Gevecht om het geld voor de krimpregio’s is begonnen
De Zeeuws-Vlaamse gemeente Sluis is een toeristenstadje. Vooral Belgen komen er graag. Maar Zeeland loopt leeg, en vooral in Sluis gaat dat in snel tempo. © FOTO WERRY CRONE, TROUW
Krimpregio’s moeten dezelfde status krijgen als Vogelaar-wijken. Dit voorstel lanceerde een samenwerkingsverband van woningbouwcorporaties op de nationale ’krimptop’ in Rotterdam.
De corporaties in de Groningse krimpregio’s willen af van de verplichting geld bij te dragen om de achterstandswijken in de grote steden te verbeteren. Ook willen ze dat de extra heffing op hun winst verdwijnt. Zo willen ze geld vrijspelen om huizen te slopen en hun corporaties in financieel gezond vaarwater te houden.
Het voorstel, dat corporaties in krimpregio’s in Limburg en Zeeland als muziek in de oren zal klinken, tekent de strijd die zich aan het ontwikkelen is tussen steden die volop groeien en kunnen rekenen op extra geld en de gebieden die te maken hebben met een afname van de bevolking.
Gisteren wilde minister Eberhard van der Laan (wonen, wijken en integratie) zich inhoudelijk niet uitlaten over het voorstel. Wel is het een signaal dat de strijd om een herverdeling van de rijksmiddelen is begonnen.
Van der Laan had al eerder aangegeven, in deze krant, dat de grote steden zullen moeten meebetalen om het platteland levensvatbaar te houden. Niet alleen uit oogpunt van solidariteit maar ook vanuit de gedachte dat de stedeling in de provincie kan recreëren. Collega-minister Verburg (landbouw) gaf al een voorzetje. Zij vindt dat er geïnvesteerd moet worden in (economische) activiteiten in groene krimpregio’s, ’naast investeringen in de Vogelaar-wijken’.
Van der Laan heeft het probleem van de krimpregio’s zelf hoog op de politieke agenda weten te plaatsen met zijn alarm over toekomstige verlaten spookdorpen in Groningen, Limburg en Zeeland. Een reëel scenario volgens de minister, als de gevolgen van vergrijzing en daling van het geboortecijfer onvoldoende worden opgevangen.
De nationale krimptop bedacht Van der Laan samen met staatssecretaris Bijleveld (binnenlandse zaken). Provinciale en lokale bestuurders, vertegenwoordigers van corporaties en onderwijsinstellingen waren dan ook in groten getale aanwezig. Om het belang van de kwestie te benadrukken, waren vier bewindslieden present: Van der Laan, Bijleveld, en de ministers Verburg en Cramer (ruimtelijke ordening). Aanwezige bestuurders misten echter de ministers van onderwijs en economische zaken. Dat gevoel maakt duidelijk dat bevolkingskrimp een zaak van het hele kabinet is. In het najaar wil dat met een ’nationaal krimpbeleid’ komen.
Maar intussen is het spel om de schaarse middelen begonnen. Oud-minister Dijkstal, samen met oud-burgemeester Mans door Van der Laan gevraagd te adviseren over de krimpregio’s, pleitte gisteren dan ook voor een nationaal herstructureringfonds. Corporaties en particulieren zouden een beroep op dit fonds moeten kunnen doen als ze woningen willen slopen of als zij hun woning niet kunnen verkopen. Ook voorziet hij, net als eerder minister Van der Laan, dat wetgeving en subsidieregelingen, vooral op groei zijn gericht en niet op krimp. Dit heeft tot gevolg dat regio’s minder geld krijgen voor bijvoorbeeld scholen, zorg en welzijn, maar wel voorzieningen in stand moeten houden. Dat moet veranderen, vindt Dijkstal, waarbij hij ook pleitte voor tempo: ,,Het is zeer urgent, de krimp gaat snel.’’
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
De oorzaak van de daling van het aantal inwoners verschilt nogal per gemeente. Dat geldt ook voor de mate waarin de daling zich zal voordoen.
In Groningen zal ’stad’ bijvoorbeeld groeien, maar krijgt het omliggende platteland te maken met een dalende bevolking.
Doordat de gemiddelde omvang van de Nederlandse huishoudens per woning nog steeds afneemt, betekent een daling van het aantal inwoners in gemeenten dus niet automatisch minder vraag naar woningen. Het aandeel gemeenten in Nederland dat al voor 2025 met een daling van het aantal huishoudens te maken krijgt, bedraagt naar schatting 9 procent. Voor Nederland als geheel groeit het aantal huishoudens nog tot 2025, zo wordt verwacht.
De daling van de bevolking kan op de woningmarkt op termijn leiden tot onder andere prijsdalingen, langere verkooptijden, onverkoopbare woningen en risico's van leegstand en verpaupering.





Stuur artikel door