HAD HERMITE GEWONNEN, DAN SPRAK PERU NU NEDERLANDS
HAD HERMITE GEWONNEN, DAN SPRAK PERU NU NEDERLANDS
U bekijkt nu: pagina 1 van 3.
Hevige dysenterie, gebrekkige informatie van spionnen en een aardbeving. Het is de Hollandse oorlogsvloot die in 1624 probeerde het rijke zilverland Peru op de Spanjaarden te veroveren, bepaald niet voor de wind gegaan. In het zand van het woestijnachtige eiland San Lorenzo, pal voor de haven van Lima, herinneren gemummificeerde menselijke resten en flarden van uniformen nog steeds aan de mislukte aanval van de elf schepen. Peruaanse onderzoekers hopen er nu de resten te vinden van de zestig opvarenden van de Nassausche Vloot.
Maar een handjevol Peruaanse archeologen kreeg dankzij bemiddeling door de Nederlandse ambassade in Lima onlangs toch even toegang tot het eiland. De Peruaanse onderzoekers hopen met hulp van Nederland de resten te vinden van de zestig opvarenden van de Nassausche Vloot, die volgens scheepsjournalen op het eiland begraven liggen. Ook de resten van admiraal Jacques Hermite die het bevel voerde over de vloot, zouden er nog liggen. Volgens een Spaans document van 1625 zouden de in Lima gelegerde Spaanse soldaten na het vertrek van de Hollandse schepen Hermites lichaam hebben opgegraven en verbrand. Maar bewezen is dat niet.
Bij hun korte speurtocht op het eiland stuiten de Peruaanse onderzoekers deze keer alleen op een eenvoudige doodskist met losse gemummificeerde lichaamsdelen van een man. Tussen de resten bevinden zich ook flarden van een blauw-witte kiel en een stuk hemd met knopen. Ook liggen er in het zand scherven zwart flesseglas en een paar halfvergane, handgemaakte spijkers. Een van de Peruanen, Jorge Alvarez, eigenlijk een onderwater-archeoloog, is in tien jaar tijd drie keer op het eiland geweest. Bij die vorige bezoeken vond hij veel beter geconserveerde resten.
Een foto toont in een doodskist de gemummificeerde resten van een 1 meter 85 lange man met roodachtig haar, in een wit uniform waarin volgens Alvarez de naam Pettersen was genaaid. Om een enkel van de man was een zwart lapje geknoopt met het opschrift Patria et Liberté. Andere foto's tonen twee mummies zonder kist. Erg wetenschappelijk lijkt Alvarez bij zijn vorige bezoeken niet te werk te zijn gegaan. Van interessante details, zoals van de naam in het uniform en van het enkeldoekje, maakte hij geen foto's. Ook markeerde hij de resten niet zodanig dat hij ze bij het latere bezoek weer kon terugvinden. Of zijn de resten spoorloos, omdat recruten ze in een balorige bui hebben vernietigd? Dat mag niet worden uitgesloten, dus dreigt ook het laatste wat er nog ligt, te verdwijnen. Een ècht onderzoek naar de resten mag dus niet lang meer op zich laten wachten.
Tot het groepje Peruaanse onderzoekers behoort ook Guido Lombardi, patholoog-anatoom en ex-minister van volksgezondheid. Hij laat zien hoe van een hand nog vingerafdrukken kunnen worden gemaakt, zo goed zijn de resten in dit droge en zilte milieu bewaard gebleven. In het haar op een schedelfragment vindt hij een familie gemummificeerde luizen.
Volgens Lombardi is het met de gevonden resten een koud kunstje om aan te tonen of de dode inderdaad is overleden aan dysenterie, de Roode Loop volgens het in 1646 in Amsterdam uitgegeven Journael van de Nassausche Vloot. Maar een andere archeoloog in het groepje, Ruth Shadi, lid van de Nationale Archeologie Raad van Peru, protesteert wanneer Lombardi het rompstuk met de ingewanden naar zijn laboratorium in Lima wil meenemen voor verder onderzoek. Shadi vindt dat er eerst meer veldonderzoek moet plaatsvinden.
Na een klimtocht vinden we op het hoogste deel van het voor de rest kale eiland het medicynaele kruyd dat een van de opvarenden van de vloot, een Zwitser, destijds ook vond, en waar veel van het volck groote baet bij heeft bevonden. Een medewerker van Lombardi herinnert zich later hoe hij in de jaren zeventig ter gelegenheid van een feest op de marinebasis met vrienden ook naar de toen half boven het zand uitstekende piratas Holandesas ging kijken: “Had Hermite destijds gewonnen, dan spraken we nu Nederlands met elkaar.”
De elf Hollandse schepen, zwaarbewapend en met 1637 opvarenden (eters) waaronder 600 zeesoldaten, is op den 29 April uyt het Goereese-gat in Zee geloopen. De niet misse instructies van Maurits van Nassau luidden: de Spaanse zilvervloot veroveren in de haven van Arica (nu Chili) of in Callao, en vervolgens geen ander ooghmerck hebbende als de conqueste van Peru, inclusief de rijke zilvermijnen van Potosi (nu Bolivia).
Het idee daarbij was dat de Indianen en vele negerslaven in Peru de kant van de Hollanders zouden kiezen om onder het Spaanse juk uit te komen. De schepen hadden daarom drie keer zoveel handvuurwapens bij zich als het aantal bemanningsleden, alsook een enorme hoeveelheid kruit. Ook had Hermite duizenden vrijlatingscertificaten voor slaven bij zich. Maar al begin augustus ter hoogte van Sierra Leone, na het bunkeren van bedorven water op het eiland Sao Vincente, ontsteekt de roode loop aan boord van de schepen. Tussen 11 augustus en 4 september sterven er 42 opvarenden.
Op 10 september meldt het scheepsjournaal dat ook Hermite op het admiraalsschip de Amsterdam zwaar ziek te bed ligt, en dat vice-admiraal Gheen Huygen Schapendam op het schip de Delft het dagelijks bevel heeft overgenomen. Acht maanden later arriveren de schepen, met nog altijd veel zieken en een sterk verzwakte Hermite, voor de kust van Peru. Op 7 mei 1624 komt Callao in zicht. Op 8 mei onderschept de vloot een Spaanse bark, die is uitgestuurd om de Hollandse schepen te bespieden. De bemanning van het scheepje verzekert volgens het vlootjournaal dat de zilvervloot op de avond van 3 mei van Callao is uitgezeild, richting Panama. Maar er ligt nog zilver in de haven, omdat de twee galjoenen niet alles hebben kunnen meenemen.
In Peruaanse historische bronnen (Historica Maritima del Peru) heet het dat de Spanjaarden op het nippertje waren gewaarschuwd voor de komst van de Hollanders. De galjoenen kozen daarom in allerijl zee, met achterlating van een deel van het zilver.
De Hollandse schepen kwamen dus na een reis van ruim een jaar aan de andere kant van de wereld bijna exact op het moment aan, waarop ze de zilvervloot met gemak hadden kunnen overmeesteren. Op zich een waar staaltje van planning en van het juist interpreteren van de informatie van vorige Hollandse expedities in deze wateren (de Voyagie om den gantschen Aerd-kloot onder bevel van Olivier van Noort, 1598-1601, en de reis van Joris van Spilbergen, 1615-1617).
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- volgende pagina



Stuur artikel door