Taal / Het psalmenoproer
Voor zijn nieuwste roman, ‘Het psalmenoproer’, heeft Maarten ’t Hart naarstig gewinkeld in het museum van de Nederlandse taal. Het boek, gesitueerd in de achttiende eeuw, wemelt van de woorden die inmiddels zijn afgedankt: van bondszegelen (sacramenten), confineren (opsluiten zonder proces) en kaproenen (mutsen, kappen) tot pluggen (lummels), scherluinen (schavuiten) en vleugen (lukken, vlotten).
Helaas ontbreekt een verklarende woordenlijst. Zelf vindt ’t Hart dit geen bezwaar. Het staat allemaal, zei hij onlangs voor de radio, in Van Dale. Wat hierboven aangehaald werd, is daar inderdaad te vinden. Ettelijke andere museumstukken daarentegen zoek je er tevergeefs.

De nieuwsgierige lezer is aangewezen op het tientallen delen omvattende WNT ('Woordenboek der Nederlandsche Taal') om erachter te komen dat – ik noem maar wat – beschaarders ‘gauwdieven’ kan betekenen, een darink delven ‘zouthoudende veengrond uitspitten’, loenen ‘onhandige dommeriken’, schalbakharing ‘haring waarvan de buik begint uit te hangen’, replement ‘berisping’, spanseren ‘wandelen’ en vleselijke conversatie 'seksuele omgang' (al valt in dit geval de betekenis gemakkelijk uit de context af te leiden).
Maar zelfs het WNT werpt geen licht op een assumante hoest, bisbilles (kibbelarijen), composibel verklaren (een juridische schikking toestaan?), in een gâchis zitten (voor een dilemma staan?), koggels (ruwe klanten?), kruinig gekleed gaan, een omtoor en ander ietwat raadselachtig vocabulaire.
De schrijver heeft zich, dat is duidelijk, ingespannen om de woordenschat van zijn romanfiguren te beperken tot de taal van hun eeuw. Gelukt is het niet altijd, Met woorden als drastisch, futiel, gangmaker, levensonderhoud, schaalvergroting, stiefelen, uitgekiend en het Engelse hooker (prostituee) – allemaal negentiende-of twintigste-eeuws – zijn diverse personages hun tijd vooruit. En wanneer de schoolmeester in de roman vaststelt dat er van vele bijbelteksten ‘geen moer (kan) kloppen’, horen we niet alleen inhoudelijk de auteur zelf buikspreken.
Ten slotte: dit stukje is geen aansporing om ‘Het psalmenoproer’ ongelezen te laten. Het is een heel onderhoudende roman, die bovendien liefhebbers van ouder Nederlands niet alleen wat te raden, maar ook veel te genieten geeft.
Oplossing taalquiz:
421a, 422a, 423a
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.





Stuur artikel door