Hommel landt het best op ruwe bloemblaadjes
Bijzondere berichten uit de wetenschap
Een hommel klampt zich vast aan ’klittenband’ op de bloemblaadjes.
Hommels houden van ruwe bloemen. Daar kunnen ze goed op landen als ze nectar willen slurpen. Op gladde blaadjes glijden de insecten uit, schrijven Britse biologen in Current Biology.
De meeste stuifmeeldragende planten hebben bloemblaadjes waarvan het oppervlak onder de microscoop sterk gebobbeld oogt. Het was bekend dat dit komt door kegelvormige cellen. Maar waar dienen die dingen toe?
Om te testen of het reliëf wellicht het houvast van insecten verbetert, maakten de onderzoekers gladde en gebobbelde blaadjes na met kunsthars. Legden ze die blaadjes plat neer, dan vlogen proefhommels op beide even vaak af. Zetten ze de blaadjes rechtop, dan toonden de dieren een sterke voorkeur voor de ruwe versie. Tegen de gladde vlogen ze ook wel aan, maar op vertraagde beelden was te zien dat ze niet konden landen.
Onderzoekster Beverly Glover: „Het is voor hommels en bijen lastig om hun evenwicht te bewaren en zich vast te houden aan een bloem, zeker bij wind en regen. Gelukkig heeft de evolutie bedacht om bloemen uit te rusten met dit soort klittenband, zodat bijen zich kunnen vastklampen.”
Tijdens zwangerschap wordt ook vader zwaarder
Dat vrouwen tijdens een zwangerschap gemiddeld twaalf kilo aankomen, wisten we. Nieuw is dat ook aanstaande vaders zwaarder worden. Ze kweken er ruim zes kilo bij, blijkt uit een Britse peiling onder vijfduizend vaders, uitgevoerd door enquêteur Onepoll.
De mannen wijten hun extra gewicht vooral aan het feit dat hun partner extra calorieën moest eten. Er waren daardoor meer tussendoortjes in huis en er kwamen grotere porties op het bord. Vier op de tien mannen zeiden ook extra te eten zodat hun partner zich minder slecht voelde over haar gewichtstoename. Een op de vier vaders werd zo dik dat hij ’positiekleding’ moest aanschaffen.
Moeders raken hun extra gewicht overigens snel kwijt dankzij de bevalling (vijf kilo), de kraamperiode (vier) en borstvoeding (drie). Vaders moeten helaas naar de sportschool.
Een groot brein maakt dieren nog niet sociaal
Het klonk zo logisch: dieren konden in groepen gaan leven doordat ze grotere hersenen ontwikkelden. Een flink brein stelt je immers in staat om sociaal gedoe op te lossen. Maar voor carnivoren gaat deze wijsheid alvast niet op, schrijven Amerikaanse evolutiebiologen deze week in het vakblad PNAS. De deskundigen bekeken 289 levende en uitgestorven vleeseters. Bij hondachtigen bleken de hersenen inderdaad kortelings uitgedijd, wat hun sociale vermogens wellicht heeft bevorderd. Maar katten, wezels en beren hebben ook relatief grote hersenen, terwijl ze niet uitblinken in sociaal gedrag. Hyena’s en stokstaartjes, beide uitgerust met minihersentjes, zijn juist weer groepsdieren bij uitstek. De sociale-breinhypothese, ook vaak toegepast op de mens, is dus nog niet echt af.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.





Plaats een reactie
Stuur artikel door