’Besnijdenis wordt gruwelijker’
’Besnijdenis wordt gruwelijker’
Indonesië heeft vrouwenbesnijdenis officieel verboden, maar vroedvrouwen en onderzoekers signaleren juist een toename van rigoureuze ingrepen, waarbij baby-meisjes fors worden verminkt. Misschien wel omdat besnijdenis van een stamritueel uitgroeit tot een islamitisch geloofsinstrument.
Vrouwenbesnijdenis blijkt in Indonesië een moeilijk uit te roeien traditie. De regering heeft de ingreep verboden, maar voor wie hem toch uitvoert, is geen straf ingevoerd. Dat de meeste pasgeboren meisjes worden besneden, gebeurde vroeger ook al, maar de methode wordt rigoureuzer.
Deze ontwikkeling baart de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ernstig zorgen: „Het gevaar ontstaat doordat tegenwoordig wordt gewerkt met instrumenten die ervoor zijn gemaakt om stukjes weg te snijden”, zegt Laura Guarenti. Zij is als gynaecoloog verbonden aan de organisatie.
Anderhalf jaar geleden was het volstrekt normaal om een babydochter te laten besnijden. Ziekenhuizen, verloskundigencentra en geboorteklinieken adverteerden met een pakketprijs vanaf 5 euro voor het piercen van oren en het besnijden van pasgeboren babymeisjes.
Nu hangt op die plekken een verordening van het Ministerie van Volksgezondheid. Daarin staat dat besnijdenis geen gebod is in het islamitische geloof en dat het onnodig is. En bovendien dat het schadelijk kan zijn voor de gezondheid van vrouwen.
Het besnijden van meisjes is een eeuwenoude traditie in Indonesië. Speciaal aangewezen vrouwelijke genezers voerden meestal een ’symbolische’ besnijdenis uit door met kunjiwortel over de clitoris van de baby te wrijven of het ’vuil’ uit de clitoris te knijpen.
In specifieke gebieden werd het topje van de clitoris weggesneden, of zelfs de hele clitoris.
Bijna iedere vrouw in het overwegend islamitische land is ’symbolisch’ of echt besneden, een traditie die is overgegaan van moeder op dochter. De verordening van de regering bereikt niet iedere vrouw, of het nieuwe gebod wordt eenvoudigweg niet geloofwaardig geacht.
Veel ouders laten hun dochters nu buiten het ziekenhuis besnijden, ook omdat overtreding van het verbod toch niet wordt bestraft. „Mijn verloskundige weigerde mijn dochtertje Cinta te besnijden”, vertelt de jonge vrouw Suneri.
„Gelukkig was de vroedvrouw in mijn buurt wel bereid het uit te voeren.”
Volgens haar man is een besnijdenis noodzakelijk. „Op die manier vloeit het bloed samen met de zonde uit het lichaam”, vertelt hij, trots kijkend naar zijn twee maanden oude dochter. De besnijdenis van het meisje kostte Suneri en haar man ongeveer 3 euro.
Wat de vroedvrouw precies bij Cinta heeft gedaan weet Suneri niet. Ze merkte wel dat haar dochtertje moest huilen. En ze ontdekte na de ingreep een klein wondje waaruit bloed kwam.
De Australische onderzoeker Terence Hull, die jarenlang het Indonesische geboortebeleid volgt, wijdt de toename van het aantal rigoureuzere besnijdenissen aan de verdwijning van de traditionele genezeres. Deze wordt tegenwoordig vervangen door de moderne vroedvrouw. Wie zou denken dat zij zou afrekenen met de traditionele besnijdenis, komt bedrogen uit.
„De moderne vroedvrouwen hoeven beslist geen verbetering van de zorg te zijn”, constateert Hull. „Ze zijn vaak slecht opgeleid en juist zij zijn over het algemeen degenen die een veel ingrijpender besnijdenis uitvoeren.”
WHO-medewerker Guarenti ziet daarnaast een parallel tussen de toenemende ’medicalisering’ van de besnijdenis en de globalisering van de islam. Volgens Guarenti is besnijdenis een overgang aan het maken van een stamritueel naar een geloofsinstrument.
Er zijn niet veel uitgebreide onderzoeken gedaan naar vrouwenbesnijdenis in Indonesië. Zelfs gynaecologen weten weinig over de aard en de mate waarin het voorkomt.
Ook de meeste Indonesische moeders hebben vaak geen idee op wat voor manier hun dochter vlak na de geboorte is besneden.
