Liever schaatsen op echt ijs
Duizenden Nederlanders op zoek naar bevroren plassen
Bij schaatspret in de natuur hoort warme chocolademelk, hier geschonken uit een thermoskan in het Leersumse Veld. © Jörgen Caris
In natuurreservaat het Leersumse Veld waagden de eerste schaatsers zich gisteren op het prille natuurijs.
Schaatsen op slootjes, zere enkels, regelmatig op de billen langs de kant om de veters opnieuw aan te trekken; onderweg naar de bevroren wateren van het Leersumse Veld halen Maarten van der Tuin en zijn vrouw Angeline herinneringen op aan de winters van vroeger, waarin altijd geschaatst kon worden. „Het kan tegenwoordig maar een paar dagen per jaar, dus we wagen het erop”, zegt Maarten van der Tuin. Vandaag hopen ze op zo’n nostalgische dag: met zon, een koude wind en veel ijspret met hun twee kinderen. Maar of er geschaatst kan worden op de plassen van het Leersumse Veld –een natuurgebied op nationaal park de Utrechtse Heuvelrug– is nog afwachten.
In hun handen bungelen plastic tassen met oude schaatsen. Zoon Luuk (10) en dochter Anne (8) huppelen voor hen uit. „We zijn op internet gaan zoeken naar een plek waar je op natuurijs kan schaatsen”, zegt Van der Tuin. „Er is wel een opgespoten baantje bij ons in het dorp, maar dat vind ik niks. Natuurijs is veel echter.” Na ruim een kwartier wandelen door de stille heidevelden klinkt daar dan eindelijk het holle geluid van tientallen schaatsen op het ijs.
Net als de familie Van der Tuin gokten gisteren veel Nederlanders op schaatsplezier in de natuur. Waar wel en niet geschaatst kon worden, was onduidelijk. Op het Leersumse Veld zag boswachter Jelle Bais gistermiddag zo’n duizend bezoekers af- en aanlopen. „Het ijs is nog wat onbetrouwbaar”, zegt Bais terwijl hij onderweg is om een kijkje te nemen bij de bevroren plassen. Vanmorgen heeft hij de eerste schaatsers al van de diepste plas af moeten voeren; ze waren door het ijs gezakt. „Maar morgen, als we een dag langer vorst hebben gehad, hebben we fantastisch ijs.”
Op de eerste, ondiepe plas lijkt het schaatsen prima te gaan. Kinderwagens, sleetjes, professionele noren en kunstschaatsen glijden er rondjes. Ton van der Geest heeft er al twee uurtjes training op zitten. „Het ijs is geweldig, hoewel het nog maar net kan”, zegt de schaatser terwijl hij op zijn noren naar de kant glijdt. Twee keer per week schaatst hij op de kunstijsbaan. „Maar dit is natuurlijk het leukste. Ik had uitgerekend dat het zou moeten kunnen vandaag. Dit is een bijzondere plek in het bos, het ligt in de luwte en het water is ondiep. Morgen ga ik weer.”
Tussen de vele fotocamera’s en boodschappentassen gevuld met koekjes en thermoskannen koffie, bindt Tanja Michels aan de waterkant haar twintig jaar oude ’houtjes’ onder haar bergschoenen. „Je houdt zo altijd warme voeten”, zegt ze lachend. Hele schaatstochten maakte ze op deze ijzers. „De laatste was zo’n twaalf jaar geleden. Maar ik blijf hopen op een echte tocht.”
Na een half uurtje wiebelen op het ijs doet de tienjarige Luuk zijn knellende bruine schaatsen weer uit. Zijn eerste natuurijservaring viel wat tegen. „Hoe doen die shorttrackers dat dan?”, vraagt hij teleurgesteld aan zijn vader. Die antwoordt: „Oefenen jongen, oefenen.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Wel wedstrijden, nog geen tochten op natuurijs
Overal in het land zijn schaatsclubs druk bezig met voorbereidingen voor wedstrijden, meldt schaatsersbond KNSB. Zo staan in Aldtsjerk, Nijelamer en Haulerwijk de komende dagen wedstrijden op natuurijs gepland. „De schaatskoorts is tot boven de veertig graden gestegen”, aldus Cor Brusche van de KNSB.
Tot nu toe gaat het vooral om wedstrijden op opgespoten banen of ondiep water. Voor echte toertochten is het ijs nog niet dik genoeg. De KNSB geeft deze tochten pas vrij bij een ijslaag waar duizenden mensen op kunnen schaatsen. De website www.natuurijsschaatsen.nl geeft aan welke tochten op stapel staan.





Stuur artikel door