Productie moet nog verfijnd, maar de potentie is enorm
Het potentieel van algen is enorm, zegt René Wijffels, hoogleraar bioprocestechnologie van de Universiteit Wageningen. „In Nederland zouden we jaarlijks 20.000 liter algendiesel per hectare kunnen produceren.
Dat is flink meer dan de 1500 of 6000 liter biodiesel die je met palmolie of koolzaad oogst. Voor de Verenigde Staten is uitgerekend dat zij aan een procent van hun landoppervlak genoeg hebben om met algen hun gehele transportsector van brandstof te voorzien.”
De eerste generatie biobrandstoffen wordt gewonnen uit landbouwgewassen zoals maïs, suikerriet of koolzaad. Deze drijven echter de voedselprijzen op en hebben zelden een gunstig klimaateffect, onder andere doordat er bossen voor worden gekapt. Dat nadeel heeft de tweede generatie niet; die maakt gebruik van afvalstromen uit de landbouw, zoals houtsnippers of maïsloof.
Terwijl deze biobrandstoffen hun waarde nog op industriële schaal moeten bewijzen, lijken ze te worden ingehaald door de derde generatie, de algendiesel. Maar zo ver is het nog niet, zegt Wijffels, een van de sprekers vandaag op het algencongres. „De KLM beweert dat ze over twee jaar op algenbrandstof wil vliegen. Dat lijkt me erg optimistisch. Ik denk dat we over vijf à zeven jaar kunnen beginnen met bijmengen van diesel uit algen.”
Want onoverkomelijk zijn de problemen niet. „Maar het gaat natuurlijk nooit zoals je vooraf wilt. We hebben nog niet veel praktijkervaring met algendiesel. Het is een product dat relatief goedkoop moet zijn, dus we moeten flink op de kosten besparen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de CO2-uitstoot van bedrijven te gebruiken voor de algengroei. Maar dat is lang niet genoeg: de CO2-taks is maar een fractie van de totale kosten. En die moeten met een factor tien omlaag.”
Daarnaast kost de productie nog te veel energie. De algenbaden hebben licht en warmte nodig, het water moet worden rondgepompt. Al met al gaat er meer energie in het productieproces dan er aan brandstof uitkomt. Een kwestie van verfijning, denkt Wijffels. Als de technologen het proces helemaal in de vingers krijgen, verwacht hij dat de energiebalans positief is.
Wijffels: „Het is ook een kwestie van logistiek. Je moet veel zaken bijeenbrengen, en dus zien te besparen op het transport. Als je een productiefaciliteit in de Eemshaven neerzet, of in Rotterdam, heb je veel bedrijven in de buurt en dus veel CO2. In de woestijn zijn warmte en licht geen probleem.”
Het veelgenoemde voordeel van algen, dat ze in bassins op zee te kweken zijn en geen landbouwgrond in beslag nemen, ziet Wijffels niet zo. „Je moet dan alles in bootjes aan- en afvoeren. Misschien is het de toekomst, maar voorlopig lijkt het me lastig.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Algen groeien als kool. In 24 uur tijd verdubbelen ze hun totale massa, waarbij ze met behulp van licht CO2 omzetten in zuurstof. Een hectare algen kan zo jaarlijks wel honderd ton CO2 opnemen en 15 tot 20 ton diesel produceren.
De algen produceren een vettige film waarmee ze aan elkaar kleven en die er gemakkelijk uit te persen is. Via een relatief eenvoudig chemisch proces (veresteren) wordt de verkregen olie omgezet in biodiesel.
Daarnaast bevatten de algen suikers en eiwitten die ook winbaar zijn. Er wordt al diervoeding van gemaakt, het wordt verwerkt in vismeel en het dient als grondstof voor kleurstoffen en bestrijdingsmiddelen. Het is ook geschikt voor menselijke consumptie, zegt procestechnoloog professor René Wijffels. Het is bijvoorbeeld rijk aan omega-3 vetzuren.
Als de algen volledig worden benut, gaat het financieel rendement omhoog. Ook van de algendiesel. „Dat zie je bij alle biotechnologie: als je het proces zo inricht dat je alle producten kunt gebruiken, dan heb je meer opbrengst en geen afval.”




Stuur artikel door