Ga direct naar de content

Naschrift
14 april 2009
Sofie Cerutti

Anthony Mertens: 1946 - 2009

Een lezer die schrijver werd

Anthony Mertens in 1994, toen hij net naar Uitgeverij Querido was overgestapt.

Anthony Mertens in 1994, toen hij net naar Uitgeverij Querido was overgestapt.© FORO ROELAND FOSSEN/HH

U bekijkt nu: pagina 1 van 2.

Redacteur, criticus, docent, schrijver: Anthony Mertens was bovenal genieter van literatuur en inspirator van meer dan één generatie schrijvers, studenten en literatuurliefhebbers.

In juli 2004 werd Anthony Mertens getroffen door een herseninfarct. „Ik verdronk in bed”, schreef hij later. Toen hij bijkwam, was hij volledig verlamd, en kon niet meer praten. „Ik moest alles, maar dan ook alles opnieuw leren”, zei hij later in een radio-interview.

En dat was veel. De literatuurwetenschapper die een boek tot meerdere cijfers achter de komma wist te doorgronden, de redacteur die ’zijn’ auteurs tot grote hoogten kon opjagen, de criticus die streng maar hartstochtelijk kon schrijven over literatuur, de bon vivant die (naar eigen zeggen) met A.F.Th. van der Heijden veertig pils kon wegtikken in café De Zwart, moest niet alleen opnieuw leren lopen en praten, maar ook opnieuw leren slikken, kijken, zijn gedachten ordenen, lezen, schrijven.

Maar zijn verstand had hij nog. „Mijn zoon zat naast me en probeerde mijn gebrabbel te vertalen. Toen bleek dat met mijn intelligentie niets mis was.” En hij revalideerde, stukje bij beetje, met behulp van een lange stoet verpleegkundigen, ergotherapeuten, revalidatieartsen en fysiotherapeuten. Hij schreef daar een ontluisterend, eerlijk en soms hilarisch boek over, ’Zwaluwziek’. Met één vinger op het toetsenbord, eindeloos geduld en de hulp van Bernlef. Mertens was schrijver geworden, en dat was een openbaring, zowel voor hemzelf als voor zijn omgeving.

Mertens’ persoonlijkheid was door het herseninfarct onherstelbaar aangetast, en niet alleen ten goede. Hij bleek uitermate emotioneel te zijn geworden, barstte voortdurend in huilen uit en kon op andere momenten ongenadig kwaad worden, mensen uitschelden, racistische taal uitslaan. „Hij is net een baby”, zegt zijn zoon Tim, die het op een gegeven moment niet meer kan houden van ergernis, in ’Zwaluwziek’. „Een verschrikkelijke baby, een racistische baby ook, die ons de stuipen op het lijf jaagt met zijn gescheld op nikkers.”

„Ik bleek een hele nare man te zijn”, zei Mertens later. „Met eigenschappen waarvan ik niet wist dat ik ze had. Mijn taalgebruik was veranderd. Ik was heel ruw geworden. Dat was voor mijn vrouw niet leuk. Maar het gebeurde allemaal spontaan, ik stond erbij en ik keek ernaar. Het was afdalen in de hel van Dante. Het was geen pretje.”

Mertens schreef dat hij woedend kon worden als mensen lieten doorschemeren dat ze vonden dat hij het wel een beetje over zichzelf had afgeroepen, dat herseninfarct, door altijd zo’n zwaar leven te leiden. Of als mensen tegen hem zeiden dat hij moest uitgaan van wat hij wél, en niet van wat hij níet kon. „Ik maakte me razend om die hypocriete en dodelijke slogans, die uiteindelijk gebezigd werden om te bezuinigen op de mantelzorg.”

Mertens was verwonderd over zijn nieuwe zelf, die hij opnieuw moest leren kennen. Aan de andere kant, hij kon vroeger ook in onredelijk schelden uitbarsten, tegen de sociaal-democraten die het onderwijs vernielden, tegen de christenen of tegen wie ook.

