben bij de school neer te leggen."
"Dijsselbloem heeft zijn huiswerk niet goed gedaan", slaat Diekstra terug. "Hij heeft niet gekeken naar de invloed van sociaal-emotionele ontwikkeling op cognitieve prestaties." Voordewind: "Maar dan ga je uit van de maakbare mens, en krijg je een soort modelburger."
De debaters hadden het ook over de rol van familie, vrienden en de buurt. Nederlanders met opvoedproblemen stappen vaker naar deskundigen dan naar hun directe omgeving, zou uit onderzoek blijken. Blokland betwijfelt of dat wel zo is. "Ouders zeggen altijd dat ze als eerste hun familie bellen als ze het even niet meer weten." Het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt wordt bepaald door de grote steden, weet Diekstra. "Mensen wonen maar kort op één plek, en daardoor is er geen sociaal weefsel."
Een ander punt is dat de architectuur van woningen en wijken in de grote steden dit niet bevordert. "Nederland is qua ruimtelijke ordening een kindonvriendelijk land", vindt Blokland. Diekstra: "Er zijn in de grote steden inderdaad weinig 'warme plekken', waar ouders uit de buurt elkaar kunnen ontmoeten. En waar willen mensen dat graag? Op school!"
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Debat 2: Wat is mogelijk in de opvoeding?
Het volgende debat in deze reeks gaat over de fysieke grenzen van het kind.
Er zijn grenzen aan wat kinderen en jongeren kunnen leren. En er zijn grenzen aan de invloed van de opvoeders. De laatste tijd is wordt er steeds meer aandacht gevraagd voor de neuropsychologische / biologische ontwikkeling van de jeugd en ook voor de invloed van leeftijdgenoten. Wat blijft er eigenlijk over voor de ouders? Column: Erik Jan de Wilde, Nederlands Jeugdinstituut.
Tijd: dinsdag 27 oktober, 20.00-22.00 uur
Locatie: TUMULT, Domplein 5, Utrecht.
Toegang vrij. Reserveren gewenst via www.tumultdebat.nl








Stuur artikel door