Ga direct naar de content

boekrecensies | literatuur
29 juli 1993
HANS ORANJE

OVIDIUS, 'METAMORPHOSEN', IN DE VERTALING VAN M.D'HANE-SCHELTEMA 'Wat ik ook probeerde te schrijven, het was een vers'

OVIDIUS, 'METAMORPHOSEN', IN DE VERTALING VAN M.D'HANE-SCHELTEMA 'Wat ik ook probeerde te schrijven, het was een vers'

Ovidius, 'Metamorphosen', vertaald door M. d'Hane-Scheltema, uitg. Polak & Van Gennep. 462 blz. - F 59,-.

Het enige aardige van de Ovidius-les waren de verhalen: Phaethon, de zoon van de zonnegod, die de kar van zijn vader bestuurt en de aarde in vlam zet, of de hevige romance van Piramus en Thisbe.

Maar na enkele maanden bleek dat Latijn van Ovidius geweldig mee te vallen. Het werd heel voorspelbaar wat bij wat hoorde, en in tegenstelling tot het proza van Caesar, dat gewoon moeilijk bleef, danste je steeds makkelijker door de verzen van Ovidius heen, omdat je de passen onder de knie had. Wel heel onaardig was dat de leraar, als je eenmaal Ovidius in je broekzak had, overging naar de echt moeilijke dichters, Vergilius en Horatius.

Van het vele dat van Ovidius bewaard is gebleven, is de 'Metamorphosen', de 'Gedaanteverwisselingen', niet alleen het grootste werk: vijftien boeken van gemiddeld ruim 800 verzen elk, maar ook het meest gelezen. Met als leidraad verhalen en legenden uit de Griekse mythologie waarin iemand of iets een andere gedaante krijgt, schreef Ovidius dit kloeke epos, dat schijnbaar in allemaal losse verhaaltjes uiteenvalt maar bij het lezen in een ruk een hecht bouwplan laat zien.

Beginnend bij het antieke scheppingsverhaal, eindigt de dichter bij de gedaanteverwisseling waarvoor het hele dichtwerk lijkt te zijn ondernomen: de ziel van de vermoorde Caesar verandert in een ster, 'een stralende komeet die langs een wijde baan een sluier / van vuur trok en sindsdien de goede werken van Augustus / aanschouwt en blij is dat de zoon de vader overtreft.'

Zo verandert de 'Metamorphosen' zelf van sierlijk spel met de mythologie in de ernst van het wereldrijk dat keizer Augustus heeft gesticht, een keizer aan wiens voeten de dichter allernederigst zijn werk als huldebetoon neerlegt. Een voor ons gevoel stuitend staaltje van vleierij door een dichter aan het adres van de man wiens brood hij eet, maar: onze onaangename gevoelens hierover zijn misschien te modern.

Die laatste en natuurlijk heel terechte opmerking staat als noot op een van de laatste bladzijden van de schitterende vertaling van de 'Metamorphosen' waarmee de klassieke literatuur in Nederlandse vertaling zojuist is verrijkt. De vertaalster, al jaren geleden bekroond met de Martinus Nijhoff-prijs voor haar vertaling van de 'Satiren' van de Latijnse dichter Juvenalis, is M. d'Hane-Scheltema.

Zij is sinds jaar en dag een begrip voor de lezers van 'Hermeneus', het blad van het Nederlands Klassiek Verbond, vanwege haar vertalingen van Griekse en Latijnse auteurs. Wat haar vertalingen betreft is 'Marietje d'Hane', zoals zij door velen liefkozend wordt genoemd, de meer eigentijdse evenknie van de dichteres Ida M. Gerhardt.

Wat direct opvalt wanneer je haar vertaling gaat lezen, is de vorm.

Omdat de 'Metamorphosen' een epos is, schreef Ovidius het uiteraard in dactylische hexameters. Die versmaat laat zich uitstekend in het Nederlands overzetten, zoals heel recent magistraal werd aangetoond door H.J. de Roy van Zuydewijn met zijn Homerus-vertalingen. Maar, zegt mevrouw d'Hane, wat geldt voor het Grieks, geldt niet voor het compacter geconstrueerde Latijn. Zij koos daarom, zoals vertalers vaak doen, voor jamben, maar dan van een bijzonder lange vorm: zeven.

