We verschillen als dag en nacht
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Trouw-journaliste Seada Nourhussen bezoekt na 26 jaar voor het eerst haar geboorteland Ethiopië. Ze probeert antwoord te krijgen op de vraag wat identiteit is. Aflevering 2: Leeftijdsgenoten in Gondar.
Ergens ver weg is ze familie van me, zoals bijna iedereen uiteindelijk familie van elkaar is. We zijn opgegroeid in dezelfde buurt in Gondar, de oude koningsstad in het noorden van Ethiopië. Mijn geboortestad. Ze kan niet veel jonger zijn dan ik. Vijfentwintig jaar, schat ze. In Ethiopië weet bijna niemand zijn precieze leeftijd omdat er geen geboorteregister wordt bijgehouden. Eigenlijk kan het ook niemand wat schelen. Leeftijd is maar een nummer.
Zahara Monsour (ongeveer 25 dus), een mooie, stevige dame met bonte lange jurk en sluier, is ondanks haar prille leeftijd voor de tweede keer getrouwd. Terwijl ik in de zomer voor de brugklas bedacht welk kaftpapier ik voor mijn schoolboeken wilde, trad zij op haar twaalfde voor het eerst in het huwelijk. De tweede keer was ze twintig jaar.
Zahara is als dochter van islamitische ouders geen uitzondering in Gondar. Haar zusje van 17 is ook al getrouwd geweest en weer gescheiden. Zonder gêne zegt Zahara’s moeder dat haar dochter van 13, een zwijgzaam meisje, binnenkort ook aan de beurt is. Er zijn al wat gegadigden voor haar langs geweest.
Vooral islamitische meisjes worden in Gondar nog altijd op jonge leeftijd uitgehuwelijkt. De mannen kennen volgens Zahara geen schaamte. Als zij het zou toestaan, zouden ze zelfs haar dochter van drieënhalf nog ten huwelijk vragen, zegt ze schamper.
Tussen de twee huwelijken door had Zahara een periode van rebellie. Ze zwierf rond in de grote stad Addis Abeba, verkwistte haar vaders geld, had lak aan alles. Inmiddels is ze weer terug in Gondar en een vroom moslima geworden. Ze bestudeert de Koran met passie en is al vijf jaar getrouwd met haar tweede man, met wie ze dus een dochter heeft. Samen hebben ze een half jaar geleden een theehuis geopend aan de voet van een van de vele bergen van Gondar, vlakbij Piazza, het door de Italiaanse bezetting beïnvloede centrum van de stad.
Vanaf die bergen lijkt Gondar een groene oase met vervallen, maar statige art deco gebouwen, indrukwekkende 17de-eeuwse kastelen, bedrijvige markten en kleurrijke huisjes. Maar van dichtbij bestaan de woonwijken vooral uit onverharde kronkelstraatjes met keien, modder en scheve krotten.
In een van die straatjes woonde ook ik in een gammel bouwsel van hout, steen en aarde met mijn moeder en broers en zussen. De viezigheid en de stank is er onvoorstelbaar. Kinderen spelen op blote voeten tussen plasjes urine, uitwerpselen en stromen vervuild water. De stad is erg achteruitgegaan, vindt iedereen. Zo was het twintig, dertig jaar geleden niet.
Vergeleken bij veel anderen heeft Zahara het goed voor elkaar. Ze woont met haar man en dochter in bij haar schoonmoeder, die een royaal huis heeft overgehouden aan haar huwelijk met een rijke ondernemer. Bovendien heeft Zahara een baan, wat ook niet veel vrouwen in Ethiopië kunnen zeggen.
Maar ze is niet blij met haar leven. Haar wankele huwelijk houdt Zahara alleen in stand voor haar dochter, zodat zij niet zonder vader opgroeit. Bitter, maar ook trots, zegt Zahara dat zij de kostwinner is. Als zij het theehuis niet met ijzeren hand zou bestieren, waren er geen inkomsten. Haar luie man zit voornamelijk thuis of is de hort op met zijn maten. En met haar schoonmoeder kan ze het totaal niet vinden.
Zahara en ik. De kloof tussen ons kon niet groter zijn. Zij als gescheiden, weer hertrouwde en ongeschoolde moeder in Afrika. Ik als opgeleide, kinderloze single in Europa. Wij hebben geen herinneringen aan elkaar. Maar we hadden vriendinnen kunnen zijn. Dat waren we waarschijnlijk ook geweest, had ik Gondar nooit verlaten.
Dat geldt ook voor Hawa Getahun, naar eigen schatting ook ongeveer 25 jaar. Onze moeders waren dik met elkaar, dus is het niet onwaarschijnlijk dat wij dat ook zouden zijn geweest.
Hawa, intelligent, kalm, groeide op zonder vader. Maar ze had het geluk dat haar moeder het nut van onderwijs inzag en haar niet liet uithuwelijken. Met haar kleine handeltje in peper en onbewerkt katoen en de hulp van haar zussen, betaalde Hawa’s moeder voor de opleiding van haar dochter. Eerst deed Hawa een opleiding computerkunde en daarna studeerde ze als een van de weinige moslima’s boekhouding aan de universiteit van Gondar.
Hoewel ze nu accountant is, woont ze nog steeds bij haar moeder thuis. Sterker, ze slapen nog altijd in hetzelfde bed. Zij aan zij. In hetzelfde oude huisje waar Hawa geboren is. Hun ’slaapkamer’ wordt door een half muurtje van hardboard afgescheiden van de voorste ruimte. Een eigen woning kan Hawa niet betalen. Een goede opleiding garandeert namelijk nog geen goed salaris in Ethiopië, zegt ze.
In die situatie zit verpleegster Zeyneb Ali (rond de dertig jaar) ook. Ondanks haar goede opleiding kan ook zij zich geen zelfstandigheid veroorloven. Met haar salaris, nog geen honderd euro per maand, kan ze niet eens het leven van haar oude moeder wat aangenamer maken. Dat steekt haar het meest. Dat haar moeder krom heeft gelegen om haar vooruit te helpen, en dat Zeyneb nu niks terug kan doen. Waar was al dat studeren dan goed voor? Via haar zus in Canada probeert Zeyneb al jaren naar het buitenland te gaan. Ze heeft zich zelfs een paar keer ingelaten met foute types die geld verlangden voor het aanvragen van een verblijfsvergunning.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina





Stuur artikel door