Ga direct naar de content

Krantenarchief
18 november 1995
JOOP BOUMA

EEN OEDIPALE VADERMOORD

EEN OEDIPALE VADERMOORD

Hans Otto Theodoor (Theo) Finkensieper, ex-kinderpsychiater, is woensdag vrijgelaten na een gevangenisstraf van zes jaar wegens seksueel misbruik van meisjes die opgenomen waren in de jeugdpsychiatrische inrichting De Lingewal in Zetten. Theo Finkensieper heeft gebroken met zijn bezieling: het opvoeden van ernstig ontspoorde pupers. Zijn boeken over psychiatrie heeft hij verkocht. Hij heeft een nieuwe hartstocht, schilderen met olieverf. De jaren van bezinning en reflectie achter gevangenismuren hebben zijn visie op de strafzaak echter niet aangetast: “Ik ben ten onrechte veroordeeld. Maar ik huiver voor de slachtofferrol. Ik wil niet verworden tot een oude, zeurende man die nog maar één gespreksonderwerp heeft: het onrecht dat hem is aangedaan. Daar pas ik voor.”

Geen spat veranderd. Datzelfde baardje, die beweeglijkheid, dat vlugge praten. 'De Mengele van Zetten', 'Pavlov in de Betuwe'. Verguisd, afgebrand, uitgestoten. De psychiater die niet van zijn pupillen afbleef. Hij ontkent het nog steeds. Maar wil tegelijk de ex-patiënten die aangifte tegen hem deden, niet van liegen betichten. “Ik zeg niet dat ze hun aangiften hebben verzonnen. Maar het is niet gegaan zoals zij zeggen. Het is een net geweest waarin we verstrikt zijn geraakt. Ik noem het een botsing van geheugens, van reconstructies.”

We spreken elkaar in het café van de openbare bibliotheek in Almelo. Aan tafeltjes rondom proberen bezoekers flarden van het gesprek op te vangen. Steelse blikken naar die iets gedrongen man, die over zijn gevangenisstraf en over zijn ingewikkelde relatie met zijn geboortedorp Zetten praat op een toon alsof hij het over het weer heeft.

Hij is opgeruimd, bij tijden vrolijk, anders dan in de periode van de strafzaak. Het stigma van de ex-delinquent, die zich onzeker en achterdochtig voorbereidt op de terugkeer in een hem vijandig gezinde burgerwereld, krijgt schijnbaar geen vat op Theo Finkensieper.

“Ik voel me geen verslagen mens. Ik vind dat ik onterecht gezeten heb, maar ik ben geen slachtoffer. Ik heb iets meegemaakt wat weinig mensen meemaken, maar daar moet ik overheen zien te komen. Ik heb het verteerd, denk ik.”

Zeker geen vervelende tijd geweest, daar in strafgevangenis Norgerhaven. “Nou ja, het was wèl een gevangenisstraf. Maar slecht heb ik het er niet gehad, hoewel de straf heel lang duurde. Ik heb geprobeerd mezelf bezig te houden. Ik heb in m'n cel filosofie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Elke avond een paragraaf Heidegger gelezen. Ik had een grote vrijheid. 's Ochtends ging de deur van m'n cel open en ik hoefde eigenlijk alleen maar te zorgen dat ik 's avonds op tijd weer op m'n cel was. Het had ook iets prettigs, weten dat als de telefoon ging, dat dat beslist niet voor jou was. Ik hoefde niet eens aan eten en drinken te denken. Alles wordt volgens een vast stramien vóór jou gedaan. Je hebt totaal geen sociale verantwoordelijkheid. Je hebt niks meer, en dat ervoer ik als een bevrijding. Tijdelijk, in ieder geval. Het was een soort monnikenbestaan van lezen en schilderen.”

De laatste maanden zat hij in de open inrichting Niendure in Almelo. Na het gesprek rijden we naar zijn gevangenis, een verbouwde villa, veilig ver buiten de bebouwde kom. Hij haalt foto's van zijn schilderijen van zijn kamer. Naïeve werken, warme kleuren. Typisch gevangeniskunst, tralies, binnenplaatsen, verweerde deursloten. Veel gevoel voor de details. Ook figuratieve voorstellingen. Hij laat een foto zien van een schilderij van drie gezichtloze gestaltes in toga, met op de voorgrond een naakte man op handen en knieën. Een rood stempel op het lijf: '6j', zes jaar, de straf die hij uiteindelijk kreeg. Hij stuurde het schilderij op aan Winnie Sorgdrager bij haar installatie als minister van justitie. Tijdens de behandeling van zijn hoger beroep voor het gerechtshof in Arnhem trad Sorgdrager op als procureur-generaal. “Ik heb een aardig briefje van haar teruggehad.”

