Max Pam / Het leven is volkomen zinloos
tien geboden
U bekijkt nu: pagina 1 van 4.
Max Pam (Amsterdam, 1946) is columnist, literair criticus en schrijver. In de afgelopen 25 jaar schreef hij verhalen, columns, recensies en interviews voor diverse kranten, maand- en weekbladen. In 2001 werd hij getroffen door een hersenbloeding. Hierover schreef hij het boek ’Het ravijn’. Aan het einde van 2007 hoopt Pam het manuscript te voltooien van een boek over zijn vriend Theo van Gogh.
Max Pam: „Ik heb een diepe minachting voor mensen die op zoek zijn naar hun eigen identiteit. Zoekende mensen, dat zijn hoogmoedige neuzelaars die geen enkel besef hebben hoe het leven in elkaar zit.” 
I. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
„Mijn grootvader, Mozes Pam, viel tijdens zijn rabbijnsopleiding van het geloof en bekeerde zich tot het socialisme. Hij was ook een van de oprichters van de AVVL, de Arbeiders Vereniging Voor Lijkverbranding. Cynisch genoeg eindigde hij, de man die zo graag gecremeerd wilde worden, in de ovens van de nazi’s.
Hij heeft zijn twijfels over het geloof doorgegeven aan zijn kinderen en ook mijn vader maakte er, op zijn beurt, werk van mij ongelovig op te voeden. Ik kan me wel voorstellen dat je, als jood, uit de oorlog komend, geen overweldigende behoefte meer hebt om religieus te zijn. Bovendien is het zo – daar kan niemand onderuit – dat het christendom voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor antisemitisme. Auschwitz is ondenkbaar zonder het christendom. Hitler is katholiek opgevoed. Hij heeft ook verschillende malen gezegd dat hij zich katholiek voelde. Ik acht het niet uitgesloten dat hij zichzelf, op de een of andere curieuze manier, als een soort Jezus, als de verlosser van de wereld beschouwde. Het is bekend dat Hitler nauwe contacten onderhield met het Vaticaan, maar er is, voor zover ik weet, nooit goed uitgezocht in hoeverre de katholieke kerk het eigenlijk wel best vond dat er iemand was opgestaan die de moordenaars van Jezus zou gaan uitroeien. Ik vind het daarom ook vreemd dat er altijd wordt gesproken over een joods-christelijk fundament van onze samenleving. Dat zijn twee verschillende geloven. Ik vermoed dat het vooral de christenen zijn die zich daar, uit een soort schuldgevoel, op die manier over uitspreken.
Ik hoor nergens bij. Mijn moeder was hervormd-gereformeerd. Ze heeft er jaren over gedaan om zich uit te laten schrijven en mijn vader, goed, dat verhaal ken je nu. Ik heb zelf nog even getwijfeld of ik agnost of atheïst moest zijn. Het agnosticisme, dat heeft voor mij toch iets slaps. Richard Dawkins schrijft in zijn boek ’God als misvatting’ dat er zeven stadia van beschouwen zijn. Het atheïsme is het laatste stadium. Hij zegt zelf in het zesde stadium te zitten: je bent atheïst, maar je denkt dat er een kleine, zeer onwaarschijnlijke kans bestaat dat het anders in elkaar zit. Zo denk ik er ook over. Ik geloof niet in God en al helemaal niet in een persoonlijke God. Ik begrijp wel dat je, als je gelooft, het best voor een persoonlijke God kunt kiezen, maar de absurditeit ervan – een God die alles als een boekhouder bijhoudt – springt toch wel heel erg in het oog. God is ergens in de evolutie het menselijk brein binnen geslopen, als een soort zelfreflecterend vermogen: Hoe doe ik het? Doe ik het nog goed? Een geweten. Het is eigenlijk heel eenvoudig: als de paarden een God hadden, dan was God een paard. Zo is het met de mensen ook.”
II. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
„Als God morgen zou spreken, zou ik onmiddellijk toegeven dat ik er al die tijd naast heb gezeten en christen worden. Maar God spreekt niet en God laat zich niet zien. Dat is heel slim van Hem. Zodra je een afbeelding van iemand hebt, kun je hem er ook op vastpinnen. Voor wie zwijgend en raadselachtig wil blijven is dit gebod nummer één.”
III. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
„Ik wil best beleefd zijn, maar het moet ook niet overdreven worden. Een provocatie op zijn tijd kan heel erg nuttig zijn. Neem deze tien geboden. Je kunt wel allerlei vrome dingen zeggen over andermans vrouw die je niet zou mogen begeren, maar ik kan net zo makkelijk uitleggen dat het Oude Testament een krankzinnig misdadig boek is of – wat waarschijnlijk als een nóg grotere provocatie wordt opgevat – aantonen hoe slecht God eigenlijk is. Dat vind ik zo wonderlijk: hoe gelovigen de neiging hebben dingen te geloven die pertinent slecht zijn en – nog verrassender – toch als goede mensen door het leven kunnen gaan. Dat is toch schizofreen? Ik ben ervan overtuigd dat moraal eigenlijk niets met religie te maken heeft. De christelijke moraal zoals die nu bestaat, lijkt werkelijk in niets op wat er in de bijbel staat. In Lucas zegt Christus gewoon: ’Mijn vijanden die niet gewild hebben dat ik koning over ze ben, breng ze hier en sla ze dood.’ Die tekst wordt nooit geciteerd. En wat denk je van Mozes die de berg afkomt en meteen een opdracht tot genocide geeft? Iedereen die God niet wil volgen, moet uitgeroeid worden. Dan komt er nog iemand vragen: ’Eh, Mozes, en de baby’s?’ Ja, de baby’s ook! Een bijzonder onplezierige man, die Mozes. Hij zou in deze tijd door elk tribunaal schuldig worden bevonden en toch willen veel christenen het doen voorkomen dat Mozes, met zijn tien geboden, de kern van de westerse beschaving is.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- 4
- volgende pagina





Stuur artikel door