Rumoer over ontslagrecht gesust
Coalitie belooft weer te wachten op uitslag rapport commissie-Bakker
Donner zei in De Pers en een spoeddebat wat hij altijd al dacht: zonder soepeler ontslagrecht komen niet veel meer mensen aan het werk.
Het ontslagrecht is een precaire zaak. De Tweede Kamer hield er gisteren een spoeddebat over. Aanleiding: uitspraken van minister Donner (CDA) van sociale zaken en werkgelegenheid in het dagblad De Pers.
In een vraaggesprek met die krant maakte Donner desgevraagd nog eens duidelijk wat hij al maanden vindt: hij denkt niet dat het lukt om zonder versoepeling van het ontslagrecht heel veel mensen aan het werk te krijgen.
Maandenlang vochten de coalitiepartijen CDA (voor versoepeling) en PvdA en ChristenUnie (beide tegen) elkaar vorig jaar de tent uit. Het vierde kabinet-Balkenende bezweek er bijna aan. De (voorlopige) pacificatie werd gevonden in het instellen van een commissie die voorstellen moet doen voor een betere werking van de arbeidsmarkt, zodat meer mensen aan de slag komen.
Met zijn vraaggesprek doorbrak Donner de pacificatie. Als eerste sprong de grootste oppositiefractie erop. SP-Kamerlid Ulenbelt, mordicus tegen het creëren van ’wegwerpwerknemers’, vroeg in de nacht van woensdag op donderdag een spoeddebat aan. Goede tweede was vice-fractievoorzitter Hamer van de PvdA. Zij toonde zich gisterenmorgen vroeg voor de radio onaangenaam verrast. Donner legde een hypotheek op de commissie, oordeelde ze. Later op de dag liet ook de ChristenUnie zich afkeurend uit over de opmerkingen van Donner. De grootste coalitiefractie, het CDA, liet weten niets van alle ophef te snappen.
Tijdens het debat verzekerde Donner de dat hij op geen enkele manier de bedoeling had gehad om met zijn uitspraken de commissie onder druk te zetten. Hij onderstreepte dat de commissie (onder leiding van TNT-topman Bakker) juist een volstrekt open opdracht heeft gekregen. Maar hij herhaalde wel dat hij denkt dat het zonder versoepeling van het ontslagrecht niet zal lukken om veel meer mensen aan een baan te helpen.
Hamer en ChristenUnie-Kamerlid Cramer namen uiteindelijk genoegen met het antwoord van de minister. Zij blijven weliswaar tegen versoepeling van het ontslagrecht. Maar dat vechten ze later wel weer uit met coalitiepartner CDA, mocht het kabinet op basis van de bevindingen van de commissie-Bakker voorstellen in die richting doen.
Gisteren sloten de drie coalitiepartners opnieuw een kleine pacificatie: zolang de commissie-Bakker nog aan het studeren is, zullen ze zich onthouden van welles-nietes-discussies over (versoepeling van) het ontslagrecht.
Voor de SP was het duidelijk: de dreiging voor werknemers dat zij straks veel makkelijker kunnen worden ontslagen, blijft levensgroot bestaan. Voor VVD en D66 (beide voor versoepeling) was het ook duidelijk: van de zittende coalitie zijn geen maatregelen te verwachten, die de werking van de arbeidsmarkt verbeteren.
Deze fracties sloegen Donner en de hem vergezellende premier Balkenende om de oren met een andere passage uit het vraaggesprek. Daarin vertelt Donner hoe PvdA-vice-premier Bos en hij altijd veel plezier beleven aan het elkaar jennen met extreme voorstellen, om uit te komen bij: Zullen we maar helemaal niks doen? Volgens VVD-leider Rutte en zijn D66-collega Pechtold is geen betere typering van het kabinet denkbaar.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Donner in dagblad De Pers: „De commissie moet voorstellen doen die ertoe leiden dat in de toekomst 80 procent van de beroepsbevolking aan het werk is. (...) Als de commissie meent dat ontslagrecht daarbij geen rol speelt, dan zal ze dat zeggen. En als ze meent dat het wel een rol speelt, zal ze het óók zeggen.
Als die commissie zegt: het is wel een van de wezenlijke dingen die we moeten oplossen, dan moet ik nog zien dat die partijen zeggen: en toch doen we het niet. Die 80 procent is wel onderschreven door de sociale partners én door ons als coalitie. Als de commissie vindt dat we daarvoor iets aan het ontslagrecht moeten veranderen, dienen we dat advies serieus te nemen en wat mij betreft op te volgen.”
De minister beaamt dat híj het onwaarschijnlijk acht dat het de commissie zal lukken om genoeg mensen aan het werk te krijgen en het ontslagrecht daar helemaal buiten te laten: „Zo sta ik erin ja.”





Stuur artikel door