Cadet, verander in een djihadist
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Op de beroemdste militaire academie van Amerika, West Point, leren cadetten in de huid van terroristen te kruipen. „Ze moeten beseffen dat terroristen niet zomaar doorgeslagen gekken zijn.”
Vrolijk gepraat gonst door de kolossale zesarmige Washington Hall, waar dagelijks de vierduizend cadetten van de Amerikaanse militaire topacademie in West Point samen lunchen. Bijna alle toekomstige officieren dragen het vaste grijs-beige legertenue. Aan het hoofd van elke eettafel zit de gunner, de eerstejaars die belast is met het zorgvuldig snijden en verdelen van de desserttaart.
Na de lunch lopen cadetten gedisciplineerd naar de leslokalen. Ze passeren Honor Plaza, het Ereplein, waar in een granieten muurtje de erecode van West Point is uitgehakt: ’Een cadet zal niet liegen, bedriegen of stelen, of toestaan dat anderen dat doen’.
Dertien studenten, onder hen twee vrouwen, verzamelen zich voor de deuren van een hoorcollegezaal. Het college dat zo dadelijk volgt, is namelijk niet „zomaar een van die verplichte technische vakken, waarbij je dingen moeten leren”, weet de 21-jarige Tyler Quillico. Op het programma staat een les over de oorlog in Irak, onderdeel van het nieuwe keuzebijvak terreurbestrijding.
„Dit houdt direct verband met de taak van straks.” Quillico en zijn medestudenten weten dat ze, als ze over een jaar afstuderen als eerste luitenant en extra gevechtstraining hebben gevolgd, naar Irak vertrekken.
De oorlog is altijd aanwezig in West Point, gelegen in een kromming van de Hudson-rivier, ruim zeventig kilometer ten noorden van New York. Steeds meer voormalige studenten van West Point sneuvelen in Irak: in 2003 waren het er zeven, vorig jaar vijftien. Elk nieuw sterfgeval wordt tijdens het eten bekend gemaakt vanaf een verhoging die op het snijpunt van de zes armen van Washington Hall is opgetrokken.
„In werkelijkheid is er haast elke week wel ergens een herdenking”, zegt cadet Thomas Buller (22). „De meeste cadetten komen uit militaire families. Iedereen kent intussen wel iemand die gesneuveld is, al is het maar zijdelings bij een familie met wie jouw familie ooit in het buitenland gestationeerd was, of iemand met wie je op de middelbare school zat.”
De huidige commandant in Irak, generaal David Petraeus, studeerde in 1974 aan West Point af. Ook dat brengt Irak dichtbij.
En dan is er de stille leegloop van ex-West-Pointers uit het officierencorps. Op de academie praat niemand er publiekelijk over. Van de 903 cadetten die in 2001 afstudeerden, stapte 35 procent vorig jaar, aan het einde van de vijf jaar verplichte diensttijd, uit het leger. Elf procent vertrok in het half jaar erna. De meesten zaten al twee of drie jaar in Irak en vonden dat te zwaar worden.
In het hoorcollege draait docent Brian Fishman niet om de slechte situatie in Irak heen. Hij toont een grafiek die laat zien dat er de laatste tijd steeds meer Amerikaanse doden in Irak vallen. „Zegt dat iets over ons succes, of juist ons falen?”, daagt hij zijn studenten uit. Een voorzichtig ’nee’ klinkt uit de zaal.
Weer een grafiek: nu een met aantallen gedode vijanden, waarin ook een opgaande lijn zit. „Zegt dát iets? Of hebben we al in Vietnam geleerd dat zulke bodycounts weinig zeggen? Hoeveel moeilijker het is om het hart en hoofd van een volk te winnen?”
De strijd in Irak, die volgens Fishman vooral een strijd is tegen Al Kaida, is volgens hem nog te winnen. „Al Kaida is nog klein en de soennieten keren zich steeds meer tegen het terreurnetwerk.” Maar militaire trainingen of extra troepen zijn volgens hem niet de oplossing. „Deze strijd win je niet door nog gerichter te schieten. We kunnen die alleen in ons voordeel beslissen als we beter weten tegen wie we vechten, hun idealen leren en die in diskrediet brengen.”
In de werkgroepen die bij het bijvak horen gaat hij nog een stap verder, vertelt Fishman na afloop. Daar vraagt hij de cadetten om in groepjes hun eigen terreurgroep te bedenken. „Ik wil dat ze zich totaal verplaatsen in die fictieve organisatie, een website ontwerpen, een manifest opstellen en persberichten schrijven. Zo geef je ze een idee over hoe de vijand, met wie ze straks te maken kunnen krijgen, opereert.”
Sommige studenten dreven zijn opdracht wel erg ver door. „Er was één groepje dat een extreemrechtse militie in het hart van Amerika bedacht die het morele verval in ons land wilde bestrijden. Ze filosofeerden over hoe ze tijdens de Gay Pride in New York een grote bomaanslag zouden plegen.”
Fishman bespreekt met zijn klas de nieuwste afsplitsingen en hergroeperingen in extremistische groepen in Irak. Maar veel belangrijker vindt hij dat ze snappen hoe anders de vijand redeneert. „Wij vechten voor een zaak. Wij vechten om te winnen. De oorlog zien we als een noodzakelijk kwaad. Al Kaida niet. Voor die organisatie is de strijd zelf het doel. Al Kaida denkt legitimiteit te verkrijgen en veranderingen in de moslimwereld af te dwingen door de oorlog gaande te houden.”
Zijn collega Jarret Brachman, door West Point bij de geheime dienst CIA weggehaald, bekijkt elke les de nieuwste Al-Kaida-video’s met de 140 studenten die zich jaarlijks inschrijven bij de studieafdeling. „Perceptie is cruciaal in deze oorlog. Een Amerikaanse soldaat in Irak is continu in beeld, wordt doorlopend gefilmd. Binnen een uur staat een video van een militaire operatie op het net. Eén dwaze actie kan daarom enorme strategische gevolgen hebben. Daar moeten de cadetten van doordrongen zijn.”
Brachman leidt ook de onderzoekspoot van de opleiding. Hij stelde de ’Militante ideologie- atlas’ samen, de eerste systematische analyse van de literatuur die de djihadisten voedt. „Osama bin Laden is niet een van de invloedrijkste denkers.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina




Stuur artikel door