duurzaam produceren / Alles wordt steeds opnieuw gebruikt
Hergebruik
Produceren zonder afval. Het principe van cradle-to-cradle verovert de wereld en Nederland. In Venlo gaan vijftig bedrijven op deze duurzame manier produceren.
Een schoen, een auto, een stoel. Alles eigenlijk. Wat zou het mooi zijn als producten aan het eind van hun levenscyclus opnieuw onderdeel worden van het productieproces. Dat is het principe van cradle-to-cradle (C2C). Ford, Nike en Volkswagen passen het concept al toe.
Het Nederlandse bedrijfsleven is ook geïnteresseerd. Zo willen vijftig bedrijven in Venlo, variërend van de industriële, de agrarische en de logistieke sector, aan de slag met cradle-to-cradle . Letterlijk betekent dat: van wieg-tot-wieg.
De gemeenten Almere en Maastricht willen het concept toepassen bij het bouwen van nieuwe woningen, waarbij het uitgangspunt is dat de huizen meer energie produceren dan ze verbruiken. Zonnepanelen en groene daken moeten dat mogelijk maken. Bovendien moeten de huizen het afvalwater zelf zuiveren, zodat het hergebruikt kan worden.
Vandaag en morgen organiseert directeur Roger Cox van de stichting ’Planet Prosperity Foundation’ in Maastricht een congres met de titel: Let’s Cradle. De stichting wil het bedrijfsleven onder andere aanzetten tot duurzaam produceren. Ook hoopt Cox het concept van C2C onder de aandacht te brengen bij de Nederlandse consument. De directeur is van mening dat C2C kan zorgen voor een industriële revolutie.
Cox: „Het concept levert twee grote voordelen op voor bedrijven: het is duurzaam en het genereert economische groei.” Hoe? „Neem bijvoorbeeld tapijtfabrikant Shaw uit de Verenigde Staten. Daar wordt tijdens het productieproces elke grondstof uit een oud tapijt gerecycled. Die wordt weer gebruikt voor het maken van een nieuw tapijt. Niets wordt weggegooid. Een cyclus zonder afval. Dat zorgt voor grote economische voordelen, omdat bedrijven niet meer afhankelijk zijn van grondstoffen.”
Maar C2C vergt wel een denkomslag voor bedrijven, benadrukt Cox. „Met name tijdens de ontwerpfase. Producten moeten opgebouwd zijn uit verschillende onderdelen. Een stoel bijvoorbeeld, moet volledig uit elkaar gehaald worden, zodat elk onderdeel weer deel uitmaakt van een nieuwe cyclus.”
Cradle-to-cradle werd bedacht door de Amerikaanse architect William McDonough en de Duitse biochemicus Michael Braungart. Bij de Zwitserse textielfabriek Rohner brachten de twee mannen in 1993 hun ideeën in praktijk. De fabriek was al jaren op zoek naar een manier om milieuvriendelijk kleurstoffen te scheiden, want strenge milieuwetgeving maakte het steeds moeilijker voor de meubelfabrikant om te overleven.
„Braungart verving chemische kleurstoffen door onschadelijke natuurproducten. De bekleding werd vervangen door weefsel dat hergebruikt kon worden”, zegt voormalig directeur van de fabriek Albin Källin.
Källin, die enthousiast werd, is inmiddels samen met Braungart eigenaar van EPEA, een bedrijf dat C2C onder de aandacht brengt. Dat lukt aardig. In de Verenigde Staten, Frankrijk, en de Scandinavische landen is het een succes. EPEA heeft zelfs fabrieken in Azië ertoe kunnen bewegen om het concept toe te gaan passen. Van cosmetica- tot schoenenfabrikanten; in bijna elke industrie kan C2C gebruikt worden.
Källin is ervan overtuigd dat cradle-to-cradle ook in Nederland een succes wordt.
„Nederland heeft een bloeiende maakindustrie. Al bij het begin van het productieproces kunnen ontwerpers rekening houden met het feit dat hun product recyclebaar moeten zijn. Bovendien zijn én de agrarische, én de logistieke én de industriële sector goed vertegenwoordigd in Nederland. Al deze industrieën kunnen samenwerken bij de toepassing van het concept.”
De Zwitser benadrukt wel dat er een breed netwerk nodig is om cradle-to-cradle tot een succes te maken. „De overheid, het bedrijfsleven en de consument moeten hun krachten bundelen.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Cradle-to-cradle spreekt aan, want het concept is lekker concreet. Dat ziet Frans Rooijers ook in. Rooijers is directeur van CE Delft, een onafhankelijk adviesbureau gespecialiseerd in innovatieve oplossingen voor milieuvraagstukken. „Maar de vraag is wel of het de beste oplossing is voor het milieu. Dat is niet altijd zo”, stelt Rooijers.
