Verdreven uit Burma, niet welkom in Bangladesh
Verdreven uit Burma, niet welkom in Bangladesh
Tienduizenden uit Burma gevluchte Rohingya’s leven al jaren in Bengalese vluchtelingenkampen. Het moslimvolk is een van de meest onderdrukte volkeren ter wereld. Fotograaf Eddy van Wessel bezocht de kampen.
De Rohingya in de West-Burmese Rakhine Staat behoren tot de meest onderdrukte volkeren ter wereld. In het overwegend boeddhistische Burma heeft deze moslimminderheid van 700.000 mensen vrijwel geen burgerrechten. Door het repressieve Burmese generaalsregime wordt het Rohingya-volk niet erkend en zijn daarom statenloos. Ze mogen niet trouwen of reizen zonder toestemming en mogen geen grond bezitten. Ze worden uitgebuit door de autoriteiten, regelmatig opgepakt, mishandeld of tot slavenarbeid gedwongen.
Om aan de ellende te ontkomen en hopend op hulp van geloofsgenoten vluchtten in 1978 en 1992 honderdduizenden Rohingya’s naar buurland Bangladesh. Maar ze werden niet met open armen ontvangen. De Bengalese autoriteiten beschouwen hen als illegale immigranten en velen werden teruggestuurd.
Hoewel naar schatting meer dan 100.000 Rohingya-vluchtelingen er toch in zijn geslaagd een bestaan op te bouwen in Zuidoost-Bangladesh, leven er ook tienduizenden vluchtelingen in kampen. Twee daarvan staan onder toezicht van de VN-organisatie UNHCR. In die kampen is de situatie redelijk. De vluchtelingen krijgen regelmatig water en voedsel, er zijn sanitaire voorzieningen en er is basisgezondheidszorg.
Heel anders is de situatie in het Tal-kamp bij de plaats Teknaf. Dit kamp staat op een smalle strook moerasgrond, ingeklemd tussen een weg en de grensrivier Naf. Het telt rond de duizend bouwvallige hutjes en heeft amper voorzieningen.
Zware regenval zorgt ervoor dat het overvolle kamp met zijn 7500 bewoners regelmatig onder water staat. De hygiëne is er erbarmelijk en voor Artsen zonder Grenzen reden om er vorig jaar een kliniek te openen. Ook bij het twintig kilometer verderop gelegen strand van Shamlapur, waar zo’n 2500 vluchtelingen bivakkeren, heeft de hulporganisatie een kliniekje opgezet.
Ondanks de hulp blijft de situatie van de Rohingya uitzichtloos. De vluchtelingen zitten klem tussen hamer en aambeeld. De Bengalese regering is hen liever kwijt dan rijk en in Burma worden zij gediscrimineerd en vervolgd. De meesten hopen ooit terug te kunnen keren naar Burma als de militaire junta daar verdwijnt. Maar die hoop lijkt voorlopig ijdel; de generaals zitten stevig in het zadel en de kans dat de junta ten val komt lijkt kleiner dan ooit.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.




Stuur artikel door