Ga direct naar de content

Boeken
14 november 2009
Leonie Breebaart

Boek uit, gehaktbal weg

Amerikaanse romancier Jonathan Safran Foer doet sterk moreel appèl op vleesetende lezer

Jonathan Safran Foer eet vlees noch vis:  In de visserij worden letterlijk en systematisch oorlogstechnologieën gebruikt.'

Jonathan Safran Foer eet vlees noch vis: In de visserij worden letterlijk en systematisch oorlogstechnologieën gebruikt.'© FOTO JERRY BAUER

Toen hij vader werd, zette Jonathan Safran Foer het vlees opzij. De lezer van zijn geraffineerde boek over de bio-industrie krijgt al snel de neiging hetzelfde te doen.

Vleeseters die dat willen blijven, kunnen beter met een grote boog om dit boek heen lopen. Want wie ’Dieren eten’ van de Amerikaanse romancier Jonathan Safran Foer heeft gelezen, zal niet snel meer een gehaktbal opscheppen.

Dat een romanschrijver zich sterk maakt voor dierenrechten is niets nieuws: Nederlanders als Maarten 't Hart en Mensje van Keulen gingen Jonathan Safran Foer voor. Maar diens bijzondere vermogen zijn lezers te ontroeren maakt deze jonge Amerikaan wel tot een bijzonder gevaarlijk exemplaar. Met zijn roman ’Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’, over een negenjarige nerd die zijn vader bij de aanslagen van 9/11 verliest, kreeg hij immers al de halve wereld op de knieën. Vrijwel in zijn eentje bewerkstelligde hij een omslag in de literaire mores: cynisme was niet meer cool : mededogen en humor des te meer.

Dat empathisch talent gebruikt Foer nu in ’Dieren eten’. Op het eerste gezicht is dit pure non-fictie: de neerslag van een driejarig onderzoek naar de productie van vlees (en vis en zuivel), begonnen toen de schrijver vader werd. Foer wilde wel eens weten wat hij zijn kind voorzette. Maar juist omdat de schrijver zo persoonlijk is en ons laat delen in ’het verhaal achter de feiten’, voel je je ook persoonlijk aangesproken.

Het begint er al mee dat Foer bekent jarenlang met smaak vlees gegeten te hebben, waarbij hij zijn schuldgevoelens effectief verdrong: „Over het algemeen probeerde ik een fatsoenlijk leven te leiden. Over het algemeen was mijn geweten zuiver genoeg. Geef die kip eens door, ik verga van de honger.” Zulke bekentenissen werken ontwapenend: de auteur is geen nare scherpslijper of hardliner: hij begrijpt je.

Vervolgens injecteert Foer je heel geraffineerd, via zijn hond George, met een dosis dierenliefde. Hij zet de hond niet neer als engelachtig wezen (want een sentimentele vegetariër overtuigt niet), maar als lieve lastpak: George vernielt speeltjes, graaft plantjes uit, hij ’stort zich op skateboarders en chassidische joden en zet menstruerende vrouwen voor schut’. Heeft de auteur je eenmaal in ontspannen lachende toestand, dan slaat hij toe met ijzeren logica: waarom zijn we lief voor honden, maar mishandelen en eten we wel varkens, die toch bijna net zo slim zijn?

Het is een oeroud argument, maar Foer heeft gelijk: er is nog steeds bitter weinig tegenin te brengen. De vraag is hooguit of de bio-industrie zo afschuwelijk is als dierenactivisten beweren.

Die vraag pareert Foer met een ijver die doet denken aan de jonge held van zijn 9/11-roman. Hij bedelft ons onder onthutsende cijfers en rapporten over de bio-industrie. En die klinken meestal betrouwbaar. Vooral omdat we ze allang kennen: we weten van de onverdoofd gecastreerde biggetjes, van kuikentjes die levend worden vermalen, van met antibiotica volgestopte stresskippen, van varkens die nooit buiten komen en altijd op een rooster staan, van ’foutjes’ tijdens de slacht. Van de effecten voor het milieu.

