Ga direct naar de content

De Verdieping
25 september 2007
Wilma van Meteren

De stille industriële revolutie

Nederlandse bedrijven zijn succesvol doordat ze  maatwerk leveren. De  productieprocessen zijn slim  ingericht, om prijzen redelijk te houden.

Nederlandse bedrijven zijn succesvol doordat ze maatwerk leveren. De productieprocessen zijn slim ingericht, om prijzen redelijk te houden. © Jörgen Caris / Trouw

U bekijkt nu: pagina 1 van 2.

Eind jaren negentig waren ze nog door alles en iedereen afgeschreven, de maakbedrijven. Dankzij samenwerking op grote schaal en het leveren van maatwerk hebben Nederlandse industriële bedrijven het hoofd kunnen bieden aan lagelonenlanden. Sterker nog, de maakindustrie is springlevend.

Het zijn voor leken vaak volkomen onbekende namen, maar uit Nederlandse fabriekshallen komen producten die nergens anders ter wereld worden gemaakt. Geen bulkgoederen, maar technisch hoogwaardige producten die zich onderscheiden door maatwerk. Neem de hightech-microscopen van FEI in Eindhoven, die ontbrekende atomen zichtbaar maken. Of Van Campen Aluminium uit Rijswijk, dat met behulp van springstof metalen vervormt. Ze zijn in hun branche wereldspelers.

Ondanks soms moordende concurrentie uit het buitenland weten bedrijven overeind te blijven met ’traditionele’ producten van duimstokken, bakstenen, meubels, snoepjes en tapijten. Ze zijn succesvol doordat ze klanten maatwerk leveren en hun productieprocessen slim hebben ingericht om prijzen redelijk te houden. Zo komt het dat bij Madonna en Sting tapijt uit Genemuiden op de vloer ligt. Soms is de afzet in het buitenland zelfs groter dan op de thuismarkt. De kartonnen Tetrapakken uit Moerdijk zijn geliefder in Japan en Oezbekistan dan in eigen land. En wat te denken van de scheepsbouw, die een revival doormaakt dankzij slim en geavanceerd werken voor de export.

Ze zijn er dus nog, de maakbedrijven en in sommige sectoren bloeien ze als nooit tevoren. Desondanks zijn ze niet geliefd en staan ze buiten de politieke schijnwerpers. Dat heeft te maken met de voorgeschiedenis. Eind jaren negentig werden ze afgeschreven. Beleidsmakers hadden er nauwelijks aandacht voor, een grootscheepse verhuizing naar lagelonenlanden leek toch onvermijdelijk. Op de vleugels van de ’nieuwe economie’ moest Nederland zich maar gaan richten op de dienstensector. Fabrieken waren iets uit het stenen tijdperk.

Maar gelijk onkruid, vergaat de maakindustrie niet. Anno 2007 zijn tienduizenden maakbedrijven, grote en nog veel meer kleinere, springlevend. Nog immer schragen ze de economie. Na de financiële en zakelijke dienstverlening is de industrie dé hoofdsector, goed voor bijna 15 procent van het bruto nationaal product (bnp). Hoewel het aantal banen in de industriële sector niet meer groeit, blijven de maakbedrijven onontbeerlijk voor de werkgelegenheid. Er werken ongeveer 835.000 mensen en jaarlijks is er behoefte aan 100.000 nieuwe arbeidskrachten.

De maakindustrie is de belangrijkste drager van innovatie. Driekwart van de uitgaven in onderzoek en ontwikkeling (R & D) komt voor rekening van industriële ondernemingen. Daaronder zijn ook kleinere toeleveranciers voor grotere jongens,waaronder ASML, Philips, Unilever.

„Je wilt niet weten wat hier uit het oosten allemaal vandaan komt”, zegt Martin Leushuis, voorzitter en directeur van de Verenigde Maakindustrie Oost. „We leveren onderdelen over de hele wereld aan onder meer de luchtvaart- en auto-industrie.”

