Nabestaanden L’Aquila eisen genoegdoening
Reddingswerkers helpen een gewonde vrouw in Onna, in de regio Aquila op 6 april.© Epa
Op 6 april deed de aarde het Italiaanse L’Aquila schudden. Ruim honderd gebouwen stortten in, 298 mensen kwamen om het leven. Hun nabestaanden willen gerechtigheid.
In de witte tent in een buitenwijk van L’Aquila is het benauwd. Tientallen nabestaanden zitten met een doffe blik in de ogen op plastic stoelen. Een paar oude vrouwen zijn volledig in het zwart gekleed; een paar jonge vrouwen verbergen hun ogen achter zonnebrillen.
Ze zijn voor het eerst bijeengekomen en luisteren aandachtig naar wat de advocate van de consumentenbond Federconsumatori hun vertelt: „Bereidt u voor op een lange juridische strijd. Ik weet dat jullie nu al concreet iets willen doen met jullie verdriet, maar reken erop dat jullie pas over vele jaren misschien een schadevergoeding krijgen.”
Wanneer de advocate klaar is met haar uitleg over de juridische weg die de nabestaanden moeten bewandelen om – mocht de rechter schuldigen veroordelen – een schadevergoeding te krijgen, komen rauwe emoties los. Een jonge vrouw vertelt over het appartementencomplex waaronder haar zus is bedolven.
„Dat gebouw bestond uit zand met daarop een dak van gewapend beton. Er zijn dertien lichamen onder vandaan gehaald. De bouwmaterialen deugden vast niet, en ik wil dat iemand daarvoor boet.” Ze begint te huilen. „Want ik mis mijn zus vreselijk.” Een lange man staat op en zegt met een brok in zijn keel: „Ik zou voor altijd in deze tent willen wonen als ik hier samen met mijn zoon zou kunnen zijn.”
Bij veel nabestaanden gaan verdriet en woede hand in hand. Zo ook bij Antonietta Centofanti. De 58-jarige vrouw is de drijvende kracht achter de bijeenkomst. Ze is druk met het oprichten van een comité van nabestaanden dat zich partij wil stellen in de toekomstige strafzaak. Zij heeft de consumentenbond ingeschakeld voor juridisch advies.
Antonietta verloor haar neef, negentien jaar jong. Davide Centofanti woonde in het studentenhuis van L’Aquila. Dat stortte in. Antonietta heeft drie dagen en drie nachten, samen met de moeder van Davide, bij de puinhopen staan hopen. Ze buigt haar hoofd: „Hij was een van de laatsten die ze onder het puin vandaan haalden.” In het studentenhuis vonden naast Davide nog zeven studenten de dood.
Antonietta heeft niet alleen haar neef verloren. Ook haar huis – dat is ingestort – en haar werk – bij het theater dat stil ligt – is ze kwijt. Ze logeert bij vrienden en slaapt in een tent in hun tuin. Binnen slapen is te eng, want er zijn nog steeds naschokken.
Ze wijdt al haar tijd aan het comité. „Degenen die fouten hebben gemaakt bij de bouw van het studentenhuis moeten daarvoor worden gestraft”, zegt ze. „Het was duidelijk dat er iets mis was met dat gebouw. Tijdens de maanden die voorafgingen aan de aardbeving waren er al veel schokken. In de muren verschenen scheuren en de vloer van de binnenplaats zakte steeds verder weg. De studenten hadden geëvacueerd moeten worden. Dat is niet gebeurd. Het mag niet zo zijn dat uiteindelijk niemand verantwoordelijk is voor de dood van acht jonge mensen.”
Justitie in Italië is buitengewoon traag. Dat weet Antonietta. Maar het schrikt haar niet af. „Al moeten we twee jaar wachten, al moeten we tien jaar wachten. Ik wil gerechtigheid. Wij hebben allemaal pijn, een pijn die nooit zal verdwijnen. En die had voorkomen kunnen worden.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Onderzoek naar instorten gebouwen
Alfredo Rossini is de openbare aanklager van L’Aquila. Zijn kantoor is door de beving onbruikbaar geworden. Hij werkt nu in een kamertje van het politiebureau.
Op zijn schouders rust een gigantische taak. Want de aanklager doet – samen met een team van consulenten dat geleid wordt door een ingenieur – onderzoek naar het instorten van ruim honderdvijftig gebouwen, waaronder het studentenhuis.
Waarschijnlijk mondt het vooronderzoek uit in tientallen afzonderlijke strafzaken tegen huiseigenaren, aannemers, architecten en ambtenaren.
Rossini hoopt het vooronderzoek over vier maanden af te sluiten. Wanneer de rechtszaken beginnen, weet hij niet. Tegen een groepje journalisten zegt hij: „Ik hoop dat jullie tegen die tijd niet te oud zijn om daar verslag van te doen.”





Plaats een reactie
Stuur artikel door