Overheid laks met pillen
U bekijkt nu: pagina 1 van 3.
In de Verenigde Staten, Groot-Britannië en Canada krijgen de artsen de waarschuwing: wees terughoudend met antidepressiva bij kinderen. In Nederland is het stil. Dit is typerend, vindt prof. dr. Anita Hardon. Veel meer voorzichtigheid is geboden met dit soort - potentieel schadelijke - middelen. ,,Wij moeten door de overheid beter beschermd worden tegen de schadelijke en verslavende effecten van medicijnen.''
Na jarenlang onderzoek is prof. dr. Anita Hardon zeker van haar zaak. ,,Consumenten worden onvoldoende beschermd tegen schadelijke effecten van medicijnen door het huidige systeem van controle'', zegt ze stellig. De medisch biologe en medisch antropologe is een van de auteurs van het vorige week verschenen boek 'Medicines out of control? Antidepressants and the conspiracy of goodwill'.
Jawel: een 'conspiracy', een heuse samenzwering is er gaande rondom geneesmiddelen, en daar doen wij allemaal aan mee, zo maken Hardon en haar Britse collega Charles Medawar aannemelijk in hun boek. Overheid, artsen en patiënten zweren samen in goede bedoelingen, en de fabrikanten doen mee uit commerciële overwegingen. We willen allemaal zo graag geloven dat medicijnen wérken, dat ze ons goed doen - en dit wordt in het boek met name uitgewerkt voor antidepressiva - dat we de keerzijde ervan niet meer zien. Dat we niet wíllen zien wat de geschiedenis toch al zo vaak heeft laten zien: geneesmiddelen kunnen schadelijk zijn, en verslavend. Het is gebleken bij het hormoonpreparaat DES en het slaapmiddel Softenon; het is gebleken bij kalmerende middelen zoals de barbituraten en de benzodiazepinen, en het lijkt nu weer te gaan gebeuren bij de antidepressiva.
Zeker bij dit soort middelen, die uitkomst kunnen bieden bij de ellendige ziekte die depressie is, zoeken patiënten algauw houvast bij iets nieuws. Ook de media denken vaak dat nieuw gelijk is aan beter, en berichten gretig over nieuwe pillen tegen depressie. Zo ging dat ook bij de jongste generatie antidepressiva, de zogeheten SSRI'S. Emma Brunt schrijft een juichend boek over Prozac, artsen willen hun patiënten niet dit nieuwe houvast onthouden, en fabrikanten pushen hun pillen gaarne nog wat verder de markt op, met hun eigen vernuftige marketingapparaat.
Zodoende, dankzij een dergelijke optimistische 'samenzwering', lopen de verkoopcijfers razendsnel op. Tussen 1996 en 2001 is het aantal gebruikers van antidepressiva in Nederland met maar liefst 150 procent gestegen. In 2001 leidde dat tot een kostenpost van 104 miljoen euro. Ondertussen horen we erg weinig over de schaduwzijden van dit massale gebruik.
Hardon: ,,Steeds weer bleek pas na langere tijd dat er problemen in het gebruik van nieuwe medicijnen waren. We weten nu van de benzodiazepinen dat ze verslavend zijn. Het duurde érg lang voordat dat erkend werd.''
Bij de introductie van de 'benzo's', de veel geslikte slaap- en kalmeringsmiddelen, werden deze nog gezien als een veilig alternatief voor de barbituraten, die op hun beurt als veilig alternatief voor opiaten waren gepresenteerd. Hardon: ,,Onze stelling is dat die geschiedenis zich herhaalt. Dat antidepressiva verslavend zijn is nog omstreden, ook omdat er verschillende definities van het begrip 'verslaving' worden gebruikt. Het zou meer onderzocht moeten worden, maar dat gebeurt onvoldoende. Ondertussen komen er wel steeds meer aanwijzingen voor.''
Ongeveer 800.000 Nederlanders slikken nu al antidepressiva. ,,Dat is 1 op de 12 mensen!'', zegt Hardon. ,,Ik vind dat deze middelen veel te makkelijk door huisartsen en psychiaters worden voorgeschreven, en ook veel te makkelijk door consumenten worden geslikt. Zij realiseren zich onvoldoende dat je echt afhankelijk van zo'n middel kunt worden en dat het schadelijke bijwerkingen kan geven.''
De resultaten van klinisch onderzoek suggereren dat 1 op de 4 gebruikers afhankelijk wordt van antidepressiva, terwijl producenten dit risico oorspronkelijk definieerden als 'zeldzaam', schrijven Hardon en Medawar. Zij stellen met nadruk dat er veel meer geluisterd zou moeten worden naar patiënten, die melden dat zij zich afhankelijk voelen van antidepressiva. ,,Mijn co-auteur Charles Medawar heeft een website op internet waarop hij al eind jaren negentig deze problemen benoemde. Heel veel gebruikers hebben daarop gereageerd. Zij vertellen dat ze niet zomaar kunnen stoppen met de middelen. Inmiddels geven huisartsen in Nederland ook adviezen over hoe je het gebruik langzaam kunt afbouwen.''
Maar hebben we het hier over echte verslaving of over geestelijke afhankelijkheid, een gevoel van niet buiten het middel te kunnen?
,,Medawar heeft die verhalen geanalyseerd en daaruit blijkt dat veel mensen bij het stoppen met hun medicijnen lichamelijk ándere problemen ervaren dan ze voorheen hadden. Zoals rare flitsen, een soort elektrische schokjes in het hoofd - dingen die ze nooit eerder hadden. Ik ben medisch bioloog, en ik denk dat deze effecten door het middel of de dosering veroorzaakt worden. Maar dat moet onderzocht worden; het bewijs moet nog komen. Om te beginnen moet je dan veel meer luisteren naar dit soort signalen van gebruikers en ze serieus nemen.''
In Nederland gebeurt dit nog enigszins, door het instituut Lareb (landelijke registratie en evaluatie bijwerkingen geneesmiddelen). Hier kunnen artsen, en sinds kort ook patiënten, de bijwerkingen melden die zij ervaren bij het gebruik van een medicijn. Hardon: ,,Ik vind het heel goed dat de overheid geld en verantwoordelijkheid aan het Lareb geeft. Voor zover ik weet heeft geen enkel ander land in de EU een overheidsgefinancierde instelling die óók naar gebruikers luistert. Maar het gebeurt ook hier op zeer bescheiden schaal; de gemiddelde gebruiker weet niet eens dat er een Lareb is.''
Waarin schiet het Nederlandse systeem tekort?
,,Er wordt te laks gereageerd door de overheid. De overheid voelt zich heel betrokken bij de eerste beoordelingsronde van een medicijn, dus vóórdat het op de markt komt. Maar er moet veel actiever gereageerd worden op problemen ná registratie van een middel, omdat we inmiddels genoeg weten over de risico's van medicijnen. Doorgaans is er dan de neiging om eerst harde bewijzen te willen. Maar dat bewijs wordt vervolgens niet gezócht; er wordt niet meteen een onderzoek opgezet als er aanwijzingen voor schadelijke effecten zijn.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- volgende pagina




Stuur artikel door