Geen meldingen over ’Marokkanen-stop’
Meldpunten discriminatie vrezen dat gewenning allochtone jongeren apathisch maakt
Marokkaans-Nederlandse jongeren klagen steen en been over discriminerende roc’s. Maar die klachten hebben de meldpunten discriminatie en de Commissie Gelijke Behandeling nog niet bereikt.
„Misschien zijn ze murw door alles wat ze in de politiek en pers over zich heen gestort krijgen”, zegt directeur Jessica Silversmith van Meldpunt Discriminatie Amsterdam. „Soms ben ik bang dat ze zó vaak gediscrimineerd worden, dat die apathische houding door gewenning komt”, zegt Grietje Uphoff van Art. 1.
Trouw berichtte zaterdag dat afdelingen van het roc van Amsterdam, een van de grootste mbo-instellingen van Nederland, worden beticht van het hanteren van een ’Marokkanen-stop’. „Er worden bij de toelating van Marokkaans-Nederlandse jongeren maxima gehanteerd. Dat is pure discriminatie”, stellen voorbereidende opleidingen en hulpverleners die een klacht indienden bij de gemeente.
Hoewel de klachten over discriminatie al langer de ronde doen, kwam er bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) of bij Art. 1 en de meldpunten nog geen melding binnen. Slechts 5 à 10 procent van de gevallen van discriminatie wordt gemeld, is de schatting. Jongeren weten de weg naar die instanties nog slechter te vinden. Ze hebben geen zin in een tijdrovende bureaucratische procedure vol papierwerk, of hebben er geen vertrouwen in. „Want hoe toon je zo’n Marokkanen-stop aan? Discriminatie staat echt niet in het papieren beleid van zo’n roc. Dus ook al is er nog helemaal geen melding: ik zou deze signalen al heel serieus nemen”, zegt Uphoff.
De CGB zou graag een melding krijgen, zegt Barbara Bos. „We hebben onlangs onderzoek gedaan naar discriminatie op de Haagse Hogeschool. Dat onderzoek zijn we uit eigen beweging gestart, na klachten op ons telefonische spreekuur. Ik zou me kunnen voorstellen dat we de Amsterdamse roc’s of zelfs de hele sector onder de loep leggen.”
Klagen over discriminatie is voor Marokkaans-Nederlandse jongeren het gesprek van de dag, ervaart Silversmith. „Zoals je het vroeger altijd over het weer had. Maar tussen klagen en melden zit een grote kloof.”
Ze ziet dat veronderstelde discriminatie voor veel jongeren een mooi excuus is niet hun best te doen op school, bij het krijgen van een stageplek of het solliciteren. „Maar of er nu wel of geen discriminatie is: het effect is hetzelfde. Die jongens zitten vast in hun marginale posities.”
Melden helpt, zeggen Silversmith en Uphoff. De CGB hielp de Haagse scholieren, bij meldpunt Zeeland kregen ze door bemiddeling zes Turks-Nederlandse scholieren terug op het roc. „Die waren zomaar, met heel wazige redenen, van school gegooid”, aldus Uphoff. „Wij behandelen bij Meldpunt Discriminatie Amsterdam met z’n drieën 800 zaken per jaar. Een Marokkanen-stop op roc’s... Daar zou ik graag dieper induiken”, zegt Silversmith.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
’Rechtsbescherming van deze jongeren is taak overheid’
Stichting Mirsab werd begin vorig jaar gepresenteerd ’als waakhond voor de rechten van Nederlandse moslims’. De handen van medeoprichter Mohammed Jabri jeuken om roc’s die een Marokkanen-stop hanteren juridisch aan te pakken: „Maar het kan niet zo zijn dat de rechtsbescherming van deze jongeren van private initiatieven moet komen. Daar hebben we de overheid voor.”
Publicist Jabri hekelt de bureaucratie van de bestaande ’discriminatiebestrijders’. „Daar hebben deze jongeren geen zin in en tijd voor. Die moeten hun opleiding gaan volgen. Het is ook van de zotte: enerzijds roepen we als samenleving Marokkaanse-Nederlandse jongeren op te kappen met irritant gedrag en vooral niet een criminele carrière na te jagen, anderzijds wordt hen de toegang tot een opleiding weggenomen, op grond van etnische afkomst. Op die manier lokken we zelf het probleem uit dat we juist willen tegengaan.
„Natuurlijk is eigen verantwoordelijkheid een goed argument, maar we moeten niet doen alsof jongeren dit besef bij geboorte al mee krijgen. Een opleiding is niet alleen vakkennis opdoen, maar ook leren hoe je met andere mensen dient om te gaan en hoe je interactie met anderen zelf vorm kunt geven. Dat zit er in verweven”, aldus Mohammed Jabri.




Stuur artikel door