Ga direct naar de content

De Verdieping
11 december 2007
Maaike Wind

Wereldomroep / Een omroep met een missie

Redactievergadering bij de Wereldomroep in Hilversum.

Redactievergadering bij de Wereldomroep in Hilversum. © Wereldomroep

De Wereldomroep is overbodig en moet worden opgedoekt, zegt – niet als eerste – de PVV. Het verweer van de omroep, die zestig jaar bestaat: Wij doen meer dan alleen Nederlanders informeren.

Toen Birma eind september volledig werd afgesloten van de buitenwereld, kwam de Nederlandse Wereldomroep direct in actie. Om de inwoners toch van nieuws te voorzien, besloot Radio Nederland Wereldomroep (RNW) Engelstalige berichten uit te zenden via de korte golf, die niet snel uit te schakelen is.

Dat de Wereldomroep ook dit soort activiteiten verricht, is nauwelijks bekend bij het Nederlandse publiek. Dat kent de omroep vooral van de vakantie-uitzendingen op de camping. Maar de Wereldomroep maakt ook in tien talen programma’s: in het Engels, Spaans, Frans, Portugees, Arabisch, Indonesisch, Papiamento, Chinees en Sarnami. Daarmee wil de omroep het mogelijk maken dat ook in landen waar weinig persvrijheid is, er wat objectieve en onafhankelijke informatie beschikbaar is. Om precies diezelfde reden heeft de Wereldomroep in Hilversum een trainingcentrum, dat journalisten uit ontwikkelingslanden opleidt.

En het werkt, zegt de Wereldomroep. In Latijns-Amerika is de omroep – samen met BBC World Service – bijvoorbeeld de best beluisterde internationale zender. Iedere week luisteren zo’n twintig miljoen mensen naar de Spaanstalige uitzendingen.

De programma’s worden gemaakt in Nederland door redacteuren, die vaak afkomstig zijn uit het land waarover ze berichten. Die zijn op de hoogte en kunnen – prettig voor de luisteraars – ook nog zorgen dat de uitzendingen zijn ingesproken met een vertrouwd accent.

Hoofdredacteur Joop Daalmeijer – hij vertrekt in januari naar de NPS – erkent dat deze kant van de Wereldomroep altijd onderbelicht is gebleven. Met als gevolg dat de PVV niet de eerste was die suggereerde de omroep op te heffen. Daalmeijer: „Dan riep een publieke omroepdirecteur weer dat de Wereldomroep wel met twintig miljoen minder kan, omdat de omroep het zo moeilijk heeft. We moesten ons steeds verdedigen. We hebben nu voor het eerst iemand die de marketing professioneel doet.”

Samenwerken met kleine radiostations die onvoldoende geld, kennis of vrijheid hebben om kritische reportages te maken, het opleiden van journalisten uit ontwikkelingslanden en het brengen van objectief nieuws op plekken waar niemand anders dat doet: het klinkt als ontwikkelingssamenwerking. Toch wordt de Wereldomroep vrijwel volledig betaald met omroepgeld van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap en maar voor een heel klein deel door het ministerie van buitenlandse zaken, dat het geld voor ontwikkelingssamenwerking beheert.

Vorig jaar ontving de omroep 43 miljoen van OC & W en ruim 2 miljoen van ontwikkelingssamenwerking. Dat bedrag werd besteed aan het het opleidingsinstituut.

„Onze doelstelling, die overigens hetzelfde is als die van de BBC, bestaat uit drie delen”, zegt Daalmeijer. „We zijn er voor Nederlanders in het buitenland, we promoten Nederland in het buitenland en we proberen de persvrijheid in de wereld te verbeteren.”

„Het is cruciaal dat de Wereldomroep niet tot ontwikkelingshulp gerekend wordt”, zegt hoofd voorlichting Herma Hulst. „We hebben zo veel meer vrijheid. Anders zouden we direct onder een ministerie vallen. Dan ben je een verlengstuk van de regering. Nu zijn we onafhankelijker. En daardoor hebben mensen vertrouwen in ons.”

De PVV is minder enthousiast over het nut van Radio Nederland Wereldomroep. „De Wereldomroep, ooit bedoeld om de Nederlander in den vreemde op de hoogte te houden van Nederlands nieuws, heeft door onder andere internet en mobiele telefonie zijn functie verloren”, aldus PVV-Kamerlid Martin Bosma onlangs in het weekblad Elsevier. Hij pleit ervoor om RNW op te doeken.

Minister Ronald Plasterk is niet van plan om de taak of de financiering van de Wereldomroep te veranderen. Wel wil hij dat de omroep meer verantwoording af gaat leggen over zijn activiteiten, zoals de andere omroepen al langer doen.

Plasterk beschrijft de taken van RNW als volgt: „De omroep informeert Nederlandstaligen in het buitenland, hij zorgt voor onafhankelijke informatie in landen met een informatieachterstand en hij verspreidt een realistisch beeld van Nederland in het buitenland”.

Maar er gaat wel wat veranderen. De Wereldomroep moet voortaan elke vijf jaar een beleidsplan indienen, waarin staat wat hij doet, via welke kanalen, met welke concrete doelen en met welke middelen. De omroep en de minister van OC & W sluiten vervolgens een prestatieovereenkomst. Een onafhankelijke visitatiecommissie zal elke vijf jaar het functioneren beoordelen. De eerste zal in 2009 rapport uitbrengen.