De detentie heeft hem niet geknakt. Zedendelinquenten hebben het zwaar in de bajes, ze zijn een makkelijk doelwit voor mishandeling en intimidatie. Finkensieper wist dat hij nog een extra handicap had: hij was psychiater, geen populair beroep onder gevangenen.

Uiteindelijk viel het erg mee. “In de eetzaal stonden ze in het begin wel eens op als ik bij ze aan tafel schoof. 'Ik wil niet met jou aan tafel zitten', werd er dan gezegd. Ik zei dan: 'Dat is prima. Dat is mijn probleem niet. Als je mij niet moet, moet je vooral gaan'.” Tot fysiek geweld is het eigenlijk nooit gekomen. “Ja, als er een nieuwe gevangene kwam, wilde zo iemand wel eens bravoure tonen en gaan schelden. 'Hé Finkensieper, jij bent gek op kleine kutjes, hè'?' Ik liep dan recht op zo'n vent af, beetje dreigend, dan ging ik 'm op het laatste moment straal voorbij. Daarna was het over. Ik heb nooit echt last gehad. Ik zou ook niet bang geweest zijn om te vechten. Dat voelen ze. Zedendelinquenten vertonen vaak een wat angstig gedrag, dat heb ik niet.”

Toen hij in Norgerhaven voor het eerst wilde gaan werken in de boekbinderij en drukkerij, brak er een staking uit onder de gedetineerden. Moordenaars, fraudeurs, drugsdealers en verkrachters wensten niet met de ex-psychiater in één ruimte te verblijven. “Een hele toestand is dat geworden. De directie heeft moeten ingrijpen. Zoiets was nooit eerder gebeurd.”

Hij merkte nogmaals hoe groot de weerstand was, toen hij in Utrecht wilde meedoen aan een expositie van schilderijen van gedetineerden. Z'n medegevangenen dreigden hun werk terug te trekken. “De directie van Norgerhaven haalde bakzeil. Ze zagen die tentoonstelling liever niet in het honderd lopen. Terwijl me was toegezegd dat ik mee mocht doen.” Kort daarna werd zijn werk, buiten zijn medeweten, ook verwijderd uit het gevangenismuseum in Veenhuizen. “Niemand heeft mij ooit verteld waarom. Ik heb ze voorgesteld kippegaas om mijn schilderijen heen te zetten. Leuk toch, zo van: deze werken horen hier niet thuis. Maar ze moesten daar weg. Later heb ik in Norgerhaven nog een hele gang volgehangen met mijn schilderijen.”

Voor sommige gevangenen werd hij vertrouwenspersoon. “Ik heb voor een medegevangene liefdesbrieven geschreven. Later kwam hij dat meisje in de bezoekerszaal aan me voorstellen. Ik heb ook nogal eens gedetineerden bijgestaan voor de beklagcommissie en in negentig procent van de gevallen gescoord.”

Maar hij mocht niet meedoen aan de speciale trainingen in sociale vaardigheid die gevangenen aan het eind van hun straf krijgen. Ze vonden dat hij het niet nodig had. Hij voelt zich als een klein kind buitengesloten. “Ze zagen me als een bedreiging.”

Sinds juli had hij een baantje bij de gemeente Almelo. Groenvoorzieningen inventariseren. “Ik heb de plantsoenen in kaart gebracht. Werk van niks natuurlijk. Maar wel lekker veel buiten, met dat mooie weer van de afgelopen tijd.” Hij kent na vijf maanden plantsoenendienst feilloos de weg in Almelo. Het is droevig gesteld met het openbaar groen in het Twentse stadje, concludeert hij.

