Ga direct naar de content

boekrecensies | non fictie
27 augustus 2001
Peter Henk Steenhuis

Toen het schip in honderdduizend stukken sprong

Toen het schip in honderdduizend stukken sprong

U bekijkt nu: pagina 1 van 3.

Willem IJsbrantsz Bontekoe zette eind december 1618 met zijn schip de 'Nieuw-Hoorn' koers naar Java. Van alle reizen die in opdracht van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) werden ondernomen, zou dit de meest memorabele worden. Niet vanwege het succes - de 'Nieuw-Hoorn' zou geen zilverstuk opleveren, geen Hollandse pepermolen vullen - maar vanwege het logboek dat aan boord werd bijgehouden, en dat later werd uitgegeven als 'Het journaal van Bontekoe'.

De 'Nieuw-Hoorn' vertrok in gezelschap van elf Oostindiëvaarders. Aanvankelijk verliep de reis voorspoedig, al verloor men de andere schepen vrij snel uit het oog. Goed, het was winter en er stond vaak een 'stijve bries', waardoor er geregeld een 'breker' binnenkwam, de ruimte onder het 'boevennet' halfvol water liep en er met 'leren emmers' flink gehoosd moest worden. Maar toch kon Kaap de Goede Hoop al na vijf maanden gerond worden.

In tegenstelling tot de voorschriften van de VOC maakte Bontekoe bij Kaap de Goede Hoop geen verversingsstop, er waren nog weinig zieken aan boord en de harde westenwind maakte het gevaarlijk de Zuid-Afrikaanse Tafelbaai in te lopen. Na overleg met opperkoopman Heyn Rol - op het schip de hoogste in rang - besloot Bontekoe door te varen. Een dubieus besluit, waarop moest worden teruggekomen toen de scheurbuik begon toe slaan.

Bontekoe ankerde bij het eiland Réunion, en later bij het nabijgelegen Madagaskar. Vers fruit en het schone water deden de gebruikelijke wonderen, de zieken knapten zienderogen op. Vol goede moed, met een aangevulde voedsel- en watervoorraad begon de 'Nieuw-Hoorn' aan het fatale deel van de reis.

Zoals Willem IJsbrantsz Bontekoe schreef, en Thomas Rosenboom schitterend hertaalde: 'Op 19 november 1619, aangekomen op 5 1/2 graad zuiderbreedte, de hoogte van voornoemde Straat Sunda, is bij het overtappen van brandewijn de brand in de brandewijn gevlogen. Ouder gewoonte was de botteliersmaat die namiddag het ruim ingegaan met een vaatje, dat hij vol wilde tappen om de mannen de volgende dag een half mutsje te kunnen schenken. Hij nam een kaars mee, en stak de houder daarvan in de bodem van een vat dat een laag hoger lag dan het vat waaruit hij tapte. Toen zijn vaatje was volgetapt, wilde hij de houder met de kaars lostrekken, en omdat die nogal stevig was vast gestoken, moest hij die met kracht uit het hout rukken. Maar er zat een dief aan de kaars, en die viel er nu af, precies in het spongat van het vat waaruit hij getapt had. Hierdoor vatte de brandewijn vlam, het vuur laaide onmiddellijk op, boven het vat uit, waardoor de bodem eruit sprong en de brandende brandewijn naar beneden het schip in liep, waar smidskolen lagen. Meteen werd er geroepen: 'Brand! Brand!'

'De botteliersmaat dacht de brand zelf al geblust te hebben, maar Bontekoe liet nog veel meer water aanrukken, net zolang tot ze geen spoor van vuur meer zagen. De kolen moeten echter zijn blijven smeulen, want na een half uur begonnen ze weer te branden. Er ontwikkelde zich een verschrikkelijke rook, en vervolgens sloeg de brand over naar de nabij gelegen olievaten. Ondertussen kropen er heimelijk mannen aan boord van de reddingssloep, zij wachtten tot ze met genoeg man waren om op eigen kracht verder te kunnen varen. Ook de koopman voegde zich onder hen. De muiters sneden de touwen door en roeiden van het brandende schip weg.'