Toch houdt Foer ook in dit stadium de band met de vleeseter (en met de welwillende veehouder) in stand. Telkens als de irritatie over al die morele druk toeslaat, werpt hij je een brokje begrip toe. Want als koeien nou een mooi léven hebben, dan mag je hun vlees toch wel eten?

Dat vond de schrijver ook. En dus ging hij ging op bezoek bij sympathieke ’biologische’ boeren, die het beste met hun beesten voor hebben. Alleen: ook zij blijken afhankelijk van slachterijen, en daar leidt de vraag naar goedkoop vlees bijna standaard tot haast, onzorgvuldigheid, wreedheid. Hoe biologisch het vlees op je bord ook is, je kunt nooit uitsluiten dat het dier in kwestie onnodig heeft geleden.

Aldus klemgezet, voel je als niet-vegetarische lezer een sterke behoefte terug te slaan, en daar biedt Foer eerlijk gezegd ook wel gelegenheid toe. Soms lijkt het wel of elke minder idyllische omgang met het dier hem afschuw inboezemt. De slachter ’zou zo de hoofdrol in een horrorfilm kunnen spelen’ en: ’in de visserij worden letterlijk en systematisch oorlogstechnologieën gebruikt’. Ook vraag je je wel eens of af elk lijden dat de hoogsensitieve Foer zo aangrijpt even erg en onvermijdelijk is. Lijkt het leven op kantoor niet ook vaak op een legbatterij? Stress, lawaai en een hoge druk om targets te halen leiden niet zelden tot hartklachten en burn-outs!

Maar je voelt dat zulk verweer niet echt helpt: het herinnert te sterk aan de in de geschiedenis al vaker gedemonstreerde behoefte om op grote schaal gepraktiseerde narigheid te bagatelliseren of te ontkennen.

Hoewel Foer het woord Holocaust zorgvuldig vermijdt (de slavernij noemt hij wel), dringen de associaties zich ongewild op. Het bijeendrijven, het transport, levende wezens die als dingen worden behandeld, wier lijden er niet toe doet, omdat niemand het ziet, of wil zien.

Maar als Foer zijn Joodse oma opvoert (wat hij meermaals doet), is dat niet om te schermen met de geschiedenis van de Joden, maar om een laatste ’tegenstander’ te verslaan. Want wat betekent vegetarisme voor onze band met de traditie, met onze cultuur en identiteit? Wat betekent het voor oma, en dus voor je roots, als je haar met liefde bereide familierecept kip-met-worteltjes afwijst? Wat betekent het voor Amerikanen om met Thanksgiving de kalkoen, symbool van dankbaarheid, te laten staan?

Het tekent de auteur dat hij ook dát argument serieus neemt. Want het is belangrijk. Nederlanders zal die kalkoen minder kunnen schelen, maar bitterballen, erwtensoep, stooflapjes en haring vertegenwoordigen iets. Ze laten staan, klinkt als een akelige uitholling van ons bestaan. De vraag, schrijft Foer, is alleen wat erger is: doorgaan met het ontkennen van de pijn die we niet zien, of het opgeven van onze gekoesterde gewoonten?

Zelden heb ik een boek gelezen waar zo'n sterk moreel appèl van uitgaat. Sinds het uit is, eet ik nog wel zuivel en vis, maar geen vlees meer. Hoe lang dat vol te houden is? Geen idee. Maar zolang ’Dieren eten’ in de boekenkast staat, zal deze slimme en warmhartige schrijver me met zijn akelig ernstige blik blijven aanstaren.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

Jonathan Safran Foer: Dieren eten.@ Uit het Engels vertaald door Otto Biersma en Onno Voorhoeve. Ambo, Amsterdam. ISBN 9789026321672; 336 blz. € 19,95

Reacties (6)

Eten zonder vlees en zuivel kan net zo lekker, prikkelend en gevarieerd zijn als met. En is dat stukje vlees of kaas op bord nu echt zo belangrijk dat talloze dieren daarvoor ernstig moeten lijden gedurende hun leven?

