Homoles in gereformeerde klas doorbreekt stilzwijgen
Gereformeerde jongeren in Geldermalsen, op weg naar de kerk. © FOTO WILIAM HOOGTEYLING
Homo’s op een gereformeerde school zijn taboe. De lesmethode ’Homo in de klas’ moet dat doorbreken. De scholen zijn enthousiast, nu de ouders nog.
Het woord ’homo’ bestond niet in de gereformeerde gemeenschap. Homoseksuele jongeren cijferen zichzelf weg, voelen zich schuldig, zondig en slecht. Daar komt langzaam verandering in nu de gereformeerde scholen en ContrariO (de gereformeerde vereniging voor homo’s en lesbiennes) het stilzwijgen willen doorbreken. De lesmethode ’Homo in de klas’ moet homoseksualiteit bij de christelijke pubers bespreekbaar maken. De methode, bestaande uit drie lessen, is samengesteld door ContrariO en GRIP (identiteitsplatform voor het gereformeerd voortgezet onderwijs) en wordt vandaag aangeboden aan minister Plasterk.
De lessen vermijden bewust de vraag of een homoseksuele relatie is toegestaan of niet. „ContrariO spreekt zich daar niet over uit”, zegt voorzitter Robert Daverschot. „Omdat er zoveel verschillende interpretaties van de Bijbel daarover zijn. We praten met de leerlingen over drie gangbare opties: je blijft alleen, je gaat voor een relatie, liefde en trouw of je bent zoekende. Zo’n grote beslissing moet ieder zelf nemen.”
Onderdeel van de methode is een gastles van een gereformeerde homo. Tijdens proeflessen vroegen leerlingen regelmatig of Daverschot een vriend heeft. „Dan vertel ik eerlijk over mijn relatie, dat het niet zomaar iets is, dat daar een lang proces aan vooraf is gegaan en dat ik mij ook wel eens afvraag of dit goed is in relatie tot God. Het huwelijk is bedoeld voor de man en vrouw. Maar wat nou als diegene waar je zoveel van houdt van hetzelfde geslacht is? Moet je dan de rest van je leven alleen blijven? Hoe zou dat zijn? Daar laat ik de leerlingen kritisch over denken.”
„Die ontmoetingen maken grote indruk op jonge christenen”, zegt Huib Van Leeuwen, voorzitter van GRIP. „Ze hebben vaak verkeerde associaties bij homoseksualiteit, gebruiken het woord homo als stopwoord zonder te beseffen hoeveel impact dat kan hebben. Door onze lessen hopen we dat ze genuanceerder gaan denken en spreken.”
Homoseksuele scholieren worden vaak gepest en voelen zich onveilig op school, blijkt uit eerder onderzoek van de onderwijsinspectie. Van Leeuwen is zich daar nog meer van bewust sinds hij homoseksuele oud-leerlingen op bezoek kreeg die hun ervaringen open uit de doeken deden. „Ik ben ervan overtuigd geraakt dat negeren van homoseksualiteit geen optie is.”
Dat homoseksuele jongeren ook op de gereformeerde school welkom zijn, is voor veel ouders een pijnlijk punt. Een enkeling wil niet dat zijn kind de omstreden lessen bijwoont. „Ouders zijn bang dat het hek van de dam is, dat we uitspraken doen over de ethische kant van homoseksualiteit. Dat is niet zo. We hebben het er alleen over. Dat kunnen ouders eng en confronterend vinden maar het is niet reëel te zeggen dat homoseksualiteit bij ons niet voorkomt. Dat komt wél voor. Op elk van de vier gereformeerde scholen werken homoseksuele docenten en zijn er leerlingen met homoseksuele gevoelens. Ook deze jongeren gunnen wij een goede schooltijd, zij mogen er zijn.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
De lesmethode ’Homo in de klas’ wordt geïntroduceerd op de vier gereformeerde middelbare scholen in Nederland: Gomarus College in Groningen, Greijdanus College in Zwolle, Guido de Brès in Amersfoort en GSR in Rotterdam. De lessen zijn gemaakt voor derde klassers van havo en vwo. Begin volgend jaar zullen ook vmbo-leerlingen ermee kennismaken. Met subsidie van minister Plasterk (onderwijs) werkt ContrariO samen met twee andere christelijke homo-organisaties aan een lesmethode voor protestants-christelijke scholen.







Stuur artikel door