Hoofdredacteur Daalmeijer is blij met deze nieuwe aanpak. „Veel omroepen vonden het in het begin belachelijk dat ze verantwoording moesten gaan afleggen. Ik vind het een goede zaak. We kijken nu wat er met ons materiaal gebeurt en of we wel genoeg doen. Dat geeft focus.”

Dat RNW niet direct onder een ministerie valt, wil niet zeggen dat ministeries zich nooit met de omroep bemoeien. „Buitenlandse Zaken ziet ons wel als een soort burgerdiplomaten”, zegt Daalmeijer. „We spreken veel mensen van ambassades. Maar we kunnen maken wat we willen. We brengen ook echt niet alleen maar positieve verhalen over Nederland. We hadden bijvoorbeeld een reportage over de lange wachtlijsten voor medische zorg.”

Programma’s van de Wereldomroep worden verspreid via cd’s, satellieten, de korte golf en sinds een paar jaar ook via internet. Voordeel van dat laatste is dat het goedkoop is, nadeel is dat het nog lang niet overal voldoende snel en betrouwbaar is. „We stappen niet blindelings over op elke nieuwe techniek”, zegt Jonathan Marks, technisch adviseur van de Wereldomroep. „We laten ons niet leiden door de nieuwste uitvinding, maar door wat we willen bereiken in een bepaalde regio. En pas als we dat weten, kijken we welke technieken daar het beste bij aansluiten. In Buenos Aires werken we veel met internet en met de satelliet. Maar in afgelegen plattelandsgebieden, bijvoorbeeld in Bolivia, heeft de korte golf nog altijd het grootste bereik.”

Het is nadrukkelijk niet de taak van de Wereldomroep om te oordelen over een situatie of land, zegt Daalmeijer. „We laten zien in hoeverre de pers in een land afhankelijk is van de staat, maar we komen niet om te veroordelen. In de Sovjet-Unie en in Latijns-Amerika bestaat het fenomeen onderzoeksjournalistiek bijvoorbeeld niet. Wij laten ze daar zien dat dat ook een mogelijkheid is. Meer kunnen we niet doen.”

Dat levert, zegt Daalmeijer, wel degelijk resultaat op. „In Ghana bijvoorbeeld zijn maar weinig radiostations. De stations die er zijn, worden verplicht om veel aandacht te besteden aan de politici. De journalisten daar dachten dat ze het best aardig voor elkaar hadden. Wij lieten ze toen zien hoe het in Benin gaat, waar het met de persvrijheid veel beter gesteld is. Daardoor realiseerden ze zich dat ze helemaal niet zoveel vrijheid hebben.”

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

De Wereldomroep moet zijn bestaansrecht geregeld verdedigen. Al in 1992 trotseerde de omroep een frontale aanval van de Mediaraad, een adviesorgaan voor de regering. Volgens de raad waren de werkzaamheden van de Wereldomroep ’voor een belangrijk deel achterhaald’ en kon het budget veel lager. „Het einde van de Wereldomroep”, kopten andere media voortijdig.

De omroep overleefde het, maar bleef aangeschoten wild. In 1993 was hij zelfs gedoemd het vaste voorlichtingskanaal van de Staat te worden. Daarmee zou hij nieuwe bestaansredenen krijgen, maar journalistiek niets meer voorstellen. De Wereldomroep kwam adem tekort om zijn verontwaardiging te uiten, en kon het onheil alleen afwenden door fors te bezuinigen en zeventig mensen te ontslaan.

In juni 1996 was het de commissie ’Ververs’ die toenmalig staatssecretaris Nuis adviseerde om de Wereldomroep in zijn huidige vorm op te heffen en in omvang te halveren. Voorzitter Ververs noemde het ’te gek voor woorden’ dat de omroep in Swahili uitzendt op kosten van de Nederlandse belastingbetaler. Dat moest hij terugnemen: De zender was bijna overal ter wereld te horen. Maar niet in Swahili.

De minister van cultuur vroeg in 2003 advies aan het roemruchte bureau McKinsey. Die concludeerde dat het budget van 48 miljoen euro 83,5 procent lager kon en dat de Wereldomroep zich beter kon beperken tot de Antillen en Suriname. De journalistenvakbond NVJ luidde de noodklok en sprak opnieuw van het einde van de Wereldomroep, maar de regeringspartij CDA stak daar een stokje voor. Het kabinet voerde het advies niet uit.

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter
Achtergrond

Dossiers op trouw.nl

Lees en bekijk de dossiers van trouw.nl voor een chronologisch nieuwsoverzicht van actuele onderwerpen en meer achtergrond bij langlopende thema's.

> Farmaceutische industrie

> Zorg & gezondheid

> Adoptie

> Midden-Oosten

Dossier

Fotoreportage

Bekijk hier alle fotoreportages op trouw.nl. Elke fotoreportage vertelt een verhaal in beeld. Soms op zichzelf staand, soms gerelateerd aan een artikel.

Naschrift

Lezersinzending

Wil u ook uw eigen dierbaren herdenken? De website van Trouw biedt die mogelijkheid. Schrijf een mooi persoonlijk portret van de overledene en stuur die - liefst met een foto - op.

Achtergrond

de Verdieping

Lees hier artikelen uit Trouws katern De Verdieping. Verdiepingsverhalen zijn achtergrondartikelen die dieper ingaan op het nieuws uit binnen- en buitenland.

Dossier

Mensenhandel

Alleen al in Nederland zijn jaarlijks duizenden mensen slachtoffer van mensenhandel. Trouw brengt in dit dossier deze handel in kaart.