Hij licht toe: het klinkt mooi dat elk onderdeel van een product recyclebaar moet zijn, maar dat kan ook schade opleveren aan het milieu. „Neem plastics. Het kost veel energie om die weer onderdeel te maken van een nieuw productieproces. Dat heeft te maken met het feit dat plastic onder een hoge temperatuur gesmolten wordt. Het zou veel beter zijn om een deel van de plastics, de zogenoemde bioplastics, in te zetten als afval waarmee later elektriciteit kan worden opgewekt. In dit geval is dat milieuvriendelijker dan recyclen.”
Bovendien betwijfelt Rooijers of cradle-to-cradle altijd economische voordelen oplevert voor bedrijven. „Het recyclen van bioplastics kost veel geld vanwege hoge energierekeningen.”
Maar door cradle-to-cradle worden consumenten en bedrijven wel meer doordrongen van het feit dat er iets gedaan moet worden aan het milieu, zegt Rooijers. „Bedrijven voelen de verantwoordelijkheid en C2C heeft ervoor gezorgd dat ze eindelijk in beweging komen.”
Het idee is interessant, zegt Rooijers. „Want het is bijzonder dat je in principe elk product kan recyclen. Er moet alleen een goede afweging worden gemaakt wanneer het gebruiken daadwerkelijk milieuvoordelen oplevert en wanneer niet.”
Negen studenten van de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht passen het principe cradle-to-cradle toe op hun meubelen. Hun ontwerp- en productiebedrijf ’Artisjok’ was bedoeld als leerproject en onderdeel van hun vakopleiding, maar ze vonden het zonde om na een jaar alweer te stoppen.
Vandaag, op het congres Let’s Cradle, presenteren ze hun eerste product: een tafel, gemaakt van composteerbaar kunststof.
Het materiaal hebben ze gevonden bij Biopearls, een Limburgs bedrijf dat afbreekbare verpakkingen maakt, bijvoorbeeld om biologische kiwi’s in te wikkelen.
Voor de studenten fabriceert Biopearls een kunststof van maïs, en een ander bedrijf perst dat tot plaat. Die plaat kan worden verhit of gebogen. Er komt geen schroef aan te pas. „Onze tafel kan na gebruik in de biobak, zegt Roel Moonen, directeur van Artisjok. „Op de industriële composthoop wordt afval verhit tot 70 graden, daarmee is ons meubel weer voedsel voor de natuur.”
In de huiskamer is er geen gevaar dat de meubels instorten of vergaan, verzekert Moonen.






Reacties (3)
De heer Rooijers noemt het smelten van kunststof energie-onvriendelijk. Maar het hersmelten van kunstsof kost mnder energie dan het kraken etc van de aardolie. Het probleem zit niet in de energiebalans. Maar in het mixen van kunststoffen en het samenvoegen met andere materialen. Waardoor het hergebruikte kunststof minder kwaliteit heeft: de uitdaging voor indutrieel ontwerpers: alleen monostoffen inzetten. By te way Het blijft onzin om auto's te laten rijden op benzine. Beter: van benzine eerst kunststof maken en de kunstof afval verbranden in de auto dat is 2kp ipv c2c: twee keer plezier!
rob derksen, soanbroek op 11-12-2007, 22:20
Een goede zaak.De consument kan zelf echter al heel veel doen. Wij hebben bijv. de afgelopen 2 weken langs de straat weggehaald een kinderfiets, mankement 0, en 2 stoeltjes en een bankje met opbergruimte onder de zitting, deze laatste hebben we geschuurd en gelakt en zijn nu als nieuw, leuke kado's voor onze kleinkinderen. Maar ja, als men hier in de gemeente gratis en voor niks dit soort zaken op kan laten halen, wat zou je dan nog moeite doen om het op te knappen cq te hergebruiken.Verkeerd consumentengedrag wordt hierbij gestimuleerd. We zijn 50 plussers in een kinderrijke buurt, en letten dus goed op wat er op straat staat.
C.A. Maat v.d. Hoek, Leiden op 01-11-2007, 12:54
Dit klinkt mooi, maar de wetten der thermodynamica zijn onontkoombaar. Ook C2C kost energie en vaak meer dan gewoon de grondstoffen uit de grond halen. Hoe lang duurt zo'n C2C-cyclus eigenlijk? Want daar is pas de echte winst te vinden. Auto's, wasmachines en koelkasten die 20 jaar probleemloos meegaan, ze zijn mogelijk. Alleen gaan duurzame produkten in tegen het liberaal-kapitalisme, dat omzetverhoging eist op welke manier dan ook - bv door produkte kunstmatig vroegtijdig kapot te laten gaan. Die wetmatige paradox van het westerse produktiesysteem geldt ook voor C2C.
M.Nieuweboer, Moengo Suriname op 01-11-2007, 04:20
Plaats een reactie
Stuur artikel door