Jokinen back in town
Jokinen back in town
Deze week was de Amerikaanse stedenbouwkundige David A. Jokinen weer even terug in Den Haag. Hoewel de emoties minder hoog opliepen dan 35 jaar geleden, zorgde de kortstondige aanwezigheid van de Master City Planner toch nog voor enige opwinding in het wereldje van stedenbouwers en architecten. Een debat met en over David Jokinen, georganiseerd door de Haagse DeBatterij, trok dan ook meer belangstellenden dan het beschikbare aantal stoelen in de zaal van de nieuwe VNO-toren boven de door Jokinen zo vermaledijde Utrechtsebaan.
Als 26-jarige legde Jokinen in 1962 een in zijn eenvoud verbluffend stedenbouwkundig concept voor Den Haag op tafel dat insloeg als een bom. In 1959 was hij naar Nederland gekomen, waar hij aan de slag ging bij het Bureau voor het nationale plan. Later ging hij naar de Planologische dienst van de provincie Zuid-Holland. In die laatste functie kreeg hij het verzoek op zeer korte termijn zijn licht te laten schijnen over een stedenbouwkundig plan voor Den Haag. Rijk, provincie en gemeente hadden daar zeventien naoorlogse jaren op gezwoegd.
Dat plan hing als los zand aan elkaar; iedereen werkte in zelfstandige republiekjes langs elkaar heen, hield hij deze week zijn gehoor voor. Jokinen stapte destijds op de fiets en reed heel Den Haag door. Hij huurde op Ypenburg een vliegtuigje om vanuit de lucht de structuur van de stad beter te kunnen doorgronden.
Twee weken later lag het plan-Jokinen op tafel. Het station Staatsspoor (nu Centraal Station) verdwijnt: de twee stations dateren uit de vorige eeuw, toen twee maatschappijen elkaar beconcurreerden. Het spoor uit Utrecht gaat naar Hollands Spoor en het lege tracé naar Staatsspoor wordt een autoweg met twee keer de capaciteit van de dan overbodige Utrechtsebaan. Ook het (alweer gedeeltelijk afgebroken) Prins Bernhardviaduct kan op de tekentafel blijven. Teinreizigers worden vanaf Hollands Spoor per monorail naar het winkelgebied met de warenhuizen gebracht.
Rijk en spoorwegen zijn fel tegen, kranten koppen in die dagen over veldslagen achter de schermen. Het plan-Jokinen verdwijnt van tafel, volgens de bedenker omdat hij dertig jaar te jong en drie rangen te laag was. Hoewel deze week zijn betoog vooral amusant was, haalde hij ook nog wel een paar keer uit. Naar de Utrechtsebaan bijvoorbeeld: “In de spits een vijf kilometer lange parkeerplaats; een rivier met aan het eind een zwembad.” En naar de tunnel in het tracé van de HSL: “Ik ben vóór het Groene Hart, maar wie bouwt nou voor 800 miljoen gulden een tunnel voor koeien? Absolutely flauwekul.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.




Stuur artikel door