Tamils mogen eindelijk weg uit de kampen
Sri Lankaanse vluchtelingen verlaten een vluchtelingenkamp in Vavuniya. © FOTO AFP
De vluchtelingenkampen in Sri Lanka gaan dicht. Dat betekent dat 127.200 vluchtelingen weg mogen. Maar waar moeten ze heen?
Sri Lanka heeft gisteren de meer dan honderdduizend vluchtelingen toestemming verleend de overvolle opvangkampen te verlaten. Onduidelijk is nog of ze allemaal daadwerkelijk naar hun huizen – zo die niet verwoest zijn – mogen terugkeren.
Volgens de militaire woordvoerder brigadier Udaya Nanayakkara hebben 7.200 mensen toestemming gekregen te vertrekken. Dat betekent dat er nog altijd 120.000 mensen in de kampen zitten. Het is formeel de bedoeling dat de kampen tegen eind januari worden gesloten.
De vluchtelingen behoren tot de minderheidsgroepering van de Tamils en werden tegen hun wil vastgehouden. Anderhalve week geleden kondigde de regering aan de vluchtelingen vanaf 1 december te laten vertrekken en de kampen per 31 januari te sluiten. Volgens mensenrechtenorganisaties is de langdurige detentie bedoeld om hen te straffen voor de daden van de Tamil Tijgers.
Een deel van de Tamilvluchtelingen zit al twee jaar in opvangkampen, maar de meesten bivakkeren er ’slechts’ een half jaar. Velen zijn er heen gevlucht dan wel gedwongen naar overgebracht in de laatste ronde van de bloedige oorlog, eerder dit jaar.
De Tamiltijgers, die streefden naar een thuisland voor de Tamilminderheid (zo’n 8 procent van de bevolking) in het noorden van het eiland, werden in mei dit jaar na ruim 25 jaar strijd verslagen (zie kader). Maar de autoriteiten bleven het gros van de vluchtelingen vasthouden in de kampen, achter prikkeldraad en bewaakt door soldaten. Volgens de regering was dit nodig omdat de Tamils eerst gescreend moesten worden op mogelijke banden met de rebellen, en omdat de landmijnen rond hun dorpen moesten worden verwijderd voor ze konden terugkeren.
Hulporganisaties konden slechts onder zware beperkingen in het kamp werken. Journalisten en andere pottekijkers werden veelal geweerd. Degenen die het kamp in mochten of spraken met vrijgelaten vluchtelingen, berichtten over overvolle kampen, schrijnende sanitaire omstandigheden, totaal gebrek aan medische hulp, verhalen over ontvoeringen, het ronselen van kindsoldaten en verkrachtingen. Kritiek was niet welkom. Zo werd Unicef-woordvoerder James Elder uitgewezen nadat hij de situatie van de kinderen in een van de kampen had beschreven als „onvoorstelbare hel”.
Tijdens de laatste weken van de oorlog dit voorjaar werden sommige kampen direct onder vuur genomen, zowel door de regeringstroepen als door de Tamilstrijders. Mensenrechtenorganisaties betichtten Sri Lanka er ook van zo’n twintigduizend mensen gevangen te houden zonder enige vorm van proces, omdat zij tot de Tamiltijgers zouden behoren.
Onder zware druk vanuit het buitenland – de EU dreigde onder meer met financiële sancties en de hulporganisaties dreigden alle hulp te staken – stemde Sri Lanka in om het tempo van de vrijlating van de vluchtelingen te versnellen. De afgelopen maand mocht ongeveer de helft naar huis terugkeren. De overigen kunnen zich nu registreren en zouden vrij zijn te vertrekken.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Het conflict tussen de Singalezen en Tamils stamt al uit midden vorige eeuw, toen Sri Lanka onafhankelijk werd van de Britten. In de koloniale tijd genoten de Tamils bevoorrechte posities, maar dat veranderde rond 1956 toen de Singalese regering het Singalees verhief tot de enige officiële taal. Later kwamen er meer discriminerende maatregelen. De Tamiltijgers begonnen de gewapende strijd voor een eigen staat in 1983 en hadden in hun hoogtijdagen grote delen van het noorden en oosten van Sri Lanka in handen.
De laatste drie jaar heeft het regeringsleger de Tamiltijgers gestaag weten terug te dringen tot een stuk strand in het noordoosten, waar ze in een laatste offensief in mei van dit jaar verslagen werden. De 26 jaar durende strijd kostte 70.000 tot 100.000 mensen het leven. Bij het slotoffensief zouden 20.000 mensen zijn omgekomen.




Reacties (1)
"Hulporganisaties konden slechts onder zware beperkingen in het kamp werken. Journalisten en andere pottekijkers werden veelal geweerd". Dit lijkt uiteraard vreselijk wreed vanuit onze comfortabele Europese huiskamers, maar ik heb meer begrip voor de autoriteiten van Sri Lanka dan voor de pottekijkers. De bemoeizucht van hulporganisaties die over elkaar heen buitelen om met de eer te strijken om zo de financiële steun te krijgen om hun bestuurders goed te kunnen betalen en de journalisten zijn geïnteresseerd in het extreme en sparen kosten nog moeite om dit zodanig uit te vergroten dat ze evenredig worden betaald voor hun reportages.
Bukowsky, Santiago op 02-12-2009, 09:43
Plaats een reactie
Stuur artikel door