Ga direct naar de content

De Verdieping
29 oktober 2007
Sander Becker

Lachen – loech – gelachen

  © FOTO ANP

In de loop der eeuwen maken we onze taal steeds eenvoudiger. Vooral werkwoorden met een lastige verleden tijd moeten het ontgelden. Het is een soort natuurlijke selectie, volgens de principes van Darwin.

De mens heeft een sterke hang naar eenvoud en regelmaat, ook in de taal. Niet voor niets hebben we in het Nederlands de naamvallen afgeschaft. En niet voor niets hebben we de volstrekt overbodige aanvoegende wijs (men neme een appel) nagenoeg uitgebannen.

De voorkeur voor simpele systematiek zien we ook terug in de liefde voor regelmatige verleden tijden, eindigend op -te of -de. Waar onze middeleeuwse voorouders nog verleden tijden als biek en loech in de mond namen, verkiezen wij het eenvoudiger bakte en lachte.

Moeilijke klinkerveranderingen, zoals in biek en loech, daar houden we kennelijk niet van. We masseren ze ongemerkt het taalgoed uit, ondanks de weerstand van taalkundigen. Zo verzette de geleerde Huydecoper zich in 1730 nog hevig tegen het verval van bried, wies en korf, die dreigden te verworden tot braadde, waste en kerfde. Zijn strijd blijkt vergeefs geweest.

Het fenomeen van de werkwoordelijke schoonmaak was op zich bekend, maar tot nog toe wist niemand hoe snel het proces zich voltrekt. Amerikaanse wetenschappers van de Harvard universiteit vullen die leemte nu op. Ze doen een poging om onze bezemdrift ten aanzien van lastige werkwoorden te vatten in een wiskundige formule.

In het vakblad Nature (11/10), doorgaans gewijd aan biologisch en natuurkundig onderzoek, laten de Amerikanen hun licht schijnen over 1200 jaar Engelse taal. Ze beginnen bij het Oudengels uit de tijd van het heldendicht Beowulf (gesproken rond 800 na Christus). Via het Middenengels van Chaucers Canterbury Tales (gesproken rond 1200) komen ze uiteindelijk terecht bij het hedendaagse Engels van Harry Potter, om maar enkele dwarsstraten te noemen.

Per periode turfden de wetenschappers alle onregelmatige verleden tijden; dat wil zeggen, verleden tijden die op een andere manier waren gevormd dan met het achtervoegsel -ed. Hun aantal bleek inderdaad omlaag te schieten. Van de 177 complexe verleden tijden in het Oudengels waren er in het Middenengels nog 145 over, en in de hedendaagse taal nog maar 98. Als de zuivering in dit constante tempo doorgaat, en dat nemen de onderzoekers wel aan, zijn er rond het jaar 2050 nog slechts 83 over.

Toch zullen niet alle onregelmatige vormen verdwijnen. Sommige blijken bijzonder hardnekkig. En laten die nou net tot de meest gebruikte werkwoorden behoren. Ter illustratie: slechts 3 procent van de moderne Engelse werkwoorden is onregelmatig, maar dit handjevol bezet de volledige top-10 van populairste werkwoorden (be, have, do, go, say, can, will, see, take en get). Dat kan geen toeval zijn, dachten taalkundigen al. De Amerikanen bevestigen dit vermoeden nu met een rekenmodel.

Hun model laat zien dat onregelmatige verleden tijden steviger in het zadel zitten naarmate we ze vaker bezigen. Dit verband is kwadratisch: gebruiken we een werkwoord tien keer zo vaak als een ander, dan is het honderd keer zo resistent tegen vormveranderingen. De ’halfwaardetijd’ van geliefde werkwoorden als be en have ligt daardoor rond de 38.000 jaar, terwijl weinig gehoorde soortgenoten al na een paar honderd jaar hun vorm verliezen.

Het ontstaan van de moderne talen uit de Indo-Europese oertaal.

Met hun taalkundige werk schurken de onderzoekers dicht tegen de exacte wetenschap aan. Ze zoeken zelfs aansluiting bij het veld van de evolutiebiologie, waarin enkelen van hen werkzaam zijn. Zo omschrijven ze het verdwijnen van complexe verleden tijden als een proces van ’natuurlijke selectie’. En ze zeggen de middeleeuwse poel van werkwoorden te beschouwen als een soort ’oersoep’, waarin vanzelf de meest robuuste vormen als overwinnaar komen bovendrijven. Zoals ook bij Darwin uiteindelijk alleen de sterkste soorten overleven.