Er zijn geen opleidingen voor besnijdenis en de vrouwen die het uitvoeren weten eigenlijk niet wat de gevolgen zijn. Het ministerie van volksgezondheid heeft niet laten onderzoeken of het verbod werkt en ook is er geen publieke campagne geweest om mensen ervan op de hoogte te stellen.
„Het is een zeer gecompliceerd onderwerp. Er moet zeker meer onderzoek worden gedaan. Maar het blijkt daarbij erg moeilijk te zijn om door de verschillende lagen van onwetendheid, mythe, verwarring en taboe heen te breken”,, meent onderzoeker Hull.
Wel is duidelijk dat meisjesbesnijdenis in Indonesië veel minder ingrijpend is dan in een aantal landen in Afrika. De gevolgen zijn minder zichtbaar en de problemen lijken minder urgent. Toch kan zelfs een klein sneetje in de clitoris er voor zorgen dat vrouwen minder makkelijk seksueel geprikkeld raken.
Een gegeven dat door veel Indonesische artsen, verloskundigen en ervaringsdeskundigen wordt tegengesproken. Het bewijs daarvoor ligt volgens hen in het feit dat vrouwen niet massaal bij ziekenhuizen aankloppen met problemen.
Het uitblijven van klachten komt volgens gynaecologe Guarenti doordat veel vrouwen die nu volwassen zijn vaak een heel minimale besnijdenis hebben ondergaan.
Guarenti: „Als vroedvrouwen doorgaan met de rigoureuzere besnijdenissen die je nu steeds vaker ziet, zullen er in de toekomst wel degelijk vrouwen met klachten bij de ziekenhuizen aankloppen.”
Daarnaast heerst er in Indonesië een taboe op besnijdenis. De meeste meisjes horen van hun moeder dat ze zijn besneden, maar krijgen niet te horen op welke manier dat is gebeurd.
„Het stelt echt niets voor,” vertelt de 63-jarige Narsah uit eigen ervaring. Ze zit op de grond van een piepkleine huiskamer. De kleindochter van Narsah is net, twee dagen geleden, besneden.
„Ik ben ook besneden en heb zonder probleem mijn kinderen gebaard”, voegt Narsah lachend toe, terwijl ze met haar nagel een kleine snijbeweging op het vingertopje van haar wijsvinger maakt om te laten zien hoe onschuldig de ingreep naar haar mening eigenlijk is.
Maar ook Narsah kan niet vertellen op welke manier haar kleindochter is besneden. Het enige dat telt, is dat het is gebeurd.
De sociale controle is hoog in Indonesië: de buurvrouwen letten op of je dochter wel wordt besneden. Even krachtig is de mythe die vertelt wat er later in hun leven allemaal wel niet mis kan gaan met dochters die niet worden besneden.
„Mensen zijn ervan overtuigd dat de besnijdenis een manier is om hun dochters ervan te weerhouden op latere leeftijd affaires te krijgen”, verklaart Siti Maskanah. Zij is hoofd van een centrum van verloskundigen in Jakarta.
Wanneer moeders in haar kliniek om een besnijdenis vragen, raadt ze dit altijd af. Toch blijven veel moeders aandringen. Maskanah en haar collega-verloskundigen nemen dan hun toevlucht tot een list.
„We nemen de baby dan mee en maken haar vagina en clitoris goed schoon. De moeder voorkomt op die manier een stigma en wij houden ons aan het verbod”, vertelt Maskanah.
Het feit dat er nog steeds besnijdenissen, ’symbolisch’ of niet, plaatsvinden, blijkt een voedingsbodem voor de rigoureuzere besnijdenissen. „Er is geen standaard, geen controle”, meent gynaecologe Guarenti van de Wereldgezondheidsorganisatie.
„Het is een kleine stap van één millimeter naar twee te gaan. De ene vroedvrouw snijdt het topje van de clitoris weg, een ander snijdt de hele clitoris weg.”
Haar werkervaring in Afrika relativeert de Indonesische besnijdenis enigszins, maar maakt haar tegelijkertijd strijdbaar voor een strikter verbod.
„In Afrika heb ik walgelijke voorbeelden van besnijdenis gezien, afschuwelijk. Zo erg is het hier niet, maar het gevaar bestaat altijd. Want niemand kan ons immers vertellen hoe ze in Afrika tot die gruwelijke besnijdenissen zijn gekomen”, zegt Guarenti.
Ze wijst er ook op dat Indonesië een verklaring heeft ondertekend die de rechten van vrouwen en kinderen beschermt.
Guarenti concludeert strijdbaar: „Besnijdenis valt onder geweld tegen vrouwen en kinderen. Zij moeten worden beschermd.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.





Stuur artikel door