Als het niet zo tragisch was, dan was het echt hilarisch
Als het niet zo tragisch was, dan was het echt hilarisch
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Tijdens de VN-conferentie tegen racisme in Durban in 2001 lieten antiwesterse fanaten volgens Pascal Bruckner hun ware, antisemitische gezicht zien. Democratische landen, vindt de Franse filosoof, zouden weg moeten blijven bij een herhaling van deze vertoning, volgend jaar in Genève.
In september 2001 vond in de Zuid-Afrikaanse stad Durban de derde Wereldconferentie tegen Racisme van de Verenigde Naties plaats, die tot doel had erkenning te krijgen voor aan slavernij en kolonialisme gerelateerde misdaden. De organisatoren van het evenement hoopten dat de gehele mensheid deze plichtmatige gelegenheid zou aangrijpen om haar geschiedenis met berusting te aanvaarden.
Deze goede bedoelingen gingen al snel in rook op in een sfeer waarbij de slachtoffers zichzelf boven de anderen plaatsten. Er ontstond een bloeddorstige stemming jegens Israëlische organisaties en ieder ander die ervan verdacht kon worden Joods te zijn. Het aanvankelijke doel, namelijk om de de wonden uit het verleden door een soort collectieve therapie te helen en uit te komen bij nieuwe maatstaven voor mensenrechten, ontaardde in een uitbarsting van haat. Deze gebeurtenissen raakten in de nasleep van de aanslagen van 11 september, die slechts enkele dagen laten zouden plaatsvinden, al snel weer buiten beeld.
Maar het is tijd dat we hier nog eens opnieuw naar kijken. Tegen de bedoelingen van de organisatoren in werd Durban een arena met schreeuwende mensen die verwensingen naar elkaars hoofd slingerden in een soort ’komedie der verdoemden’, voor het oog van de blanke uitbuiter. „De pijn en de angst zijn nog steeds voelbaar. Via hun nabestaanden schreeuwen de doden om gerechtigheid”, zei Kofi Annan op 31 augustus van hetzelfde jaar bij de opening van de conferentie – een verbazingwekkende woordkeus voor een secretaris-generaal van de Verenigde Naties, en eerder een oproep tot wraak dan tot verzoening. De afgevaardigden op de conferentie, vooral die uit de Arabische moslimstaten, vatten het in ieder geval zo op en transformeerden het congres, samen met de Afrikaanse groep, in een podium voor antikoloniale wraak.
Het Westen, dat van nature geneigd is tot genocide, moet deze misdaden onderkennen, zo luidde de boodschap. Het moet smeken om vergiffenis en bereid zijn symbolische en financiële herstelbetalingen te doen aan de slachtoffers van zijn onderdrukking.
De emoties liepen hoog op en de woede kwam tot een kookpunt door de berichtgeving over de Tweede Intifada die met veel geweld door het Israëlische leger de kop in werd gedrukt. Het zionisme werd veroordeeld als een hedendaagse vorm van nazisme en apartheid, maar dat gold net zo zeer voor de „blanke wreedheid”, die „de ene na de andere holocaust in Afrika” had veroorzaakt door mensenhandel, slavernij en kolonialisme. Israël zou moeten verdwijnen, zijn politici zouden voor een internationaal tribunaal moeten verschijnen, vergelijkbaar met dat van Neurenberg. Er werden antisemitische cartoons verspreid en exemplaren van ’Mein Kampf’ en de ’Protocollen van de wijzen van Zion’ uitgedeeld. Onder een foto van Hitler stond geschreven dat Israël nooit zou hebben bestaan en de Palestijnen hun bloed nooit zouden hebben verspild als hij gewonnen zou hebben. Een aantal gedelegeerden werd fysiek bedreigd, er klonken kreten als „dood aan de Joden”.
Deze farce bereikte zijn hoogtepunt toen de Soedanese minister van justitie, Ali Mohammed Osman Yasin, herstelbetalingen eiste voor de slavernij, terwijl in zijn eigen land op dat moment mensen schaamteloos aan slavernij onderworpen werden. Het was alsof een kannibaal plotseling een oproep deed tot vegetarisme.
Je zou denken dat de VN na deze sinistere komedie wel heel goed zouden uitkijken alvorens deze fout nog eens te herhalen. Maar de buitengewone vasthoudendheid van dictators en fundamentalisten mag niet onderschat worden. Zij bouwden de mensenrechtencommissie van de VN om tot een platform voor hun eisen. Durban II (de Durban Review Conference) zal plaatsvinden van 20 tot 24 april 2009 in Genève en het belooft een herhaling te worden van Durban I.
De rapportages en projecten die zich de afgelopen zes jaar opstapelden stemmen niet optimistisch. Op 14 september 2007 hield Doudou Diène, de speciale VN-gezant voor racisme, xenofobie en discriminatie een speech voor de Verenigde Naties in Genève. Daarin gaf hij westerse landen herhaaldelijk de schuld van het misbruiken van 11 september voor het aanwakkeren van de meest perfide vormen van islamofobie.
Hij definieert islamofobie als een vorm van racisme die zijn wortels heeft in het eerste contact tussen christendom en islam, en wel de kruistochten en de Spaanse Reconquista: de christelijke verovering van het Iberisch schiereiland op de moslims. Hij maakt gewag van antisemitisme, antichristelijke sentimenten en andere vormen van religieuze onderdrukking, maar zijn belangrijkste mikpunt is het ’antimoslim racisme’. In heel Europa en de Verenigde Staten maken politici en intellectuelen van alle kleuren en gezindten zich schuldig aan aanvallen op de religie van de profeet. Daaronder valt ook het principe van het laïcisme – waarvan Frankrijk de grootste voorvechter is – dat „religieuze symbolen op scholen wil uitbannen”. Ook het „dreigende uitbannen van de boerka uit de openbare gebouwen in Engeland, en de stigmatisering van de sluier en de hoofddoek” zijn tekenen van een wederopstanding van de intolerantie.
Doudou Diène betreurt dat het laïcisme heeft geleid tot een „algemeen wantrouwen jegens het religieuze geloof” en hij gelooft dat het „dogmatisch secularisme” gebruikt wordt om de „vrijheid van godsdienst te manipuleren”.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina





Stuur artikel door