Toen begin jaren ’90 de zoveelste bezuinigingsgolf over de Amsterdamse letterenfaculteit raasde, waarbij in ’zijn’ vakgroep, Moderne Letterkunde, stevig gesneden zou worden, voelde Mertens zich ook persoonlijk diep geraakt. De bureaucratisering, het gebrek aan liefde voor het vak, het gebrek aan betrokkenheid. Hij wond zich vreselijk op over de voorgestelde plannen en hield de eer uiteindelijk liever aan zichzelf. Hij vertrok van de universiteit, stampvoetend en zonder om te kijken.

En dat terwijl hij op de universiteit, waar hij sinds 1974 werkte, veel had gevonden: tijd om te lezen, te onderzoeken, om zich te verdiepen en zijn ongebreidelde hartstocht voor literatuur op anderen over te dragen. Mertens had aan de universiteit een vaste schare fans, die aan zijn lippen hingen en desnoods voor zijn plezier alle boeken lazen die hij noemde.

Hij was in 1991 cum laude gepromoveerd op het proefschrift ’Sluiproutes en dwaalwegen’, ondertitel ’aspecten van een liminale poëtica toegelicht aan de hand van het werk van Jacq Firmin Vogelaar’.

Pittige kost, dat proefschrift, over de filosofie van de drempelervaring, van Walter Benjamin tot Jaques Derrida, en dat toegepast op het werk van de ook al niet makkelijke avant-gardist Vogelaar. Mertens was in zijn universitaire werk een begenadigd theoreticus. Maar het proefschrift was leesbaarder dan je op basis van die gortdroge ondertitel zou vermoeden.

Nadat hij vertrokken was van de universiteit ging hij naar uitgeverij Querido, waar hij redacteur werd. Een logische stap, al zou hij altijd óók docent blijven. Mertens had de volledige Nederlandse literatuur en een groot deel van de buitenlandse tot in de puntjes van zijn vingers. Als redacteur van Querido begeleidde hij een onafzienbare rij Nederlandse literatoren: A.F.Th. van der Heijden, Hella Haasse, Robert Anker, Tomas Lieske, Bernlef. Met velen raakte hij bevriend. Intussen schreef hij recensies, voor De Groene Amsterdammer en voor ander bladen, en was hij actief in literair tijdschrift Raster.

Dat Mertens een schrijver was, en niet alleen een lezer, bleek pas na zijn herseninfarct. In 2006 publiceerde hij bij De Bezige Bij een bundel recensies en kritieken onder de titel ’Lezen man!’. Het was Bernlef die Mertens stimuleerde en hielp bij het schrijven van zijn eerste boek, ’Zwaluwziek’.

Komt na een herseninfarct je ’ware ik’ tevoorschijn? Waarschijnlijk zou Mertens je op je gezicht geslagen hebben als je zoiets in zijn bijzijn had durven beweren.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

Reacties (1)

Aan Anthonie Mertens bewaar ik twee herinneringen. 1) Tijdens een universitaire werkgroep rond 'het theater van de vervreemding' van Berthold Brecht sprak hij in duidelijke taal over de abstracties die hij her en der bij theoretici vandaan haalde, 2) toen ik hem eens met zijn vrouw in mijn geboorteplaats Dordrecht op verkenningstocht aantrof, hadden die twee feilloos een van de allermooiste plekjes van die vergeten stad weten te vinden: het stille steegje dat leidt naar 'De Munt', waar ooit onze Hollandse munten werden geslagen en nu een muziekschool is waar altijd wel ergens uit een raam Mozart klinkt, of een improviserende saxofoon.

evert van kuijk, amsterdam op 14-04-2009, 11:50

Plaats een reactie

U hebt geen naam ingevoerd.

U hebt geen woonplaats ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

U hebt geen reactie ingevoerd.

Uw reactie is te lang.

Gebruik maximaal 650 tekens. U heeft nog 650 tekens. Lees ons reglement

Stuur artikel door

Verstuur dit artikel naar

U hebt de naam van de ontvanger niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

Uw gegevens

U hebt de naam van de zender niet ingevoerd.

U hebt geen (geldig) e-mailadres ingevoerd.

counter
Naschrift

Lezersinzending

Wil u ook uw eigen dierbaren herdenken? De website van Trouw biedt die mogelijkheid. Schrijf een mooi persoonlijk portret van de overledene en stuur die - liefst met een foto - op.

Naschrift

PS

Trouw publiceert korte biografieën van beroemde en minder beroemde overledenen. Lees ze hier.