Populist die politiek in Oostenrijk opschudde
Jörg Haider 1950-2008
Jörg Haider heeft niet lang mogen genieten van zijn comeback in het Oostenrijkse parlement. Maar zijn politieke erfenis lijkt verzekerd.
Zijn laatste interview verscheen op de dag dat Jörg Haider verongelukte, in de Karinthische Kleine Zeitung. „Niet het volk regeert, maar een handvol machtige rood-zwarte functionarissen”, zei hij daarin. Sinds de parlementsverkiezingen van eind september was Haider weer helemaal terug op het politieke toneel, en hij genoot met volle teugen. Tot hij zaterdagochtend vroeg een onhandige inhaalmanoeuvre maakte en zijn auto over de kop sloeg. Hij laat een vrouw en twee dochters na.
Politieke commentatoren in Wenen benadrukten dit weekeinde vooral Haiders betekenis voor de Oostenrijkse politiek, die hij in de jaren tachtig en negentig stevig opschudde. In het buitenland gaat de leider van de Bond voor de Toekomst van Oostenrijk (BZÖ) vooral de geschiedenis in als de man die het na-oorlogse Oostenrijk een slechte naam bezorgde met zijn lof voor Hitler-Duitsland en antisemitische en andere omstreden uitlatingen.
Een greep: Het is goed dat er in deze wereld nog fatsoenlijke mensen bestaan, met karakter – over veteranen van de Waffen-SS. Hoe is het mogelijk dat iemand die Ariel heet zoveel boter op het hoofd (Dreck am Stecken) heeft – over Ariel Muzicant, voorzitter van de joodse gemeenschap in Oostenrijk.
Haiders ouders waren beiden verstokte nationaal-socialisten, nog voor de Anschluss bij Hitler-Duitsland in 1938. Na de oorlog mocht zijn moeder enkele jaren niet meer werken als onderwijzeres; zijn vader, schoenmaker van beroep, moest massagraven van de SS openleggen.
Na een rechtenstudie en een korte loopbaan aan de universiteit begon Haiders stormloop op het politiek establishment, dat al decennia bestond uit de sociaal-democratische SPÖ en de conservatieve ÖVP. In de jaren tachtig en negentig voelden veel kiezers zich vervreemd van de politiek in Wenen – en Haider kwam als geroepen.
Als leider, toen nog, van de liberale FPÖ bracht vooral zijn kritiek op de ’verdeling van Oostenrijk’ tussen de twee grote partijen hem tot de tweede plaats bij de verkiezingen van 1999. Met zijn charme en ski-leraar-achtige uiterlijk wist hij mensen voor zich te winnen in de kroeg en op de markt; tijdens verkiezingscampagnes betoverde hij met zijn charisma hele menigten.
Daarbij speelde hij ook in op de toenemende zorg van veel Oostenrijkers over migranten en de Europese Unie. Dat de ÖVP een regering ging vormen met Haiders FPÖ viel bij veel (liberale) politici in Europa verkeerd. Israël trok zijn ambassadeur terug, de EU legde (even) sancties op, en in Nederland barstte een debat los over de ski-vakantie van de koningin in Lech.
Haiders machtsbasis lag in de conservatieve deelstaat Karinthië, waar hij in 1989 was gekozen als gouverneur. Toen hij de werkgelegenheidspolitiek van nazi-Duitsland prees, werd hij echter tot aftreden gedwongen. Maar in 1999 en 2003 werd hij herkozen. In Wenen liet hij het mee-regeren aan anderen over – uit berekening, zeggen sommigen, omdat hij wel besefte dat zijn politieke beloftes niet uitvoerbaar waren.
Onenigheid met andere FPÖ-leiders leidde tot een schisma, en tot de ineenstorting van de partij. In 2005 richtte Haider de BZÖ op. Zijn voormalige ’discipel’ Heinz-Christian Strache werd, na de afsplitsing van Haider, leider van de FPÖ. Terwijl Strache zijn leermeester rechts inhaalde, matigde Haider juist zijn toon – alweer uit berekening, om ontevreden ÖVP-kiezers te winnen.
Ook bood hij zijn excuses aan voor sommige verkeerd gevallen uitlatingen, zoals zijn vergelijking van de deportatie van de joden in de nazi-tijd met de verdrijving van Sudeten-Duitsers uit Tsjechoslowakije na de oorlog. Of hij echt spijt had, daarover verschillen de meningen.
Of de BZÖ overleeft zonder Haider is de vraag, en speculaties zoemen al rond dat zij op zal gaan in de FPÖ. Dan is de erfenis van Haider als plaaggeest van de grote partijen veilig gesteld.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.





Stuur artikel door