Ilja, Katwijk op 26-01-2010, 09:14

Het doden van een dier hoeft niet per se op een wrede wijze te geschieden. En wat wordt het advies van Jonathan Safran Foer als straks blijkt dat ook de planten die wij eten, pijn lijden wanneer we ze oogsten, stuksnijden en koken? Laat bijvoorbeeld het woord snijbloemen eens tot je doordringen. Het streven naar absolute morele zuiverheid heeft al tot de vreselijkste rampen geleid in de geschiedenis. Katholiek gezegd: accepteer dat er een erfzonde is, dat wil zeggen, dat alles dubbelzinnig is, ook onze verhouding tot dieren. En bid om genade van de Schepper, die gewild heeft dat de natuur is gebaseerd op: 'vreten of gevreten worden'.

Leo Mesman, Utrecht op 17-11-2009, 22:12

Levensgenieters, breng een bezoek aan de website van het Oost West Centrum in België. Dit landelijke vormingscentrum is een centrum wat mensen uitnodigt tot een vrolijke en gezonde manier van leven. En het cursuscentrum in de Ardennen, Ferme du Bois le Comte, is een magische plek waardoor je spontaan betoverd wordt.
Er wordt zo lekker macro-biotisch gekookt, en dat zelfs met 2 warme maaltijden per dag, dat is een feestje voor je smaakpapillen. Je komt er geen gram van aan, maar lichaam en geest voelen die vrolijke vitaliteit. Geef jezelf vooral het Nieuwjaarsfestival cadeau, www.owc.be/nl/orval, u bent van harte welkom!

Joska, Breda op 16-11-2009, 13:51

Zolang u zuivel consumeeert, blijft de kalfsvleesindustrie. Dus als u zo begaan bent met dieren, stop daar dan ook mee.

Caro, Nederland op 15-11-2009, 18:26

Leonie Breebaart en Jonathan Safran Foer zouden samen naar het Belgische Doornik kunnen reizen voor een "Doodstraf"...

M van Wuyckhuyse, La Baule (Fr) op 14-11-2009, 21:24

Thieme schreef over dat thema :
Zou het denkbaar zijn dat wanneer we elders leven zouden ontdekken van het niveau van het varken, we dat onderwerpen aan onze eigen opvattingen en behoeften? Zouden we dergelijke 'Marsbewoners' domesticeren en onderbrengen in grootschalige concentratiekampen waar ze zouden worden vetgemest en gedood louter voor onze eigen lustbeleving? Op welke criteria zullen andere bewoners van het heelal getoetst worden, om te bepalen of ze in leven mogen blijven? Zullen wij aardbewoners mogelijk ook op soortgelijke gronden getoetst worden door hen, wanneer zij een hogere vorm van intelligentie vertegenwoordigen?

sophie, overschie op 14-11-2009, 18:05

Plaats een reactie

U hebt geen naam ingevoerd.

U hebt geen woonplaats ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

U hebt geen reactie ingevoerd.

Uw reactie is te lang.

Gebruik maximaal 650 tekens. U heeft nog 650 tekens. Lees ons reglement

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter

TrouwTV Cultuur

meer video's
Awkward I zingt over liefde, dood en geweten
Film

Movies that Matter Festival

Amnesty International en de gemeente Den Haag verzorgen elk jaar een 'mensenrechten-festival': Tientallen speelfilms, talkshows en debatten met internationale gasten. Trouw zet elke dag twee uitgebreide filmbesprekingen en trailers online.

Dossier

Peter van der Lint

Muziekredacteur Peter van der Lint neemt in de rubriek Parlando een kijkje achter de schermen van de wereld van de klassieke muziek.