'Aan boord van de brandende 'Nieuw-Hoorn' heerste nu angst, er werd vreselijk gekermd en gehuild. Maar ondanks alles bleven de mannen blussen, totdat de brand in het kruit sloeg. Ongeveer zestig halve vaten kruit hadden we overboord gegooid, maar er stonden er nog wel zo'n driehonderd beneden - we vlogen de lucht in, met de complete bemanning, 119 personen op het moment van de ontploffing, toen het schip in honderdduizend stukken sprong.'

'Toen het gebeurde stond ik bij de grote halstalie aan dek, en omstreeks zestig personen die het water aan elkaar doorgaven stonden recht voor de mast; die werden tezamen weggevaagd en tot moes geslagen, zodat men niet begreep waar hun lichaamsdelen of die van alle anderen gebleven konden zijn. En ik, Willem Ysbrantsz. Bontekoe, toentertijd schipper, vloog mee de lucht in.'

'Ik wist niet beter of ook ik zou daar dood blijven. Ik hief mijn handen en armen ten hemel en riep: ,,Daar ga ik, o Heer! Wees mij, arme zondaar, genadig'. Ik meende dat daarmee mijn einde gekomen was, maar bij het opvliegen bleef ik bij mijn volle verstand en ervoer ik een lichtheid in mijn hart die, zo scheen het, zelfs nog met enige vrolijkheid vermengd was - en zo kwam ik neer in het water, tussen de wrakstukken en planken van het schip, dat geheel aan duigen was.'

,,Ik ben nog steeds benieuwd hoe deze tekst tot stand is gekomen', zegt schrijver en hertaler Thomas Rosenboom in een gesprek dat deels gevoerd wordt aan boord van de herbouwde Oostindiëvaarder Amsterdam bij het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. ,,Het schip is de lucht ingevlogen, Bontekoe ligt in zee, weet zich samen met een andere overlevende nog net aan een balk vast te klampen, wordt aan boord van de sloep vol deserteurs gehesen, en heeft, zoveel staat vast, niet even de tijd gehad het Journaal uit zijn hut te pakken. Dan verstrijken er zeven jaren voordat Bontekoe terugkomt in Nederland en pas twintig jaar later verschijnt ineens 'Iovrnael, ofte gedenckwaerdige beschryvinge'. Het zou mij niet verbazen als dit geen geschreven tekst maar een door hem gedicteerde tekst is geweest, vermoedelijk aan zijn uitgever. Je leest ook aan de tekst af dat Bontekoe zich heeft willen rechtvaardigen. Het pleit natuurlijk niet voor een schipper om op zijn eerste reis naar Indië de lucht in te vliegen. Het boek heeft het karakter van een apologie.'

Mark Pieters, uitgever van Athenaeum - Polak & Van Gennep, weet uit ervaring hoe een scheepsjournaal moet worden opgesteld. Na zijn opleiding tot stuurman voer hij enige tijd op de grote vaart. ,,Ook nu worden er nog scheepsjournaals gemaakt: dorre opsommingen van windrichtingen, peilingen en kleine gebeurtenissen die zeker niet in de verhalende vorm gesteld worden die Bontekoe gekozen heeft. Het is bekend dat Bontekoes uitgever, Jan Janz Deutel, zich stevig met het boek heeft bemoeid, hij heeft het veel spannender gemaakt.'

,,Er zijn waarschijnlijk drie journaals geweest: het eerste van de heenreis is zondermeer verloren gegaan. Dan moet er een journaal zijn geweest van de reizen naar China, die Bontekoe maakte in opdracht van gouverneur-generaal Jan Pietersz Coen, en een journaal van de terugtocht.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter

Trouw Video

meer video's
Studenten maken documentaire over Haïti
Historische krant

Illegale Trouw

Hier kunt u alle landelijk verspreide edities van Trouw lezen die tijdens de Tweede Wereldoorlog illegaal werden gedrukt en verspreid.