Die naam. Finkensieper. Nee, nooit overwogen 'm maar te veranderen. Hij zou dat als verraad zien aan zijn vader. Ook zijn vijf kinderen voelen daar niets voor. Het is destijds misgegaan toen hij op televisie in een praatprogramma bij Paul Witteman verscheen. Hij besloot zijn naam voluit te laten noemen. Niet 'F.' of 'dokter F.'. Hij vond dat 'ie onschuldig was en dat een initiaal juist het tegendeel suggereerde. “Maar na die uitzending is de hele pers me Finkensieper gaan noemen, terwijl je zo'n naam op tv zo weer vergeet, maar als 'ie in alle kranten gedrukt staat, vergeet niemand 'm meer.” Hij heeft geen goed woord over voor de media, die - ook volgens zijn advocaat - de verhalen van de ex-pupillen breed uitmeetten, maar zijn kant van het verhaal negeerden. “Ik ben gewoon voer geweest, emotioneel voer. En ik ben het nòg.”

Hij merkt dat de mensen om hem heen verstarren als hij in winkels zijn naam noemt. “Het maakt me niet uit, ik ga er niet geheimzinnig over doen. Ik ga niet fluisteren of zo.” Op zijn tijdelijke werk nam hij gewoon de telefoon op met: 'Finkensieper, Groenvoorzieningen.' “Het heeft ook wel iets makkelijks, mensen moeten meteen hun positie bepalen. Ze krijgen niet de kans op voorhand al te zeggen: met die man wil ik niks te maken hebben.”

De naam Finkensieper, onlosmakelijk verbonden met de Heldringstichtingen in Zetten, was voor de gemeente Valburg in 1991 niet langer houdbaar. Op verzoek van drie gezinnen die aan de laan woonden en het stichtingsbestuur werden de bordjes verwijderd. Hij is er nòg verbolgen over. “De laan was genoemd naar mijn vader.”

De relatie met Zetten, het dorp waar hij werd geboren, naar de lagere school ging en na zijn studie terugkeerde als kinderpsychiater, houdt hem nu nog het meest bezig. “Ik kan eigenlijk niet meer komen in het dorp waar ik ben opgegroeid. Dat zijn rare dingen, waar ik nog niet klaar mee ben. Het dorp is gespleten, nog steeds. De helft staat aan mijn kant, de andere helft aan de kant van de aangeefsters.”

Achteraf kan hij het moment waarop het volgens hèm fout ging, nauwkeurig bepalen. “In 1985 ben ik behandelend directeur geworden voor de hele inrichting. Dat had ik nooit moeten doen. Ik had gewoon psychiater moeten blijven bij De Lingewal, een afdeling van de Heldringstichtingen. Op een gegeven moment had ik alle touwtjes in handen. Alle macht bij de behandeling van de pupillen was verenigd in één persoon. Ik woonde op het terrein, ik was een soort pater familias, er heerste een gezinssfeer, pupillen kwamen bij ons aan huis. En ik deed alles zelf. Ik nam de besluiten tot isolatie van pupillen, ik stuurde ze door naar andere inrichtingen. Dat roept reacties op. Het was één grote draaikolk, waarin alles verzonk. Dat was niet goed. Ik had moeten opstappen.”

Maar hij bleef. Amper vijf jaar later stond hij voor de strafrechter. “Dat het bestuur van de Heldringstichtingen mij heeft ontslagen, kan ik billijken. Het was immers bekend geworden dat ik buitenechtelijke kinderen had en je kunt je afvragen of je dan nog in zo'n positie naar behoren kunt functioneren. Maar voor een strafrechtelijke vervolging was er geen enkele reden.”

De officier van justitie vond van wel. Het is moeilijk de getuigen niet te geloven. Het waren schokkende verhalen, die op tal van punten met elkaar overeenkwamen. “Jazeker, maar ik denk dat als ik zou kunnen vertellen wat mijn verhaal was, dan zou het moeilijk zijn mij niet te geloven. Het strafrecht is te grofmazig, is beslist ongeschikt voor zedenzaken. Dat is aan alle kanten gebleken. En in mijn zaak heeft de rechter zich uitsluitend gebaseerd op de processen-verbaal. Er is geweigerd de aangeefsters op te roepen, of hun dossiers op te vragen. Daarom stappen we ook naar het Europese Hof van Justitie in Straatsburg. We moeten het nu afmaken. Als ik zou stoppen, zouden ze zeggen: hij durft niet meer. Ik vind dat ik geen eerlijk proces heb gehad.”

