Angst regeert Afghaanse bestuurders
(Novum/AP) - In de twee jaar dat hij gouverneur was overleefde Arsalah Jamal vier tegen hem gerichte zelfmoordaanslagen. Een daarvan werd gepleegd toen Jamal een ziekenhuisvleugel opende. De dader was vermomd als arts. Twee keer reden bomauto's in op zijn konvooi. Een andere keer overleefde Jamal een aanslag tijdens de begrafenis van een vermoorde collega-gouverneur.
De 45-jarige Jamal bleef steeds ongedeerd, maar desondanks stapte hij eind vorig jaar op als gouverneur van de oostelijke Afghaanse provincie Khost en vertrok hij met zijn gezin naar Canada. Dat was een overwinning voor de Taliban, die door bestuurders te intimideren en vermoorden het gezag van de Afghaanse regering proberen te ondermijnen.
Het aantal moorden is dit jaar gestegen. Op meer dan honderd overheidsvertegenwoordigers en stamoudsten die de regering steunen zijn aanslagen gepleegd en ongeveer de helft kwam daarbij om het leven. De Taliban zaaien hiermee angst en ondermijnen de toch al zwakke regering. Door de moorden wordt het steeds moeilijker geschoolde en competente mensen bereid te vinden een bestuursfunctie te bekleden.
"De Taliban weten dat als je één overheidsvertegenwoordiger vermoordt, je tien anderen voor die post afschrikt", zegt Jamal, die dit jaar naar Kabul terugkeerde om zich in te zetten voor de verkiezingscampagne van president Hamid Karzai.
De angstzaaierij van de Taliban draagt eraan bij dat de veiligheidssituatie in Afghanistan verslechtert. Er zijn dit jaar ook meer buitenlandse militairen dan ooit gesneuveld. De Amerikaanse president Barack Obama staat voor het besluit of hij meer militairen naar het land moet sturen. De opperbevelhebber van alle buitenlandse troepen in Afghanistan, de Amerikaanse generaal Stanley McChrystal, zegt in een vertrouwelijk rapport dat de missie in Afghanistan gedoemd is te mislukken als er niet binnen een jaar extra troepen worden gestuurd. Maar troepenuitbreiding heeft volgens McChrystal alleen zin als de Afghaanse regering erin slaagt het vertrouwen van de bevolking te krijgen.
Sinds de in augustus gehouden presidentsverkiezingen heerst in Afghanistan een politieke impasse. Er zijn honderden klachten ingediend over fraude, waaraan met name het kamp van Karzai zich schuldig lijkt te hebben gemaakt. Veel Afghanen geven de regering de schuld van de wijdverbreide corruptie en de opleving van de opstand. Het grootste deel van het land beschikt nog altijd niet over basisvoorzieningen als riolen en elektriciteit. De volgende regering staat voor de enorme taak daar verandering in te brengen en de moorden op overheidsdienaars maken het er niet makkelijker op.
De angst het doelwit te worden van een aanslag weerhoudt veel lokale bestuurders ervan in contact te treden met de mensen die ze moeten dienen. Op verschillende plaatsen in het land kreeg Associated Press van bestuurders te horen dat ze weliswaar lijfwachten hebben ingehuurd, maar nog altijd de provincie niet in durven, omdat de opstandelingen het daar voor het zeggen hebben.
De Taliban proberen met name het gezag van het lokale bestuur te verzwakken, zegt Sami Kovanen, analist bij de Tundra Group, die het geweld in Afghanistan in kaart brengt. "Vervolgens voeren ze de sharia in en installeren ze hun eigen schaduwbestuur", zegt hij.
Begin september werd de tweede man van de Afghaanse inlichtingendienst, Abdullah Laghmani, slachtoffer van een zelfmoordaanslag die werd gepleegd toen hij een moskee in de provincie Laghman verliet. Behalve Laghmani kwamen nog 22 mensen om het leven.
"Als je eenmaal een overheidspost bekleedt heb je veel vijanden", zegt Jamal. "Mijn dochters konden niet naar school. De leraren zeiden tegen me dat de hele school gevaar liep door mijn dochters."
Op een bewaakte binnenplaats waar parkieten tsjilpen in hun kooien telt Jamal op zijn vingers de moorden die vorig jaar in Khost op overheidsdienaars zijn gepleegd: een van zijn districtshoofden kwam om het leven bij een bomaanslag, een rechter werd doodgeschoten, een ander districtshoofd werd het slachtoffer van een zelfmoordaanslag, na er in 2008 een te hebben overleefd.
Honderden lokale leiders zijn bedreigd. Stamoudste Khaki Jan Zadran vertelt dat leden van de machtige Haqqani-clan vorig jaar zwoeren hem te zullen vermoorden vanwege zijn lidmaatschap van de provincieraad van Paktia. Vijf maanden geleden verliet hij in verband met de bedreiging zijn dorp en nu verblijft hij in Gardez, de hoofdstad van Paktia. Daar voelt hij zich meer vluchteling dan gekozen bestuurder.
"Ik blijf niet langer dan twee of drie nachten op een plek en ik kan niet terug naar mijn dorp", zegt Zadran.
De 55-jarige Zadran behoort tot dezelfde Pathaanse stam als de krijgsheer Jalaluddin Haqqani en beiden vochten in de jaren tachtig tegen de Sovjets. Door de burgeroorlog van de jaren negentig en het regime van de Taliban raakte Zadran gedesillusioneerd. Nadat de Taliban in 2001 waren verdreven werd hij in de provincieraad gekozen, maar inmiddels is hij teleurgesteld geraakt in de overheid die hij zelf vertegenwoordigt. Iedereen vraagt steekgeld, van paspoortbeambte tot rechter, zegt hij. "Er is te veel corruptie. We hebben meer eerlijke mensen bij de overheid nodig."
Volgens Jamal is het door de tientallen jaren van oorlog die Afghanistan achter de rug heeft moeilijk om eerlijke, bekwame ambtenaren te vinden. Toen hij gouverneur was frustreerde hem dat enorm, vertelt hij. Door het geweld van de laatste tijd is het nog moeilijker geworden. Doordat zoveel mensen te bang zijn om voor de overheid te werken komen op veel posten mensen terecht die niet gekwalificeerd zijn, naar macht hongeren of gewoon hebzuchtig zijn.
Tientallen eerlijke en geschikte mensen bedankten voor een baan bij de overheid, zegt Jamal. Niet lang voor hij opstapte boekte hij een succesje: hij wist een hulpverlener over te halen om burgemeester van de provinciehoofdstad Khost te worden.
"Helaas is hij dit jaar vermoord. Hij deed het heel goed als burgemeester, maar hij werd vermoord."



Stuur artikel door