Onder het motto ’wat met de textiel is gebeurd, mag nooit weer gebeuren’ heeft de industrie in het oosten des lands de krachten gebundeld. Daarmee is de VMO een voorbeeld voor wat elders ook wel gebeurt – rond Wageningen en Eindhoven – maar waar industriële bedrijven volgens deskundigen nog meer aan zouden moeten werken. Bij de VMO zitten 173 bedrijven, vaak concurrenten, aan tafel. Ze hebben clusters gevormd rond de bedrijfstak waarin ze het meest actief zijn, van automotive (alles rond de auto), lucht- en ruimtevaart tot chemie. Die bundeling van krachten, die zich heeft uitgebreid tot over de Duitse grens, levert volgens Leushuis veel winst op. „Ondernemers zijn prima thuis in ingewikkelde technieken, maar producten op een steeds internationalere markt aan de man brengen, valt niet mee. Ze zaten aan de verkeerde kant van het glas, traden te weinig naar buiten, naar het onderwijs, de overheid en nieuwe markten.”

Sinds enkele jaren staan de deuren bij de bedrijven in het oosten echt naar elkaar open. Ze presenteren zich gezamenlijk op buitenlandse beurzen en maken een vuist naar Den Haag, dat volgens hen meer ’realiteitszin’ nodig heeft. Er zijn zeer nauwe banden met de bij de VMO aangesloten onderwijsinstellingen om het probleem van chronische tekorten aan technische vakkrachten op te lossen.

Maar het gaat verder: Een ondernemer die capaciteitstekort heeft, kan een oproep doen aan andere aangesloten bedrijven of ze machines en mankracht over hebben. Het is min of meer opdracht eerst in eigen gelederen te zoeken bij uitbesteding van werk. De vereniging waakt over de zuiverheid van de ’bloedgroep’. Leushuis: „Alleen bedrijven, ingenieurbureaus en enkele onderwijsinstellingen zijn aangesloten. Ze moeten zich committeren aan de opdracht om de duurzaamheid van de maakindustrie in het oosten te versterken.”

Samenwerking, en daarmee verbonden openheid, is een van de krachten van de Nederlandse industrie, zegt Jan Hendriks van Deloitte. Jaarlijks brengt dit advies- en onderzoeksbureau het rapport ’Made in Holland’ uit , het zevende is in de maak. Toch kan het volgens Hendriks beter. „Je ziet vooral een kleiner bedrijf nauw samenwerken met een grote onderneming bij innovaties. En dan gaat het met name om productvernieuwing, minder om procesinnovaties.” Concurrentie en de autonomie van het eigen bedrijf zijn belemmeringen. „Het is psychologisch, ondernemers houden graag hun eigen broek op.”

Hendriks voorziet dat nog steeds bedrijven naar Azië zullen trekken, hoewel sommige al weer terugkeren. Niet zozeer vanwege lage loonkosten, meer omdat ze dichtbij hun nieuwe markten willen zitten. Als voorbeeld noemt hij de nieuwe verffabriek van Akzo in Vietnam. Dat betekent dat toeleveranciers volgen of op zoek moeten naar nieuwe klanten. „Onze achilleshiel is een kleine thuismarkt. Daarom moeten bedrijven verder internationaliseren.” Daarvoor ziet hij wel degelijk mogelijkheden.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter
Achtergrond

Dossiers op trouw.nl

Lees en bekijk de dossiers van trouw.nl voor een chronologisch nieuwsoverzicht van actuele onderwerpen en meer achtergrond bij langlopende thema's.

> Ira-moorden Roermond

> Farmaceutische industrie

> Zorg & gezondheid

> Adoptie

> Midden-Oosten

Dossier

Fotoreportage

Bekijk hier alle fotoreportages op trouw.nl. Elke fotoreportage vertelt een verhaal in beeld. Soms op zichzelf staand, soms gerelateerd aan een artikel.

Naschrift

Lezersinzending

Wil u ook uw eigen dierbaren herdenken? De website van Trouw biedt die mogelijkheid. Schrijf een mooi persoonlijk portret van de overledene en stuur die - liefst met een foto - op.

Achtergrond

de Verdieping

Lees hier artikelen uit Trouws katern De Verdieping. Verdiepingsverhalen zijn achtergrondartikelen die dieper ingaan op het nieuws uit binnen- en buitenland.

Dossier

Mensenhandel

Alleen al in Nederland zijn jaarlijks duizenden mensen slachtoffer van mensenhandel. Trouw brengt in dit dossier deze handel in kaart.