Geen wrok dan? Niets? Hij haalt zijn schouders op. “Hoeveel mensen krijgen de kans iets heel nieuws te beginnen in hun leven? Zetten was zo absorberend. Ik was mijn vader in zijn voetsporen gevolgd. In een gang ergens in een gebouw van de Heldringstichtingen hing dat rijtje portretten van patriarchen die Zetten door de jaren leidden: Heldring, Lammerts van Bueren, mijn vader. Ik was bezig in datzelfde rijtje terecht te komen. Misschien was wat er met mij is gebeurd een hele ingewikkelde oedipale vadermoord. En dan niet alleen op m'n vader, maar op al die regenten. Het was een machtig oedipaal gezelschap, hoor. Daar zijn gekke dingen gebeurd. Ze zijn nu bezig een gesloten inrichting te maken van de voormalige directeurswoning op het terrein. Dat is toch bizar. Ik heb altijd geprobeerd de boel daar open te gooien. Nu komen er hekken en bewakingscamera's. Terwijl opvoeden èn opsluiten onverenigbaar zijn.”

Hij heeft vier jaar van binnenuit kunnen zien hoe het Nederlandse gevangeniswezen functioneert. “Wat mij is opgevallen, is dat de economische wetten in de samenleving, binnen gevangenismuren onverkort gelden. Slecht werk wordt het slechtst betaald. Ze leren mensen een vak met het doel dat ze zich straks een plaats kunnen verwerven in de maatschappij, terwijl iedereen weet dat ex-gevangenen die plek nooit zullen krijgen. Ze maken mensen niet duidelijk dat leren om het leren ook heel aardig kan zijn. Het leven achter die muren is zozeer een afspiegeling van de maatschappij, dat het aan veranderingsprocessen niets, niets, oplevert. De gokkers gokken, de snuivers snuiven, de handelaren handelen. Er verandert niets. Er wordt niet gekeken naar wat mensen kunnen.”

In Norgerhaven zat Finkensieper op de IBA, de individuele behandeling afdeling. “Een deel van de gedetineerden daar was ex-psychatrisch patiënt. Ik heb daar veel gehad aan mijn studie. Heel wat gesprekken gevoerd met gedetineerden. Ik moest ook vaak psychiatrische rapporten duiden. Daar kwam me in zekere zin m'n inrichtingservaring te pas. Ik wist wat leefgroepen waren, hoe het groepsproces, de groepsdynamiek werkte.”

Hij vindt het een grof schandaal hoe er in het gevangeniswezen wordt gesold met de ter beschikking gestelden, gestoorde gevangenen die voor dwangbehandeling in aanmerking komen. “Je zag ze bij ons opknappen, die mensen met TBS. En tegen de tijd dat ze terug moesten naar het huis van bewaring, vanwege de lange, lange wachtlijsten voor TBS-klinieken, zag je ze vervolgens volkomen afknappen. Verschrikkelijk. We hebben petities geschreven naar Den Haag, maar er was geen vinger tussen te krijgen. Ze worden gewoon teruggedonderd.”

Kort nadat zijn vonnis onherroepelijk was geworden, rekende hij rigoureus af met de psychiatrie. Het Medisch Tuchtcollege èn de burgerlijke rechter verboden hem zijn vak ooit nog uit te oefenen, omdat hij op grove wijze het vertrouwen in de medische stand had geschonden. “Ach, pijnlijk? Ik heb mijn boekenkast uitgeruimd. Vijfhonderd boeken over psychiatrie, pedagogiek en psychologie verkocht aan De Slegte. Ik kreeg er nog 300 gulden voor, dat viel me mee. Er zat veel tinnef bij. Ik heb alleen het rijtje Freud nog laten staan, maar achteraf heb ik daar nog spijt van ook.”

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter
Onderwijs!

Werk en training

Wilt u zich wapenen tegen de economische neerslag? Zoek een cursus of opleiding die bij u past!

> Pedagogiek

> Didactische vaardigheden

> zorg en verzorging

Achtergrond

Dossiers op trouw.nl

Lees en bekijk de dossiers van trouw.nl voor een chronologisch nieuwsoverzicht van actuele onderwerpen en meer achtergrond bij langlopende thema's.

> Farmaceutische industrie

> Zorg & gezondheid

> Adoptie

> Midden-Oosten

Trouw Video

meer video's
Studenten maken documentaire over Haïti
Historische krant

Illegale Trouw

Hier kunt u alle landelijk verspreide edities van Trouw lezen die tijdens de Tweede Wereldoorlog illegaal werden gedrukt en verspreid.

Relitest

Doe de Relitest

Welke levensbeschouwing past bij mij? Heb ik religieuze wortels? Doe de Relitest en je weet het!