Kanker / Asbestslachtoffer in juridisch gevecht
Consumenten klagen asbest- producenten aan
„Heel weinig blootstelling aan asbest kan al fataal zijn", zegt advocaat Bob Ruers. Steeds vaker klaagt hij asbestproducenten aan namens gewone consumenten, die slechts korte tijd met asbest in aanraking zijn gekomen en toch kanker hebben gekregen.
Vandaag verdedigt hij voor de rechtbank in Amsterdam Corrie Schokker-Hoeve, die het bedrijf Nefalit aansprakelijk stelt voor haar ziekte mesothelioom, een ongeneeslijke vorm van longvlieskanker. De ziekte, veroorzaakt door asbestvezels, heeft een zogenoemde latentietijd van dertig tot veertig jaar: de vezels zijn in de jaren zeventig ingeademd, maar blijken nu pas schadelijk. In 1972 heeft de familie Schokker de keuken verbouwd met zogenoemde Nobranda-platen. Corrie heeft alleen maar geholpen met het opruimen van de rommel.
Voorheen verdedigde de advocaat vooral arbeiders die in asbestfabrieken hadden gewerkt of in de scheepsbouw. Of een enkele vrouw, die de bedrijfskleding uitklopte en waste. Ook bekend zijn de slachtoffers die wonen in de omgeving van de Eternitfabriek in het Twentse Goor. Daar werd kankerverwekkend afvalmateriaal jarenlang weggegeven. De hele omgeving – paden, erven en wegen – is opgehoogd of verhard met dit materiaal.
De laatste twee jaar heeft Ruers zeven particulieren verdedigd. Hij ziet alleen de gevallen in zijn praktijk, maar gezien de grote hoeveelheden asbestmaterialen die tussen 1960 en 1980 door consumenten zijn gebruikt, is het volgens hem aannemelijk dat nog veel meer slachtoffers uit die hoek komen. Ruers: „De fabriek in Goor had een jaarproductie van tien miljoen vierkante meter en dat hebben ze dertig jaar volgehouden.”
Het aantal patiënten met mesothelioom is in veertig jaar tijd toegenomen van vijftig naar vierhonderd per jaar. De verwachting is dat dit aantal nog toeneemt, met een piek tussen 2015 en 2021.
Sinds 1993 is het in Nederland verboden asbesthoudende producten te maken of toe te passen en sinds 2005 geldt dit verbod in heel Europa. Maar volgens Tinka de Bruin, van het Comité Asbestslachtoffers, zit het nog overal. „Op daken, in vloerbedekkingen, in scholen. Nog steeds komt er asbest vrij bij branden.”
Wat haar rechtszaak betreft heeft Corrie Schokker goede hoop. Haar verhaal is vergelijkbaar met de rechtszaak die Ton Arfman in april dit jaar won. Arfman verbouwde zijn huis in 1976 met Nobranda-platen. Volgens de rechter had de fabrikant, asbestcementbedrijf Asbestona uit Harderwijk, destijds al kunnen weten dat aan het werken met asbest gevaren voor de gezondheid zijn verbonden. Omdat consumenten niet zijn gewaarschuwd, moest de firma Nefalit, (de opvolger van asbestona) 30.000 euro betalen, een voorschot op een schadevergoeding.
Ondanks dergelijke gunstige uitspraken is het werk van het Comité nog niet gedaan. De Bruin: „Eternit, moederorganisatie van alle asbestproducenten, heeft tot op de dag van vandaag niet gewaarschuwd dat asbest kankerverwekkend is. Ondanks een gunstige uitspraak van het Hof in Arnhem voor een slachtoffer uit de omgeving van Goor, wenst de firma geen vaste regeling te treffen. Ze gaan ervan uit dat elke zaak apart behandeld moet worden door een rechter. De ziekte kan heel pijnlijk en angstig zijn, maar ook zo’n rechtzaak is een lijdensweg. De bodemprocedure duurt zo’n zeven jaar. Die tijd hebben patiënten niet.”
Specifieke longtumor veroorzaakt door asbest
Longvlieskanker of borstvlieskanker (officieel kwaadaardig mesothelioom) is een specifieke longtumor, veroorzaakt door de inademing van asbest. Asbestvezels nestelen zich in de longvliezen en prikkelen de zogenoemde ’bekledende cellen’ tot zij in kwaadaardige tumorcellen veranderen. Ondanks nieuwe geneesmiddelen, die er bij een aantal patiënten voor zorgt dat de tumormassa afneemt, is er nog geen genezing mogelijk.