Het blijkt tot de laatste regels toe een voortreffelijke keus. De zevenvoeters bieden voldoende ruimte om de details van het origineel tot z'n recht te laten komen; aan de andere kant hoeft de vertaler niet meer verzen te schrijven dan het origineel bevat, die lelijke oplossing waardoor de Komrij-vertalingen van Shakespeare vaak zo wijdlopig aandoen. Voor Latijn geldt nog sterker dat de opvullingen die dan onvermijdelijk worden, de compactheid van het origineel vernietigen.

Een prachtige vorm dus, en een soepelheid van taal die de schijnbare moeiteloosheid van Ovidius' Latijn evenaren. 'Wat ik ook probeerde te schrijven, het was een vers' verzuchtte Ovidius over de tijd dat hij nog een opleiding tot redenaar volgde. In een loopbaan als redenaar zag hij geen heil; als rhetorisch dichter bezit hij een onovertroffen elegantie. Nu het vak rhetorica, dat na de eerste wereldoorlog een roemloze dood leek te zijn gestorven, weer volop in de belangstelling staat, komt deze vertaling van de 'Metamorphosen' op een zeer goed moment.

Bij Ovidius lijkt alles spel: nooit weet je zeker wanneer hij helemaal ernstig wil worden genomen. En misschien wilde hij dat ook nooit helemaal, zelfs niet in zijn vleierijen jegens Augustus. Ook de rhetorica in eigenlijke zin is voor hem in de eerste plaats een spel: lees het dertiende boek, de redevoeringen van Ajax en Odysseus wie de wapenrusting van Achilles mag krijgen. Daar wordt zo knap met de regels van de redenaarskunst gejongleerd, en het is tegelijkertijd zo soepel, zo moeiteloos. En je wordt vanzelf bijzonder vrolijk, als je leest hoe geestig hij de 'Homerische vergelijking' parodieert, zeker in de vertaling van M. d'Hane, bij voorbeeld in het verhaal van de knaap Hyacinthus, door de god Apollo bemind en bij het discuswerpen dodelijk door de schijf getroffen:

Zoals bij 't sproeien van de tuin viooltjes of papavers, zelfs rechte lelies met hun gele tongen soms opeens omknakken en verwelkt hun kelken laten bungelen en niet meer kunnen opstaan, maar hun top ter aarde neigen, zo hangt zijn stervend hoofd ook neer; zijn krachteloze nek is hem te zwaar en ligt opzijgeknakt tegen zijn schouder.

Met zijn huis-, tuin- en keukenvergelijkingen laat Ovidius het epos glimlachen, soms schateren. Wanneer Piramus denkt dat zijn geliefde Thisbe door een leeuw is opgegeten, stoot hij zijn zwaard in zijn buik:

'Het bloed spoot hoog naar buiten, / zoals wanneer een waterleiding, als het lood niet deugt, / stukbarst en door een sissend scheurtje lange stralen water / naar buiten spuiten en de lucht doorpriemen, stoot op stoot.'

De spuitende stralen bloed kleuren de vruchten van de moerbeiboom, waaronder het drama zich afspeelt, zwart; als teken van rouw kleurt de moerbei zich nog steeds bij het rijpen zwart. Dit juweeltje van vertelkunst gebruikte Shakespeare in zijn 'Midzomernachtsdroom'. Al kende hij wellicht nauwelijks Latijn, Ovidius kende hij goed. Wie weet wordt Ovidius mede door deze vertaling van mevrouw d'Hane bij ons een even stukgelezen dichter als hij dat in de Renaissance was.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter

Trouw Video

meer video's
Studenten maken documentaire over Haïti
Historische krant

Illegale Trouw

Hier kunt u alle landelijk verspreide edities van Trouw lezen die tijdens de Tweede Wereldoorlog illegaal werden gedrukt en verspreid.