Darwin als inspiratiebron voor taalkundigen, wie had dat gedacht? Toch is het niet zo gek, want omgekeerd had Darwin ook iets met taalkunde. Hij was gebiologeerd door stambomen die in de 18de en 19de eeuw werden opgesteld, en die weergaven hoe de Indo-Europese oertaal zich in de loop der tijd moet hebben vertakt in Germaanse, Romaanse en andere talen. Mede dankzij deze stambomen zou Darwin op het idee van de evolutietheorie met vertakkende soorten zijn gekomen. Nu de taalkunde als het ware terugkeert naar Darwin, is de cirkel rond.

Met hun getalsmatige benadering laten de Amerikanen zien wat de drijvende kracht achter de evolutie van taal is, namelijk een balans tussen frequentie en eenvoud. In de 19de eeuw begrepen taalkundigen daar nog maar weinig van. Wel hadden ze allerlei quasi-mystieke ideeën over het waarom van taalkundige verschuivingen. De Duitser August Schleicher, pionier op het gebied van de vergelijkende taalkunde, zag talen bijvoorbeeld als levende wezens die uit zichzelf veranderden. Zijn collega Jacob Grimm (die van de sprookjes) geloofde in een Sprachgeist: een geest in een taal, die ervoor zorgde dat zo’n taal zich volgens een bepaald patroon ontwikkelde.

De Amerikanen laten zien dat de werkelijkheid minder verheven in elkaar steekt. Het draait vooral om de frequentie van het woordgebruik. Populaire woorden blijven nagenoeg hetzelfde, hoe raar ze ook klinken. We horen ze immers vaak genoeg om ze feilloos te leren kennen. Zeldzamer woorden treft een treuriger lot. Bij elke nieuwe mensengeneratie raken ze verder in de vergetelheid. Op den duur worden we zo onzeker over hun vorm, dat we nieuwe varianten creëren die aansluiten bij de heersende taalgewoontes. We plakken bijvoorbeeld -te of -de achter een werkwoord om de verleden tijd te maken.

„Iets vergelijkbaars zie je bij kleine kinderen”, illustreert de Nederlandse taalkundige Nicoline van der Sijs. „Die zeggen bijvoorbeeld kluifde in plaats van kloof. Naarmate ze de goede vorm vaker horen, nemen ze die vanzelf over. Maar als onregelmatige werkwoorden heel weinig voorkomen, zal er op den duur ook een regelmatige variant ontstaan. Beide vormen komen dan een tijdje naast elkaar voor, totdat de oude vorm, met de oude generatie, verdwijnt.” Het verbaast Van der Sijs dat onregelmatige verleden tijden over een hele periode van 1200 jaar met dezelfde snelheid verdwijnen, zoals de Amerikanen beweren. „De uitvinding van de boekdrukkunst heeft die snelheid volgens hen niet beïnvloed. Dat vind ik opvallend. Vanaf het moment dat je dingen opschrijft, liggen ze namelijk vast. Dat heeft een remmende werking op de ontwikkeling van een taal. Kijk maar naar de spelling; sinds die vastligt, is het net stroop.”

Ook de invloed van immigratie wordt door de Amerikanen niet expliciet benoemd, terwijl het goed voorstelbaar is dat een grote groep ’nieuwkomers’ de genadeklap betekent voor complexe woordvormen die toch al tanende waren.

Overigens is het volgens Van der Sijs een vergissing dat de taal alleen maar eenvoudiger wordt. Soms gebeurt juist het omgekeerde. Zo waren de verleden tijden vroeg, joeg en woei vroeger zwak (vraagde, jaagde en waaide). En naast breide en vrijde horen we tegenwoordig steeds vaker bree en vree, al worden die nieuwe vormen nog niet door iedereen geaccepteerd. Maar deze tegendraadse tendens van toenemende complexiteit geldt slecht voor een zeer kleine minderheid van de werkwoorden.