Kankerpatiënt Corry Schokker-Hoeve en haar man. 
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
door Maaike Bezemer
Corrie Schokker-Hoeve (67) heeft kanker door asbest. Beter wordt ze niet meer. Ze sleept vandaag de producent Nefalit voor de rechter. Ze is niet de enige.
„Ik ben dan misschien ziek, maar ook heel erg kwaad”, zegt Corrie Schokker-Hoeve (67). „Een paar families zijn schathemeltje rijk geworden van de productie van asbest. Zij wonen lekker in Zwitserland, terwijl andere mensen nog steeds worden blootgesteld aan hun producten.”
Ze wil recht zoeken, vult haar man aan. „Dan blijf ze tenminste knokken. Dat hebben we zo geleerd.”
Corrie Schokker heeft alleen maar geholpen met het opruimen van de rommel, het ‘zaagsel’. Haar vader, man en broers hebben het meeste boor-, zaag- en timmerwerk gedaan, toen de keuken in 1972 werd verbouwd met asbestplaten. Alleen bij haar is mesothelioom geconstateerd, ongeneeslijke longvlieskanker. Tot nu toe tenminste: haar vader is overleden, een broer laat elk jaar een longscan maken en haar man Piet wil het niet weten. „Ik ben zeventig en voel me goed.”
Van de asbest in de keuken is niets meer te zien, er zitten tegels voor. Over het gebruik van Nobranda-platen was destijds goed nagedacht. Het huis van de familie Schokker in Zunderdorp, net buiten Amsterdam, is voor een groot deel van hout. Corrie Schokker: „Die platen zijn brandwerend, we hebben ze echt met de beste bedoelingen aangebracht. Het werd ons zelfs aangeraden, vooral op de plek waar je staat te koken.”
Vorig jaar november had ze al moeite met fietsen, maar ze dacht dat ze het aan haar hart had. Toen de artsen haar longen onderzochten, dacht ze nog even aan longkanker, van het meeroken. „We hebben 35 jaar lang een café gehad,” verklaart Piet Schokker. „We hadden trouwens wel een goede afzuiginstallatie hoor. Omdat we zelf niet meer rookten waren we daar erg fel op.”
Schokker-Hoeve vertelde de longarts wel over de asbest in de keuken. „Maar die zei dat ik niet meteen het ergste moest denken van een keer wat rommel opruimen.”
De klap kwam hard aan toen het toch waar bleek. „Aan longkanker valt nog wat te doen, maar over asbestkanker had ik genoeg gelezen om te weten dat je daar niet van geneest.” Van haar arts hoorde ze dat patiënten na constatering gemiddeld nog een jaar tot anderhalf leven. „Vier jaar in het gunstigste geval,” voegt ze toe.
Soms valt Corrie Schokker even stil en slikt ze wat tranen weg. Eigenlijk gaat het nog redelijk met haar na alle puncties en chemokuren. „Als ik in de spiegel kijk, kan ik me niet voorstellen dat ik ziek ben.” In het begin raakte ze om de haverklap buiten adem, maar met oefeningen van de mensendiecktherapeut heeft ze haar kortademigheid redelijk onder controle. „Ik hoef niet meer halverwege de trap uit te rusten.”
Veel vrijwilligerswerk in het dorp heeft ze moeten opgeven. Ze komt alleen nog in het Amsterdamse BovenIJ ziekenhuis, om patiënten naar de wekelijkse kerkdienst te begeleiden. „Het is mooi dat die mensen na afloop even met je kunnen praten. Soms kom ik ook op de afdeling waar ik zelf heb gelegen tijdens de chemokuren. Pas lag er een man, die had zo'n moeite met ademhalen. Ik durfde niet te vragen wat hij had. Dat beeld van die benauwde man vergeet ik niet meer.”
Corrie Schokker heeft contact met het comité asbestslachtoffers, maar niet met andere patiënten. „Daar twijfel ik over. Ik weet wat de ziekte inhoud, het laatste eindje zal heel zwaar zijn. Eigenlijk wil ik daar nog niet mee geconfronteerd worden.”




Stuur artikel door