Als we van eenvoud houden, waarom hebben we de taal dan zo ingewikkeld in elkaar gezet? Het vermoeden is volgens Van der Sijs dat veel woordvormen weliswaar regelmatig zijn begonnen, maar vervolgens – vanwege samentrekkingen, slordige uitspraak enzovoort – hun logica zijn kwijtgeraakt. Zo zou het onnavolgbare systeem van de naamvallen ooit in het Indo-Europees zijn ontstaan doordat mensen achter een bestaand woord een vaste reeks andere woorden gingen plaatsen die een functionele betekenis hadden, zoals ’aan’ of ’van’. Die woorden vergroeiden met elkaar en op den duur kende niemand meer de oorspronkelijke betekenis van de achtervoegsels. Er restte alleen een rijtje vreemde uitgangen: -s, -e, -en enzovoort.

Een vergelijkbare verklaring gaat wellicht schuil achter onze regelmatige verleden tijden: de uitgangen -te en -de stammen mogelijk van een oude vorm deed, die we achter een werkwoordstam plakten om er een verleden tijd van te maken. Zoiets als wandel-deed, wat we verbasterden tot wandelde.

Uiteindelijk is zulke regelmaat niet blijvend, schrijven de Amerikanen. Want elke regel kent duizend uitzonderingen, en wellicht komen er ooit nieuwe, concurrerende regels bij. Logica lijkt kortom gedoemd te sneuvelen. Echt simpel zal de taal daardoor nooit worden.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

In het hedendaagse Nederlands gaat de evolutie van de verleden tijd nog steeds door. Dat merken we aan de onzekerheid over vormen als blinkte, scheerde, vlechtte, spuitte en vriesde.

Niet alleen kinderen gebruiken deze ’vereenvoudigde’ vormen, ook volwassenen en zelfs professionele taalgebruikers bezondigen zich er soms aan. Zo beschreef Trouw ooit ’een luchtvaartkostuum waarop een verzameling medailles blinkte’. De Volkskrant berichtte over een vrouw die de haren van een groot aantal kinderen vlechtte. En het Rotterdams Dagblad maakte melding van een Capellenaar (13) die werd betrapt ’toen hij met vriendjes grafitti spuitte’ – dat hadden overigens ’graffiti’ moeten zijn.

Nu lachen we er nog om, maar binnen een paar generaties kunnen zulke uitglijders de norm worden.

Eén categorie zal echter behouden blijven: de top-10 van meest gebruikte werkwoorden. Rob Tempelaars, redacteur van het Algemeen Nederlands Woordenboek, turfde de frequentie in een lexicon van 100 miljoen woorden.

1. zijn (2.264.398 keer)

2. worden (946.623)

3. hebben (872.661)

4. kunnen (569.152)

5. zullen (382.900)

6. moeten (345.098)

7. gaan (285.026)

8. komen (267.532)

9. zeggen (230.606)

10. maken (214.280)

Deze werkwoorden zijn alle onregelmatig, op het laatste na. Dat onderschrijft wat Amerikaanse wetenschappers hierboven stellen: onregelmatigheid houdt stand als we er vaak genoeg mee worden geconfronteerd.

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter
Achtergrond

Dossiers op trouw.nl

Lees en bekijk de dossiers van trouw.nl voor een chronologisch nieuwsoverzicht van actuele onderwerpen en meer achtergrond bij langlopende thema's.

> Ira-moorden Roermond

> Farmaceutische industrie

> Zorg & gezondheid

> Adoptie

> Midden-Oosten

Dossier

Fotoreportage

Bekijk hier alle fotoreportages op trouw.nl. Elke fotoreportage vertelt een verhaal in beeld. Soms op zichzelf staand, soms gerelateerd aan een artikel.

Naschrift

Lezersinzending

Wil u ook uw eigen dierbaren herdenken? De website van Trouw biedt die mogelijkheid. Schrijf een mooi persoonlijk portret van de overledene en stuur die - liefst met een foto - op.

Achtergrond

de Verdieping

Lees hier artikelen uit Trouws katern De Verdieping. Verdiepingsverhalen zijn achtergrondartikelen die dieper ingaan op het nieuws uit binnen- en buitenland.

Dossier

Mensenhandel

Alleen al in Nederland zijn jaarlijks duizenden mensen slachtoffer van mensenhandel. Trouw brengt in dit dossier deze handel in kaart.